Vandaag vijf jaar geleden lanceerde Turkije luchtaanvallen op Afrin

20 januari 2023
  • Rojava/Noord- en Oost-Syrië

Op 20 januari 2018 lanceerde Turkije luchtaanvallen op 100 locaties in Afrin, als het begin van een invasie die ze ‘Operatie Olijftak’ noemden.

Het kanton Afrin was het meest westelijke kanton van Rojava en Noord- en Oost-Syrië, de thuisbasis van 200.000 etnische Koerden. Hoewel de bevolking overwegend Koerdisch was, woonden er naast soennitische moslims diverse religieuze groeperingen, waaronder Yezidi’s, alawieten en christenen.

De opgegeven reden voor de invasie was om de Turkse grens te beveiligen tegen grensoverschrijdende aanvallen vanuit Afrin. Maar uit een BBC-onderzoek bleek dat de Turkse regering de aangehaalde cijfers schromelijk had opgeblazen om de invasie te rechtvaardigen, en beweerde een cijfer van 700 grensoverschrijdende incidenten die alleen uit Afrin afkomstig waren, terwijl Turkije in werkelijkheid slechts 26 grensoverschrijdende aanvallen uit heel Syrië samen ondervond.

De Turkse luchtmacht ‘beschoten lukraak burgers’ en YPG/YPJ-posities, terwijl een grondaanval werd uitgevoerd door facties en milities die waren georganiseerd onder de paraplu van het door Turkije gesteunde Nationale Leger.

Op 15 maart hadden door Turkije gesteunde milities de stad Afrin omsingeld en onder artilleriebombardementen geplaatst. Een Turkse luchtaanval trof het enige functionerende ziekenhuis van de stad, waarbij 16 burgers om het leven kwamen.

Burgers vluchtten en de Syhrische Democrstische Krachten (SDF) trokken zich terug, en op 18 maart bezet Turkije de facto Afrin. Tussen de 400 en 500 burgers kwamen om bij de invasie, overwegend als gevolg van Turkse bombardementen. Andere burgers werden standrechtelijk geëxecuteerd in het veld.

Voorafgaand aan de Turkse invasie was het een van de meest vreedzame en veilige delen van Syrië, waar tijdens de burgeroorlog vrijwel nooit gevechten plaatsvonden, afgezien van incidentele schermutselingen tussen YPG/YPJ en jihadistische troepen aan de grenzen. Als gevolg hiervan bood Afrin een vreedzaam toevluchtsoord aan meer dan 300.000 intern ontheemden van elders in Syrië.