Versnippering in de sociale wetenschappen kan overkomen worden met Jineologie – DEEL 1: Waarom Jineologie?

3 augustus 2022

Zoals beloofd in ons vorig artikel, volgt hieronder deel 1 uit de informatiefolder van het Jineolojî Committee Europe met de titel ‘Jineoloji‘.

Deel 1: Waarom Jineologie?

Wat is wetenschap?

De meest algemene definitie van wetenschap is het streven van de mens het universum te begrijpen. Wetenschap is het product van het sociale intellect om verandering te stimuleren in het levende universum. Wetenschap is een systematisch onderzoek van gebeurtenissen en feiten in de wereld; een intellectuele activiteit dat intuïtie en assumpties per definitie niet uitsluit in de omgang met en vergaring van wetenschappelijke data. In werkelijkheid is het slechts een klein deel van de filosofie dat exacte kennis heeft bereikt. Elke discipline of onderzoeksgebied dat een integriteit vertoont in haar rationele relaties en ideeën is een onderdeel van de wetenschap.

Een andere definitie van de wetenschap, als fenomeen gedefinieerd door rede, nieuwsgierigheid en doelgerichtheid, is dat het een inspanning is die als doel heeft het verbeteren van leefomstandigheden, het ontdekken van onbekende feiten en het leren van nieuwe dingen.

Daarnaast is wetenschap ook te definiëren als een geordende kennis die één deel van het universum of van feitelijkheden uitkiest als haar onderwerp en streeft naar de identificatie van wetten door middel van experimentele methoden en de werkelijkheid.

Het is mogelijk nog meer definities aan te dragen maar wanneer we het gemeenschappelijk punt van al deze bepalingen in overweging nemen, zien we dat wetenschap voortkomt als een resultaat van de menselijke inspanning om tot een begrip van het universum en van sociale noden te komen. Wetenschappelijke kennis is een betekenisvolle categorie van kennis voor de gehele beschaving. Echter de betekenis en waarde van wetenschap verschilt van samenleving tot samenleving en het is dan ook noodzakelijk om niet alleen wetenschap zelf te bevragen maar ook de beschaving waarin zij is ontstaan.

Sociale wetenschappen zijn ontstaan in de context van de Verlichting met als doel empirische, systematische en seculiere kennis op te doen over de geleefde realiteit. Volgens deze sociale wetenschappen is er een gedeelde, universele en onveranderlijke menselijke natuur die door middel van de methoden van de sociale wetenschappen bloot gelegd kan worden. Het idee was dat net zoals de natuurwetten kunnen worden ontdekt en de natuur hiermee vervolgens kan worden beheerst, kunnen de wetten van de menselijke natuur ook worden bloot gelegd en kan de mens en de samenleving hiermee worden bedwongen en beheerst. Echter, wat werd gezien als universeel was in feite de sociale en intellectuele aanname van West-Europa.

We kunnen daarom stellen dat de definitie en de vorming van de sociale wetenschappen vanaf haar geboorte problematisch is geweest. De aanname van het positivistisch paradigma, de dominante denkwijze van de Kapitalistische Moderniteit, door sociale wetenschappen heeft de sociale waarheid verduisterd.

Hoe zou een sociale wetenschap die voort is gekomen uit het verlangen meester te zijn over zowel de natuur als de samenleving, diezelfde samenleving dienen met adequate oplossingen voor haar sociale problemen? En hoe kan een dergelijk problematische inspanning beweren dat zij vrouw-zijn kan definiëren?

Het is niet alleen de staat en op macht georiënteerde denkwijzen die seksistische gender overheersing hebben voortgebracht. Ook de wetenschap heeft hieraan bijgedragen. En dit is precies onze belangrijkste kritiek op de wetenschap; dat zij ondanks haar valse claims van onafhankelijkheid en wetenschappelijkheid zich niet heeft weten te onttrekken aan de negatieve spiraal van het binaire object-subject denken. Dit komt doordat dat haar structuur gebaseerd is op het winstbejag van de bestaande macht in plaats van op een streven naar het oplossen van sociale noden.

De positivistische wetenschap van Descartes en Bacon begon zichzelf in de 17de eeuw te definiëren als de enige geldige bron van waarheid in Europa. Hiermee sloot het religie, mythologie en filosofie als methoden van waarheidsvinding totaal uit. Zij vestigde haar gezag verder door zich de rijke kennis van het Midden-Oosten toe te eigenen. En ook de vrouwelijke wijsheid werd vermoord door haar te bestempelen als “hekserij”. Wijsheid die gedurende millennia, sinds de Neolithische periode, was vergaard. Alchemisten die het universum definieerden als macrokosmos en de mens als microkosmos, en die geloofden in een synthese dat lijkt op een kind dat voortkomt uit de eenwording tussen man en vrouw. (en die geloofden in een synthese van de twee die als een kind voortkomt uit de eenwording tussen man en vrouw, werden geëlimineerd.) In dit positivistische begrip van wetenschap werden de natuur en de vrouwelijke identiteit tot objecten gereduceerd. Van sacrale en mystieke structuren verwerden zij objecten die beheerst en onderworpen aan het mannelijk brein moesten worden. De wetenschap, naar verluidt vrij van emoties, overtuigingen en waarden, is een domein geworden waar macht, seksisme en racisme overheersen. De evaluatie van Abdullah Öcalan, “Allereerst is een nieuwe structurering van de sociale wetenschappen nodig voor de opbouw van een meer democratische, genderbevrijdde en ecologische samenleving”, onthult de nood aan een re-evaluatie van de sociale wetenschappen. Het kader van deze discussie wordt gevormd door onze kritieken op de misleidende technieken en de impasses van de sociale wetenschappen.

Sociale wetenschappen zonder vrouwen!

Onze belangrijkste kritiek op de sociale wetenschappen is dat het de vrouw niet onderzoekswaardig heeft gevonden. Zelfs wanneer het de vrouw wel waardig (!) achtte, werd zij onderzocht als object of als bron van problemen. Maar de vrouw is niet het sediment van de samenleving, zij is de kern. De synthese van het subjectobject dualisme zou verlicht moeten worden om tot een objectieve bevinding van haar bestaan en haar waarheid te komen.

Wanneer geschiedenis, archeologie, mythologie en heel wat andere domeinen van de wetenschap tegen het licht worden gehouden, worden we geconfronteerd met het feit dat vrouwen de scheppers zijn van de mensheid.

Het zijn vrouwen die aan de wieg hebben gestaan van vele ontdekkingen. Geneeskunde, economie, ecologie, vertelkunst, dengbêjî (traditionele Koerdische gezongen vertellinge), landbouw, de eerste muziekinstrumenten, cijfers, het schrift en vele andere wetenschappelijke ontdekkingen zijn in de kern vrouwelijke uitvindingen. Het diefstal en inzet van deze uitvindingen tegen vrouwen verandert niets aan deze waarheid. Technische ontdekkingen uit het Neolithicum (6000-4000 BCE) afkomstig uit de Toros-Zagros regio zijn vergelijkbaar met uitvindingen die men in Europa pas vanaf de 16de eeuw maakte.

Ondanks dat deze realiteit zo duidelijk is, worden vrouwen binnen de sociale wetenschappen niet beschouwd als de leidende kracht van socialisatie. Ze worden in plaats daarvan gezien als bron van problemen, of zij worden volkomen genegeerd. Dit komt doordat de sociale wetenschappen ontwikkeld zijn op basis van een afwijzing van alle kennisstructuren ontwikkeld voor de 17de eeuw. Deze afwijzing was nodig voor de alleenheerschappij van de sociale wetenschappen als enige geldige bron van kennis.

Met het boek van Francis Bacon, The Masculine Birth of Time (De mannelijke geboorte van tijd) werd de natuur overgeleverd aan de rede van een grovemenselijke geest. Bacon definieerde de natuur als een vrouw, een “kuize bruid,” die overwonnen, ontdekt en verkracht dient te worden. Een van de inspiratiebronnen van Bacon was het boek Maleus Maleficarum (Heksenhamer) gepubliceerd door de Katholieke Kerk. Dit handboek bevatte de “fundamentele doctrine” van de methode en uitvoer van heksenjachten. Dit proces dat was gedefinieerd als ‘wetenschappelijk’ ging samen met het proces van het stelen van de kennis van de vrouw en vrouwen vervreemden van kennis. Zo werd wetenschap gescheiden van de accumulatie van collectieve wijsheid en de ervaringen van de samenleving. Wetenschap en kennisproductie werden het domein van de “briljante” witte, Europese man. Alleen hij deed hier nog ontdekkingen en de band tussen wijsheid en de vrouw werd totaal vernietigd.

Wanneer antropologen samenlevingen onderzochten, richtten ze zich vooral op mannen. Ze waren zelfs van mening dat vrouwen de eerste samenlevingen niet konden hebben opgebouwd, gezien de passieve aard van de vrouw. Dit veranderde toen genderstudies deze “wetenschappelijke” thesis verwierpen door middel van de relevante data die het tegendeel bewezen. In geneeskunde en anatomie kwam dezelfde mentaliteit naar voren. Jarenlang werd het mannelijke lichaam gezien als de basis (iets dat nog steeds zo is). Het vrouwelijke lichaam werd enkel benaderd in verband met vrouwelijke hormonen en de voorplantingsorganen. De structuur van het X-chromosoom, het functioneren van het vrouwelijke brein, de bevruchting van de eicel zijn slechts enkele voorbeelden van deze seksistische aanpak. Hoewel de archeologie tal van vrouwbeelden en schilderijen van vrouwen ontdekte, werden deze niet op hun ware waarde geschat maar gerelateerd aan prostitutie door heersende vooroordelen. Al moet het gezegd worden dat de wetenschap deze vooroordelen en mentaliteit kopieerde uit de mythologie, religie en andere kennisstructuren waarin de dominante mannelijke mentaliteit overheerst. Achteraf werden “wetenschappelijke” verklaringen voor deze vooroordelen gecreëerd. Onder de mantel van objectiviteit schuilde echter dezelfde patriarchale totaliteit. Van Zeus die de vrouw baarde vanuit zijn voorhoofd tot Aristoteles die zei dat “de vrouw een gebrekkig menselijk wezen is”, tot Freud die stelde dat vrouwen slaven [zijn] gezien hun aard; en dit is een onveranderlijke realiteit”.

Zelfs denkers van vrijheid, gerechtigheid, gelijkheid werden door deze mentaliteit beïnvloed. Jean Jacques Rousseau schreef: “vrouwen zijn de potentiele oorzaak van wanorde, wat getemd dient te worden door de rede”. Karl Marx definieerde vrouwen als “een antropologische entiteit en een nogal abstracte ontologische categorie”.

De stichter van de sociologie, Auguste Comte, stelde dat door het kleinere formaat van hun brein, vrouwen inferieur zijn aan een ideaal rassentype. Desondanks dat hij zijn onderzoek beperkte tot Europese witte mannen, dacht hij dat hij wetenschappelijke data had bekomen!

Eén van de belangrijkste bestaansredenen van Jineolojî is het overkomen van deze patriarchale stereotyperingen en het verschaffen van de meest accurate definitie van “de vrouw” die vrouwen in staat stelt vrij te bestaan.

Het positivisme duwde vrouwen uit de wereld van de kennis

Jineolojî is ontstaan uit een kritiek op conventionele vormen van wetenschap. De voornaamste kritiek van jineolojî is dat de wetenschap gevormd wordt door het positivistisch paradigma. Het is niet voldoende het positivisme als een pure methodologie te definiëren. Het is een paradigma met ontologische, methodologische en epistemologische aannames. Laten we eerst onze algemene kritieken behandelen.

Het positivisme gaat uit van feiten. In andere woorden, de waarheid wordt gereduceerd tot feiten; “feiten” die het resultaat zijn van experimenten en observaties in laboratoria. Het mag duidelijke zijn dat deze methodologie geen relatie heeft tot de samenleving. Het gaat om de vraag hoe de samenleving gedomineerd, geregeerd of slaaf gemaakt kan worden. Het positivisme levert geen ideeën in overeenstemming met de sociale realiteit op. In plaats daarvan past het de samenleving aan aan haar eigen realiteit en bepaalt het de noden van de samenleving voor haar. De consumptiemaatschappij, de virtuele samenleving, de visuele gemeenschap etc. zijn de producten van een dergelijk begrip.

De positivistische epistemologie (kennisleer) is gebaseerd op zogenaamde objectiviteit. Het positivisme verbreekt de eenheid van de realiteit en creëert een dichotomie tussen een subject en een object. Het subject, de waarnemer, benadert het object van zijn servatie op een mechanische, robotische manier. Den relatie tussen waarnemer en waargenomene is echter interactief. De waarnemer is een entiteit met een gedachtepatroon, waardeoordelen voorkeuren en doelen. In andere woorden: de waarheid vormt zich naar de manier waarop er naar haar gekeken wordt.

De realiteit berust in de eenheid bestaande uit zowel de subjectiviteit en de objectiviteit. Kennis heeft zowel objectieve als subjectieve dimensies. De bomen, het water, het zaad en de grond zijn objectieve dimensies van kennis. Het is de subjectieve dimensie die hen echter interpreteert, die betekenis geeft, denkt en zich uitdrukt.

Het positivisme is mechanisch en deterministisch. Volgens het positivisme werkt het universum als een slingeruurwerk. Interventies van buitenaf kunnen kleine afwijkingen veroorzaken, maar het systeem zal zich telkens opnieuw in balans brengen en haar weg in de uitgezette richting vervolgen. Ontwikkeling en verandering zijn vastgelegd; deterministisch. Het positivisme accepteert geen andere interne invloeden, interacties, chaos, of meervoudigheid. Alles beweegt volgens zijn toegeschreven rol binnen het geheel, als raderen in het uurwerk.

Het universum, de samenleving en het leven zijn echter levende zaken in constante beweging. Er heerst chaos en verschillende posities en uitkomsten zijn mogelijk. Er is een veelheid aan mogelijkheden. Er is een realiteit die verschilt van materie tot energie, van eeuw tot eeuw, van samenleving tot samenleving, van tijd tot ruimte. Het universum kan op verschillende manieren worden begrepen, zoals door de relativiteitstheorie de samenleving en het leven beschouwd werd als vol van mogelijkheden en onzekerheden. Het positivisme gaat uit van vooruitgang. In de volgende fase van de geschiedenis zal alles verder ontwikkeld en beter zijn. In deze lezing is er echter geen ruimte voor de vrije wil, voor strijd, keuze en voorkeur; alles zal gaan zoals het gaat. In andere woorden, het was noodzakelijk dat na de natuurlijke oergemeenschappen slavernij zou plaatsvinden, en daarna feudalisme en ten slotte de kapitalistische moderniteit. Door op deze manier naar natuurwetten, geschiedenis en de samenleving te kijken worden de natiestaat en bestaande machtsrelaties een noodzakelijk gegeven en zelfs een teken van vooruitgang.

De vorming van het universum en de samenleving zijn echter complex. Het universum, de samenleving en het leven zijn niet netjes geordend en simplistisch. Zij gaan niet vooruit volgens een strak stijgende lijn. De natuurlijke gemeenschap verdween niet spontaan ten gunste van een meer progressieve samenleving gebaseerd op slavernij. Dit was geen betere of meer progressieve maatschappij. Het proces dat begon met slavernij en zijn hoogtepunt heeft bereikt in de kapitalistische moderniteit is een periode getekend door vernietiging, oorlog, kolonialisme, en genocide.

Kennis is het resultaat van historische accumulatie van inzichten die gemeenschappen hebben opgedaan terwijl zij zochten naar oplossingen voor hun problemen. Terwijl kennis en wetenschap verklaard worden door rede, wordt rede per definitie enkel toegeschreven aan mensen. Kwantumfysica heeft echter aangetoond dat rede niet enkel toebehoort aan mensen maar aan alle levende wezens. Niet alleen mensen maar ook quarks en alle levende wezens hebben rede. Misschien zal nieuw onderzoek hierover onze kennis verdiepen. Desalniettemin kunnen wij nu stellen dat de rede in mensen verklaard kan worden door haar potentieel systematische kennis te produceren in samenwerking met de gemeenschap; het voeldoen aan levensbehoeften; van zingeving, etc. De mens produceert kennis door het te materialiseren als mentaliteit. Kwantumfysica heeft het concept van kennis voorbij de definitie van “de uitkomst van experiment en observatie op mensen” gedragen. Daarom is het definiëren van kennis als een sociale constructie niet tegenstrijdig met wetenschappelijkheid. Deze definitie biedt vrouwen ook de rol die hen toekomt in de constructie van kennis.

In feite tonen langdurige historische analyses aan dat vrouwen een bepalende rol hebben gespeeld in het bewaren en vergaren van kennis. In dit proces verworven vrouwen het vermogen om kennis te verzamelen en deze te verdiepen door haar te delen met de samenleving. In de vroege agrarische samenlevingen hadden vrouwen niet louter een rol als toeschouwer. Zij vergaarden beoefende kennis over de natuur en haar praktijk als resultaat van hun praktische arbeid, die ze vervolgens als culturele elementen overdroegen aan de volgende generaties. Hoewel vrouwen hun flexibele intelligentie eerst gebruikten met het doel te individuele en sociale problemen te verhelpen, hadden zij ook kennis nodig om de gemeenschap te behouden. Ze slaagden erin de kennis die ze hadden opgedaan over de natuur om te zetten in een systeem, waarbij sociale en economische structuren gecreëerd werden die een verenigde en gezonde levenswijze in stand hielden.

Het positivisme sloot vrouwen uit van deze proces door de vorming en ontwikkeling van kennis verklaren aan de hand van een hiërarchische relatie tussen waarnemer en de waargenomene. Het positivisme definieert kennis als zijnde verkregen door middel van experimenten en observaties, waardoor de oorsprong van kennis werd toegeschreven wetenschapper, degene die het experiment of observatie uitvoert. Kennis werd toegeschreven aan een categorie die boven het sociaal weefsel werd geconstrueerd. Kennis werd vervolgens gedistribueerd naar het sociaal weefsel door een door mannen gedomineerd systeem. Dit proces is georiënteerd op machtsrelaties. Het verkrijgen van kennis werd behandeld als een investering, net zoals kapitaal. Kennis verwerd een machtsinstrument boven het sociaal weefsel, en haar gecontroleerde distributie voorziet in de handhaving van deze cyclus. Elke theoretische infrastructuur werd gevormd op een manier die de samenleving verder vervreemde van het feit dat zij zelf kennis produceert en vormgeeft. Deze infrastructuur was gericht op een ideologische formatie met als doel de samenleving te reguleren. Als gevolg veranderde wetenschap in ideologie door de toepassing van de wetenschappelijk-technische logica van de overheersing onderdrukken van natuur en samenleving. Het toeeigenen van het alleenrecht op kennis door het scientisme evolueerde in de ambitie de natuur, de samenleving en de vrouw te domineren.

Er kan gezegd worden dat het positivisme de genadeslag is geweest in het uitsluitingsproces waarbij  vrouwen uit de wereld van kennis werden uitgesloten. Dit proces, dat de afstand tussen wetenschap en de vrouw vergrootte, putte uit een mentaliteit die de natuur beschouwt als ‘Ander’. Het idee dat natuurlijke processen kunnen worden toegepast op het sociale is een universele wet geworden. De data die door middel van de fysica, chemie en biologie werd geformuleerd kreeg de status van feiten. De bedoeling was de menselijke samenleving te definiëren aan de hand van formules die gezien werden als wetenschappelijk. De samenleving, net zoals de natuur, werd gezien als een object. Universele, onveranderlijke, rigide wetten werden geformuleerd voor de samenleving. Voor elk geografisch gebied, elk klimaat, elke historische periode werden dezelfde oplossingsmethoden voor maatschappelijke problemen voorgesteld. Men dacht dat de oplossingsmethoden voorgesteld door de heersende macht zouden leiden tot de verwachte resultaten. Sociale relaties, conflicten en problemen werden benaderd vanuit dit paradigma.

De heersende macht, die tracht zichzelf constant te maken, creëerde een vervreemding van de natuur door de toe-eigening van kennis en intelligentie. Voorbeelden uit de natuur werden gebracht als bronnen van de institutionalisering van macht en gepresenteerd als een model van staatsbestuur. Sociaal Darwinisme, dat zich ontwikkelde als een weerspiegeling van de Newtoniaanse fysica binnen de sociale wetenschappen, creëerde een visie op macht als zijnde noodzakelijk door de wetten die naar verluid in de natuur bestonden toe te passen op de samenleving. Aan de ene kant was er de wil de natuur te domineren, en aan de andere kant werd de natuur door het wetenschappelijk discours gebruikt om machtsverhoudingen en uitbuiting te legitimeren. De uitspraak “Wetenschap is macht – kennis is macht” werd het startpunt van de sociale wetenschappen. Omdat men meer wetenschappelijke kennis gelijk stelde aan meer macht, werd de samenleving ontnomen van haar kennis.

Met het begrip van de “wilde natuur” werd de perceptie dat de natuur onder controle dient te worden gehouden dominant. De “overlevingsstrijd” tussen mensen, tussen mens en natuur, tussen man en vrouw verspreidde zich als een lopend vuurt door alle lagen van het sociaal weefsel. De getemde natuur werd metaforisch uitgebeeld als een getemde vrouw. Deze opvatting dat beide beteugeld en getemd moesten worden werd wijdverspreid in de samenleving.

De sociale wetenschappen speelden een dominante rol in dit proces. Het individu dat werd vervreemd van zijn/haar eigen natuur werd tegelijkertijd vervreemd van de natuur zelf, de samenleving en het universum. Het individu werd een dienaar van de kapitalistische moderniteit door vervreemd te zijn van zijn omgeving en vrouwelijkheid. Het resultaat was dat de samenleving kwetsbaar werd voor macht.

De sociale wetenschappen sloten metafysica uit door te stellen dat wetenschap objectief zou zijn en metafysica “irrationeel”. Om deze kritiek beter te begrijpen, is het nodig om de gebruikelijke misvatting omtrent de definitie van metafysica te corrigeren. Metafysica is een filosofische discipline die zich bezighoudt met de zoektocht naar betekenis. Echter, zoals Öcalan stelde, het definiëren van metafysica louter als het zoeken naar betekenis in het goddelijke en in een schepper, en de plaatsing van metafysica lijnrecht tegenover de dialectiek, opent dezelfde mogelijkheid tot intellectuele uitbuiting, zoals positivistische wetenschappers dat ook voor ogen hadden. Onze kritiek op de uitsluiting van de metafysica uit de wetenschap houdt echter verband met een ander punt. Het zijn niet uitsluitend fysieke omstandigheden die een invloed hebben op de vorming van het bestaan. Als dat zo zou zijn, dan kon de mens worden gedefinieerd als “40 liter water, genoeg olie om zeven stukken zeep te maken, genoeg steenkool voor negenduizend potloden, evenveel ijzer als een middelgrote spijker, genoeg kalk om een klein kippenhok te schilderen, een snuifje magnesium en voldoende zwavel om een hond van zijn vlooien te ontdoen”. We gaan ervan uit dat niemand op zo’n manier gedefinieerd wilt worden! Een mens wil gedefinieerd worden door fysisch onmeetbare waarden, zoals goedheid, schoonheid en vriendelijkheid. Als we een meeromvattende definitie van de mens zoeken, raken we nergens indien we metafysica uitsluiten ten behoeve van sciëntisme. Öcalan schreef: “de feiten representeren niet de gehele werkelijkheid, de facto slechts een deel er van”. Toen Nietzsche “God is dood” schreef, zag West-Europa filosofie en wetenschap als de bron van alle moraal, waarden en normen en orde in het universum. Nietzsche adresseerde dat de wil alles te verklaren aan de hand van wetenschap kan leiden tot onttrekking aan de sociale moraal en hij omschreef dit proces als nihilisme. De kracht van betekenis plaatste hij in tegenstelling tot nihilisme. Daarom bekritiseren wij de wetenschappelijke uitsluiting van metafysica.

Als we wetenschap definiëren als “de meest geavanceerde interpretatie van betekenis”, betekent zo’n nauwe band met macht ofwel een nederlaag van de wetenschap ofwel een ernstig probleem in de definitie van wetenschap. De relatie van dit probleem met het positivisme is sterker dan we ons kunnen voorstellen. Hoewel het positivisme de metafysica en religie zeer bekritiseert, streeft het ernaar problemen op te lossen met de zuiverst materialistische benadering, wat nog regressiever is dan religie en metafysica. Met haar schijn van “objectiviteit” ten opzichte van uitbuiting en oorlog negeert zij haar verantwoordelijkheid in de oplossing van maatschappelijke problemen. Op deze manier heeft het het de macht makkelijker gemaakt. Daarom heeft de wetenschap nood aan een nieuwe interpretatie van betekenis.

Jineolojî zal zich inzetten om deze verdraaiing van de wetenschap te overwinnen. Het zal de rol van vrouwen als oprichters, instandhouders en ontwikkelaars van de maatschappij aan het licht brengen, zodat een betekenis van het sociaal leven ontwikkeld kan worden. Dit is mogelijk door een wetenschappelijke aanpak die verder gaat dan propaganda en demagogie. Daarom neemt jineoloji de taak op zich om de kennis terug te geven aan haar eerste schepper door de verbinding met ethiek en esthetiek te herstellen.

Versnippering in de sociale wetenschappen kan overkomen worden met Jineologie

Versnippering in de domeinen en methoden van de sociale wetenschappen leidde tot fragmentatie van haar paradigma. Dit resulteerde in een diepgewortelde paradigmatische fragmentatie in de politiek, sociologie, economie, geschiedenis, filosofie, epistemologie, archeologie, etnologie, geografie, ethiek, esthetiek en natuurweten-schappen. In plaats van de samenleving als een geheel te interpreteren richtten de verschillende disciplines zich elk op hun nauw afgebakende domein.

Deze scheiding van de wetenschappelijke disciplines werd uitgelegd door een beroep te doen op de objectiviteit en onpartijdigheid van de wetenschap. Terwijl de perceptie van onpartijdigheid een breuk met sociale waarden teweeg-bracht, leidde het er tegelijkertijd toe dat het sociale weefsel niet in zijn geheel werd benaderd. De sociale wetenschappen probeerde de geschiedenis zonder filosofie te interpreteren. Universele wetten werden benadrukt en samenlevingen werden onbezwaard door de geografie van de leefgebieden van mensen geïnterpreteerd. Het resultaat was een interpretatie van de samenleving waarin vrouwen werden genegeerd en kwetsbaar werden gemaakt voor elk doel. Vrouwen werden geobjectiveerd, verlamd. Daarbij werd het sociaal weefsel zo geconstrueerd dat vrouwen als inferieur werden gezien. De wetenschap desintegreerde door een scientisme versnipperd door de machtshebbers. Ook de samenleving viel uit elkaar. Vrouwen die vertegenwoordigd waren in elk aspect van het leven werden gedegradeerd tot een lucratief handelswaar. Het is belangrijk te beseffen welke rol de wetenschap in dit proces had en deze radicaal te bekritiseren in het van de sociale bevrijdingsstrijd.

Door zich af te vragen waarom de vrouw, die de essentie vormde van het sociale karakter en de schepper van de gemeenschap is, geen plaats heeft in de sociale wetenschappen zal jineolojî zich verder ontwikkelen. Jineolojî realiseert zich ook dat het een bewuste keuze van de sociale wetenschappen was om vrouwen niet to een fundamenteel onderwerp van haar studie te maken. Jineolojî gelooft dan ook niet dat louter de analyse van vrouwen in de sociale wetenschappen voldoende is. We geloven in de noodzaak van een doorbraak die het bestaan van de vrouw in al haar facetten definieert en zo verder gaat dan de versnipperde benadering in de huidige sociale wetenschappen.

Jineolojî neemt de verantwoordelijkheid op vorm te geven aan Öcalan’s analyse: “een nieuwe structurering van de sociale wetenschappen is nodig voor de opbouw van een meer democratisch, genderbevrijdde en ecologische samenleving.” Het is daarom dat ongeacht het onderwerp waar zij zich op richt, de sociale wetenschappen allereerst moet strijden voor deze herstructurering. Een radicale kritiek en evaluatie van de sociale wetenschappen, die het bastion van positivisme en liberalisme zijn geworden, vanuit het oogpunt van de vrouw en van sociale revolutie zal de basistaak zijn van Jineolojî.

Het voorstellen, uitdiepen en ontwikkelen van Jineoloji is een allesomvattend kritiek op, en breuk met, de huidige sociale wetenschappen. Wanneer het zichzelf versterkt op het gebied van inhoud, kennisstructuren en onderzoeks-methoden en gesocialiseerd raakt, kunnen we stellen dat jineolojî een cruciaal potentieel zal vormen in het te boven komen van de huidige crisis in de sociale wetenschappen.

 

Volgende keer gaan we verder met deel 2 van de informatiefolder van het Jineolojî Committee Europe met de titel ‘Jineoloji