Noors parlementslid stelt schriftelijke vraag aan minister van Buitenlandse Zaken over Turkse aanvallen

28 november 2022
  • Noorwegen

Het Noorse parlementslid Ingrid Fiskaa (SV) stelde een vraag over de Turkse aanvallen op Rojava.

De vraag luidt als volgt: “De secretaris-generaal van de NAVO zegt dat Turkije het recht heeft zich te verdedigen tegen terreurdaden.

Is de minister van Buitenlandse Zaken het met Jens Stoltenberg eens dat de recente bombardementen op Aleppo en Kobane in Syrië zelfverdediging waren, of vindt de minister het in strijd met het internationaal recht om dichtbevolkte gebieden in buurlanden aan te vallen?

Rechtvaardiging

Op zaterdag 19 november lanceerde Turkije een militaire operatie, met aanvallen op Koerdische gebieden in Noordoost-Syrië en Noord-Irak. Turkije heeft verschillende doelen gebombardeerd en beweert dat meer dan 250 mensen zijn omgekomen. Er is ook gemeld dat burgerdoelen, zoals een vluchtelingenkamp, zijn geraakt door de aanval.

Turkije voerde zaterdagavond laat 25 luchtaanvallen uit in de provincie Aleppo en nabij de stad Kobane. Het getroffen gebied wordt gecontroleerd door de door de VS gesteunde Syrische Democratische Krachten (SDF). De SDF speelde een centrale rol in de strijd tegen ISIS in Syrië.

Turkije heeft ook aangekondigd dat het een nieuw grondoffensief zal opvoeren. President Erdogan heeft onder meer verklaard dat “er geen twijfel over bestaat dat deze operatie beperkt zal blijven tot slechts een luchtoperatie.”

Ondanks het feit dat de aanval in strijd is met het verbod van het VN-handvest op een aanvalsoorlog, wachten internationale veroordelingen. Er zijn bijna geen reacties van de NAVO-bondgenoten van Turkije op deze ernstige schendingen van het internationaal recht. En in een interview met SVT zei NAVO-secretaris-generaal Jens Stoltenberg dat de PKK een organisatie is die opereert vanuit zowel Irak als Syrië. Ze worden door de EU en andere organisaties geclassificeerd als terroristen. Turkije heeft het recht zich te verdedigen tegen terreurdaden.”