De Autonome Vergadering van Shengal roept Irak op om Turkse aanvallen te stoppen

7 oktober 2022
  • Zuid-Koerdistan

Het Yazidi-volk dat de ISIS-genocide in hun oude woonplaats Shengal (Sinjar) in de Koerdistan-regio van Irak heeft overleefd, is het doelwit geweest van de aanvallen van Turkije sinds ze hun autonome regering en verdedigingstroepen hebben opgebouwd.

Als onderdeel van zijn niet aflatende aanvallen op de Yezidi-nederzetting Shengal (Sinjar) in Zuid-Koerdistan (Noord-Irak), heeft de Turkse staat gisteravond rond 20:15 lokale tijd het Serdesht-kamp en omgeving gebombardeerd. Het door gewapende drones getroffen kamp herbergt leden van de oude Yezidi-gemeenschap die de ISIS-genocide in augustus 2014 hebben overleefd.

De Democratische Autonome Vergadering van Shengal heeft een verklaring vrijgegeven over de steeds verdergaande aanvallen door de Turkse staat, waarin de Iraakse regering wordt opgeroepen de aanvallen te stoppen en de soevereiniteit van het land te beschermen volgens haar verantwoordelijkheden.

De verklaring werd afgelegd door Heci Hecem, medevoorzitter van de Digur Volksvergadering, die de Turkse aanvallen op Rojava (Noord-Syrië), Shengal en andere delen van Zuid-Koerdistan veroordeelde en verklaarde: “Wij, mensen van Shengal, werden niet erkend en beschermd door Irak, ondanks het feit dat we deel uitmaken van de Iraakse staat. Turkije valt momenteel elke centimeter van Iraakse bodem aan, richt zich op de burgerbevolking en schendt de Iraakse soevereiniteit. We roepen de autoriteiten in Irak op hun verantwoordelijkheid te nemen en deze aanvallen te voorkomen.”

Heci Hecem herinnerde aan de genocide die het Yazidi-volk voor de ogen van de wereld heeft meegemaakt, en vervolgde : “Niemand stond ons toen bij. En nu zijn we het doelwit van de aanvallen van de bezettende Turkse staat. Deze aanvallen moeten worden voorkomen. Als de Yazidi-gemeenschap en inwoners van Shengal hebben we onszelf georganiseerd en onze strijdkrachten opgebouwd. We zullen onze zaak niet opgeven en op deze basis zullen we onze strijd tot het einde voortzetten.”