- Rojava/Noord- en Oost-Syrië
De eerste zitting van de Volksraad (het parlement) onder de interim-regering, die na eerdere uitstel oorspronkelijk gepland stond voor 8 juni, is opnieuw uitgesteld vanwege de aanhoudende onzekerheid over het politieke en wetgevende proces in Syrië.
Waarnemers schrijven het uitstel toe aan complexe veiligheids-, politieke en etnische uitdagingen, evenals aan tekortkomingen bij de vorming van de raad en de mechanismen die worden gebruikt om de leden ervan te selecteren, met name in de regio’s van Rojava.
In dit verband verklaarde advocaat Hussein dat „de val van het Assad-regime en de machtsovername door Hay’at Tahrir al-Sham in Damascus een politiek, juridisch en wetgevend vacuüm in Syrië hebben gecreëerd, wat heeft geleid tot de verlamming van de staatsinstellingen.”
Hussein merkte op dat de interim-regering er tot nu toe niet in is geslaagd deze instellingen weer operationeel te maken zodat ze hun taken kunnen uitvoeren, ondanks het feit dat ze al bijna twee jaar aan de macht is, wat bijdraagt aan het voortdurende institutionele vacuüm.
Hussein zei dat een van de belangrijkste redenen voor het uitstellen van de inaugurele zitting van de raad – die aanvankelijk gepland stond voor mei en vervolgens werd verplaatst naar 8 juni – de aanhoudende onstabiele veiligheidssituatie in het land is. Hussein noemde ook regionale complicaties, waaronder de ontwikkelingen in Sweida, de aanhoudende spanningen in gebieden waar Turkse militaire en bestuurlijke aanwezigheid heerst, zoals Serekaniye, Afrin, Gire Spi, Azaz, al-Bab en Idlib, evenals wat hij omschreef als inmenging in de binnenlandse aangelegenheden van Syrië.
Hussein wees verder op aanhoudende schendingen van de veiligheid tegen verschillende gemeenschappen, waaronder herhaalde incidenten van moorden en ontvoeringen, samen met de toenemende activiteit van ISIS-cellen na de ontruiming van het al-Hol-kamp en de ISIS-detentiecentra, nadat deze onder controle waren gekomen van de strijdkrachten van de interim-regering, temidden van verslechterende economische en levensomstandigheden.
Hussein voegde hieraan toe dat een andere factor het gebrek aan duidelijkheid en transparantie is bij de selectie van leden van de Volksraad uit Hasakah, Raqqa en Deir ez-Zor, naast de uitdagingen rond de benoeming van het derde deel van de leden dat door de president wordt aangewezen, temidden van zowel binnenlandse als internationale druk.
Hij legde uit dat het Syrische parlement uit 210 leden bestaat, waarvan er 70 volgens de huidige regeling door interim-president Ahmed al-Sharaa worden benoemd.
Volgens Hussein heeft het ontbreken van stabiele politieke en wetgevende instellingen de parlementaire zittingen verder vertraagd, wat nog wordt verergerd door de verslechterende economische omstandigheden in het land.
Hussein concludeerde dat sommige partijen binnen de interim-regering ernaar streven de bijeenkomst van het parlement uit te stellen om verantwoording te hoeven afleggen over de misdaden die zijn begaan aan de Syrische kust en in Sweida, of uit bezorgdheid dat nieuwe wetgeving de heersende politieke en veiligheidschaos zou kunnen beperken.
Hussein benadrukte ook dat de vertraging bij het houden van parlementaire zittingen de politieke apathie en wanorde heeft versterkt, met name door het ontbreken van een wet die politieke partijen reguleert, zwakke controle over veiligheids-, economische en wetgevende aangelegenheden, en de voortdurende buitenlandse inmenging in de binnenlandse aangelegenheden van Syrië, gepaard gaande met schendingen van de nationale soevereiniteit.
Tevens meldde Hussein dat het voortdurende ontbreken van constitutionele en wettelijke kaders een ernstig risico vormt tijdens de huidige overgangsfase, vooral omdat het bestuur berust op benoemingen, ontslagen en decreten die later kunnen worden gewijzigd of ingetrokken.
Bron: ANHA