In het kader van het proces voor vrede en een democratische samenleving in Turkije is het voorstel voor de kaderwet met bijna 360 handtekeningen bij het parlement ingediend.
De artikelen van het „Wetsvoorstel ter versterking van de nationale solidariteit en sociale integratie”, dat woensdag openbaar is gemaakt, luiden als volgt:
Bepalings- en verificatiebevoegdheid: Het bepaalt dat de volledige ontbinding en ontwapening van de organisatie, met inbegrip van alle organisatiestructuren en elementen die onder haar controle staan, door de veiligheidsinstanties moet worden vastgesteld en door de Nationale Veiligheidsraad moet worden geverifieerd.
Toepassingsgebied: Het wetsvoorstel heeft betrekking op de strafbare feiten van het oprichten of leiden van de PKK/KCK, het lidmaatschap van de organisatie, het willens en wetens verlenen van hulp aan de organisatie en het verspreiden van haar propaganda, alsmede op misdrijven gepleegd in het kader van de activiteiten van de organisatie en strafbare feiten die ten gunste van de organisatie zijn gepleegd op grond van Wet nr. 6415 inzake de preventie van de financiering van terrorisme.
Uitsluitingen: Onderzoeken en vervolgingen met betrekking tot het misdrijf van opzettelijke moord gepleegd in het kader van de activiteiten van de organisatie, alsmede misdrijven gepleegd vóór 1 juni 2005 waarop levenslange gevangenisstraf of verzwaarde levenslange gevangenisstraf staat, vallen buiten het toepassingsgebied van het wetsvoorstel.
Onderzoek en vervolging: Beoordelingen met betrekking tot personen die onder de wet vallen, worden uitgevoerd door de autoriteiten die momenteel de desbetreffende onderzoeken en vervolgingen behandelen. Verzoeken om onder deze wet te vallen, kunnen echter worden ingediend bij het Openbaar Ministerie in de woonplaats van de verzoeker of bij door de Raad aangewezen instellingen.
Opschorting van onderzoeken en vervolgingen: Onderzoeken en vervolgingen worden voor vijf jaar opgeschort in zaken betreffende strafbare feiten waarop een maximale straf van 15 jaar of minder staat, en voor tien jaar in zaken betreffende strafbare feiten waarop een gevangenisstraf van meer dan 15 jaar, levenslange gevangenisstraf of verzwaarde levenslange gevangenisstraf staat.
Beroepen en bezwaren tegen het besluit kunnen binnen twee weken worden ingediend.
Indien aan de wettelijke voorwaarden is voldaan, worden aanhoudingsbevelen en gerechtelijke controlemaatregelen met betrekking tot strafbare feiten waarvoor een opschortingsbesluit is uitgevaardigd, opgeheven.
Voor zaken die in hoger beroep in behandeling zijn, wordt de uitspraak vernietigd en zal de rechtbank van eerste aanleg een opschortingsbesluit uitvaardigen. Indien er tijdens de vastgestelde opschortingsperiode geen nieuw strafbaar feit wordt gepleegd, wordt een besluit tot niet-vervolging of seponering van de zaak uitgevaardigd.
Opschorting van straffen: Gevangenisstraffen met een totale duur van 15 jaar of minder worden voor vijf jaar opgeschort.
Veroordelingen met een totale gevangenisstraf van meer dan 15 jaar, evenals levenslange gevangenisstraf of verzwaarde levenslange gevangenisstraf, worden door een beslissing van de uitvoeringsrechter voor tien jaar opgeschort, onder voorbehoud van het recht op beroep.
Indien tijdens de opschortingsperiode geen nieuw strafbaar feit wordt gepleegd, wordt de opgelegde straf geacht te zijn uitgezeten.
Verjaringstermijn: Tijdens de opschortingsperiode loopt de verjaringstermijn voor vervolging en de tenuitvoerlegging van straffen niet.
Verlies van rechten: Opschortingsbesluiten worden periodiek door de Raad herzien. Indien dit noodzakelijk wordt geacht, kan de Raad de vrederechter in strafzaken, de bevoegde rechtbank of de uitvoeringsrechter verzoeken om de rechtsbeperkingen die voortvloeien uit het onderzoek, de vervolging of de veroordeling volledig op te heffen.
Voor opschortingsbesluiten van vijf jaar moeten ten minste twee jaar zijn verstreken vanaf de datum van het besluit. Voor opschortingsbesluiten van tien jaar moeten ten minste drie jaar zijn verstreken.
Toezicht, coördinatie en uitvoering: Een raad, bestaande uit de vicepresident, die als voorzitter fungeert, samen met de minister van Justitie, de minister van Buitenlandse Zaken, de minister van Binnenlandse Zaken, de minister van Defensie, de secretaris-generaal van het presidentschap, de directeur van de Nationale Inlichtingendienst (MIT) en de secretaris-generaal van de Nationale Veiligheidsraad, zal toezicht houden op en de uitvoering van de wet evalueren.
De coördinatie van de raad wordt verzorgd door het secretariaat-generaal van het presidentschap.
Er wordt een toezichtcommissie van de Grote Nationale Vergadering van Turkije (TBMM), bestaande uit 17 leden, opgericht om toezicht te houden op de activiteiten die in het kader van deze wet worden uitgevoerd.
Overgave en ontwapening: Er is bepaald dat de circulaire betreffende de registratieprocedure gezamenlijk zal worden opgesteld door het Ministerie van Nationale Defensie en het Ministerie van Binnenlandse Zaken, na het inwinnen van de adviezen van de veiligheidsinstanties.
Aanvraagtermijn: Personen die van deze wet gebruik willen maken, moeten binnen zes maanden na de publicatie van het besluit van de Nationale Veiligheidsraad in het Staatsblad een schriftelijke aanvraag indienen.