Terugblik: 77 jaar geleden werd de Komara Kurdistanê uitgeroepen

22 januari 2023

Op 22 januari 1946 werd in de stad Mahabad in Iran de “Komara Kurdistanê” uitgeroepen. Hoewel van zeer korte duur, is de Koerdische Republiek, die bijna elf maanden bestond, nog steeds een symbool van Koerdisch zelfbestuur. Ondanks zijn historisch belang is het tot op heden een beetje een stiefkind van historisch onderzoek gebleven, maar ter gelegenheid van 22 januari willen we de eerste Koerdische republiek die met de hulp van de Sovjet-Unie werd gevormd herdenken in een compilatie van twee artikelen door de historicus en intieme kenner van de Koerdische geschiedenis Nick Brauns.

De Koerdische droom van een eigen staat [of een autonoom zelfbestuur, noot] leek meerder malen binnen handbereik te zijn. Maar keer op keer moesten de Koerden de ervaring opdoen dat ze slechts pionnen zijn op het schaakbord van de grote en koloniale machten.

De jonge Qazî Mihemed © Azad Salawati Archive

Tijdens de Tweede Wereldoorlog vielen de geallieerde Britse en Sovjet-troepen Zuid- en Noord-Iran binnen. Het Koerdische gebied rond Mahabad bevond zich in een onbezet machtsvacuüm. Om de Amerikaanse en Britse invloed te verminderen en olieconcessies in Noord-Perzië te verkrijgen, legden Sovjetagenten contacten met Koerdische intellectuelen en stamleiders.

Met name het Comité voor de Verrijzenis van Koerdistan (Komala), opgericht in Mahabad in 1943 [waarvan het hoofddoel is samen te vatten in de formule “autonomie voor Koerdistan, democratie voor Iran”, red.], kwam steeds meer onder invloed van Moskou. Op advies van de Sovjet-Unie koos de ondergrondse organisatie de gerespecteerde rechter en religieuze leider Qazî Mihemed (Ghazi Mohammed) tot voorzitter, trad vervolgens in 1945 in de openbaarheid  en hernoemde zichzelf tot de Democratische Partij van Koerdistan – Iran (DPKI). Het manifest van de DKPI verwees naar de beloften van het Atlantisch Handvest en eiste autonomie voor de Koerden in Iran, Koerdisch als instructietaal en officiële taal, de ontwikkeling van de economie en het gezondheids- en onderwijssysteem, evenals vreedzame betrekkingen met de andere etnische groepen in Iran.

Qazî Mihemed © Azad Salawati Archief

Nadat in Tabriz een autonome republiek Azerbeidzjan onder communistische leiding was uitgeroepen, hijste Qazî Mihemed op 15 december 1945 in aanwezigheid van Sovjetofficieren in Mahabad de rood-wit-groene Koerdische nationale vlag met de gele zon. Er werden een “Koerdische volksregering” en een 13-koppig parlement gevormd. Toen de door de president aangestelde Qazî Mihemed op 22 januari officieel de republiek uitriep op het Çarçira-plein (Vier Lampen-plein), droeg hij de witte tulband van zijn religieuze ambt met een generaalsuniform van het Rode Leger als symbool van de tegenstrijdige alliantie tussen de Sovjet-Unie en de Koerdische stammen. De nieuw opgerichte republiek omvatte ongeveer een derde van het Koerdische nederzettingsgebied in Iran ten noorden van Saqqez met ongeveer een miljoen inwoners. Het strekte zich uit van Baneh en Sardasht in het zuiden langs een smalle strook van de Iraakse en Turkse grens tot Maku en de Sovjetgrens. Mahabad fungeerde als een magneet voor Koerdische patriotten in alle delen van de vierstatennatie. Maar hun werkelijke invloed bleef beperkt tot stedelijke centra, aangezien veel vrome Koerden zich op afstand hielden van de republiek die werd gevormd onder de bescherming van de atheïstische Sovjet-Unie.

Het kabinet van de Komara Koerdistanê © Azad Salawati Archief

“De dorpen werden bestuurd door hun oude landheren en door stamhoofden met de hulp van een politiemacht die was gerekruteerd uit de lokale bevolking en gekleed in Koerdische klederdracht. De politie stond echter onder bevel van officieren in Sovjet-uniform die in Mahabad waren gestationeerd”, beschreef Archie Roosevelt Jr., plaatsvervangend militair attaché van de VS in Teheran, een bezoek aan de Koerdische republiek. “Mahabad zelf was getransformeerd van een typisch saaie Perzische provinciestad in een schilderachtige en kleurrijke stad, waarvan de straten vol waren met Koerden in hun nationale klederdracht – op dat ogenblik niet gehinderd door de haat van de Iraanse soldaten en politie.”

De Ala Komara Koerdistanê; een rood-wit-groene driekleur met in het midden het wapen van de republiek: een stralende zon als symbool van vrijheid, een pen als symbool van cultuur en wetenschap, en een korenkrans die productie en werk belichaamt. | Wikimedia Commons

De Republiek behaalde haar grootste successen op cultureel gebied. De ascetisch levende en kosmopolitische Qazî Mihemed benoemde de twee dichters Hejar en Hêmin Mukrîyanî tot zijn adviesraad. Koerdisch werd de officiële taal en instructietaal. Schoolboeken en tijdschriften – ook voor vrouwen en kinderen – werden gepubliceerd op een door de USSR ter beschikking gestelde drukpers.

Het is waar dat Koerdische dichters lofzangen schreven aan Stalin als de “bevrijder van de onderdrukte volkeren”. Maar binnen de DPKI, die aanvankelijk gericht was op sociale hervormingen, verhinderden pas gearriveerde feodale landeigenaren landhervormingen. Deze conservatieve krachten werden versterkt door de partizanenleider Mollah Mustafa Barzani, die met duizend stamstrijders en hun families van Iraakse troepen naar Iran vluchtte. Op Sovjetbevel maakte Barzani zijn mannen ondergeschikt aan de Koerdische Republiek.

Qazî Mihemed (midden) © Azad Salawati Archief

Koerdische officieren van het Iraakse leger deserteerden om hun kennis te lenen aan de Nationale Strijdkrachten van Mahabad, en de in Koerdistan geboren officier van het Rode Leger, Saladin Kasimov, werd gestuurd als militair adviseur. De beloofde militaire hulp van de Sovjet-Unie kwam echter grotendeels niet uit. Toen het Rode Leger zich in november 1946 terugtrok uit Iran in overeenstemming met het verdrag, was dat de doodsteek voor de Azerbeidzjaanse en Koerdische republieken. Belangrijke stamleiders hadden vanwege bijzondere belangen allang vrede gesloten met Teheran. Op 16 december 1946 viel het Iraanse leger zonder slag of stoot Mahabad binnen. [Opmerking: Barzani en zijn troepen boden geen weerstand. Engeland koos op zijn beurt de kant van de sjah.] Barzani vluchtte met 500 van zijn krijgers naar Sovjet-ballingschap. Op 17 en 18 december werden talloze Koerden, waaronder Qazî Mihemed, gearresteerd. Qazî Mihemed werd samen met zijn neef Seif en zijn broer Sadr bij zonsopgang op 31 maart 1947 geëxecuteerd op het Vier Lampen- plein in Mahabad. [Opmerking: de jaren die volgden werden opnieuw gekenmerkt door bloedige repressie door het leger van de sjah en veiligheidstroepen onder de Pahlavi-monarchie.]

Peshmerga van de Koerdische Republiek © Azad Salawati Archives