Verklaring over onlangs aangetroffen massagraf in Manbij

1 augustus 2022
  • Rojava/Noord-en Oost-Syrië

De Volksraad van Manbij (Minbić) heeft het onderzoek naar het massagraf dat vorige week tijdens rioolwerkzaamheden voor het gemeentegebouw is ontdekt, afgerond en een verklaring afgegeven over de 29 gevonden lichamen. Medevoorzitter van de Commissie Interne Zaken Abdulkarim Bekar legde de verklaring af:

“Het massagraf werd ontdekt terwijl arbeiders van het stadsbestuur graafwerkzaamheden verrichtten om de riolen schoon te maken. Tijdens opgravingen op de ochtend van 27 juli werden drie skeletten aangetroffen die tussen 2014 en 2016 door IS waren begraven in het stadscentrum nabij het Minbic hotel dat door de zelfverklaarde “Islamitische Staat” (IS) als gevangenis werd gebruikt. De volgende dag werd het massagraf verder geopend. In totaal werden 29 lichamen gevonden van mensen tussen de 18 en 60 jaar. Van de lichamen was niets meer over dan botten, kleding en persoonlijke bezittingen. Allen waren door het hoofd geschoten, hun handen waren vastgebonden en hun ogen waren geblinddoekt.

“Houd staten die terrorisme steunen verantwoordelijk”

In dit verband roepen we nogmaals de internationale gemeenschap op om haar verkeerde beleid te corrigeren en alle vormen van geweld binnen het kader van het internationaal recht te gaan bestrijden en staten die terroristische organisaties op enigerlei wijze steunen ter verantwoording te roepen. Onze mensen hebben de prijs van deze terreur met hun bloed betaald, al haar leden zijn het slachtoffer geworden van dit geweld. Iedereen weet dat zonder buitenlandse hulp de terreur zich in ons land niet zou hebben verspreid en dat duizenden terroristen met nieuwe wapens hier niet naartoe konden worden gebracht.

Turkije heeft zijn grenzen opengesteld voor tienduizenden terroristen van over de hele wereld en hen voorzien van logistieke steun. Onder toezicht van de Turkse en westerse geheime diensten werden voor hen opleidingscentra opgericht. Iedereen die dit feit probeert te verdoezelen, deelt de verantwoordelijkheid voor de verspreiding van terrorisme.”