EUROPA

Aydar: De wet uitvoeren en de weg vrijmaken voor een actieve rol van Öcalan

Aydar: De wet uitvoeren en de weg vrijmaken voor een actieve rol van Öcalan
  • Brussel

Met de inwerkingtreding van de kaderwet is het proces voor vrede en een democratische samenleving een nieuwe fase ingegaan. Hoe deze in de praktijk vorm zal krijgen, hangt volgens Zübeyir Aydar vooral af van de vraag of de voorziene mechanismen daadwerkelijk in gang worden gezet en of er voor de Koerdische vertegenwoordiger Abdullah Öcalan voorwaarden worden geschapen voor een actieve deelname aan het proces.

Aydar, die lid is van de uitvoerende raad van het Nationaal Congres van Koerdistan (KNK), noemde de wet tegenover ANF Nieuwsagentschap, ondanks de tekortkomingen ervan, een belangrijke eerste stap. Tegelijkertijd bekritiseerde hij dat er meer dan een maand na de publicatie ervan nog steeds geen essentiële structuren waren opgezet. Een duurzame oplossing voor de Koerdische kwestie kan zich sowieso niet beperken tot deze wet. Er zijn juridische garanties nodig voor identiteit, taal en cultuur, evenals voor politieke activiteit en maatschappelijke organisatie.

Verbonden zijn met de gesneuvelden betekent verbonden zijn met de strijd

Aan het begin van zijn terugblik op het proces dat al bijna twee jaar duurt, herdacht Aydar de recent bekendgemaakte gesneuvelden van de Koerdische vrijheidsbeweging. De decennialange periode van gewapende strijd heeft een zware tol geëist. De manier waarop de samenleving met deze erfenis omgaat, mag zich daarom niet beperken tot herdenkingsbijeenkomsten. „Het volk staat achter zijn gesneuvelden. Dat is heel belangrijk. Er is een grote strijd en een lange oorlog geweest, waarvoor een hoge prijs is betaald. Een van de hoogste prijzen is de dood van onze gesneuvelden”, zei Aydar. Verbonden zijn met hen betekent tegelijkertijd „verbonden zijn met de waarden, het proces en de eigen organisatie”.

De taak bestaat erin de doelen na te streven waarvoor zij hebben gestreden: „We staan vandaag nog steeds waar we vanaf het begin stonden. Niets anders dan de vrijheid van dit volk kan ons tevredenstellen. Dat is de erfenis van onze gesneuvelden.“ Aydar betuigde in het bijzonder zijn medeleven aan de families van de gesneuvelden. Het doel moet zijn om op een dag tegen hen te kunnen zeggen: „We hebben jullie doelen verwezenlijkt.“

Kritiek op vertraging

Aydar richtte zijn kritiek vooral op het feit dat de kaderwet tot nu toe nog niet in de praktijk is gebracht. Er is al meer dan een maand verstreken sinds de publicatie ervan in het staatsblad. Het overkoepelende orgaan dat onder het presidentschap valt, is weliswaar één keer bijeengekomen, maar de overige geplande structuren zijn nog niet opgezet. „Dat is een aanzienlijke vertraging”, zei Aydar. Met name is het orgaan, waarbinnen Öcalan actief zou kunnen worden, nog niet gevormd. Ook zijn detentieomstandigheden zijn niet veranderd.

„Niemand is tot nu toe naar hem toegegaan; in deze fase heeft er geen gesprek met hem plaatsgevonden. Er is dus in zekere zin opnieuw isolatie toegepast. Terwijl de gesprekken direct na de publicatie van de wet hadden moeten beginnen.“ Op het moment van het gesprek stond het bezoek van een delegatie aan Imrali, dat was aangekondigd voor 14 september en de dag ervoor had plaatsgevonden, nog op het programma. De ontmoeting heeft inmiddels plaatsgevonden. Dit verandert niets aan Aydars fundamentele kritiek op de uitvoering tot nu toe: de gesprekken met Öcalan hadden volgens hem al veel eerder moeten beginnen. De vertraging is niet te wijten aan de Koerdische vrijheidsbeweging, maar aan de regering.

Öcalan moet bezoekers kunnen ontvangen, met de media kunnen spreken, zich in het openbaar kunnen uitspreken en rechtstreeks in het proces kunnen ingrijpen. „Vanuit ons standpunt bestaat de eerste stap erin de situatie van Abdullah Öcalan zodanig te veranderen dat hij zich vrij kan bewegen, verantwoordelijkheid voor het proces kan nemen en het in de praktijk kan leiden.” Ondanks de tekortkomingen ervan heeft de Koerdische kant de kaderwet als een stap in de goede richting beschouwd en zal zij de daaruit voortvloeiende stappen zetten. Nu moet echter blijken hoe Ankara de wet daadwerkelijk toepast. De voorziene organen moeten hun werk opnemen en Öcalan moet samen met zijn secretariaat zichtbaar bij het proces worden betrokken. „Vervolgens moeten, in overeenstemming met de voorbereidingen, beslissingen worden genomen in de Nationale Veiligheidsraad en moeten de in de wet voorziene mechanismen in gang worden gezet. Het proces mag niet verder worden vertraagd.“

De Koerdische kwestie kan niet met één wet worden opgelost

Aydar beschouwt de kaderwet zelf niet als een oplossing voor de Koerdische kwestie, maar als een instrument voor de overgang van het gewapende conflict naar een politiek en juridisch niveau. Het gaat in wezen om een veiligheidswet en moet daarom als een eerste stap worden gezien. Met de hervatting van de parlementaire werkzaamheden moeten volgens hem eerst de juridische belemmeringen worden weggenomen die de Koerdische identiteit, taal, cultuur en organisatie beperken. Daarna moet een stappenplan volgen voor verdere politieke en wettelijke veranderingen. Aydar wees daarbij op een fundamentele tegenstrijdigheid: de wet voorziet weliswaar in het neerleggen van de wapens en de terugkeer van guerrillaleden naar Turkije, maar schept nog niet de politieke voorwaarden voor wat er daarna moet gebeuren.

„Bestaat er in Turkije een klimaat waarin de terugkerende mensen vrij politiek kunnen bedrijven? Is er de mogelijkheid om zich vrij te organiseren? Op dit moment is die er niet.” Daarom moeten de politieke en juridische omstandigheden worden weggenomen die de gewapende strijd überhaupt hebben veroorzaakt. Daartoe behoren de juridische erkenning van de Koerdische identiteit, evenals het waarborgen van de Koerdische taal en cultuur en het recht op vrije organisatie en politieke activiteit. De Koerden zijn vandaag de dag een volk waarvan het bestaan feitelijk wordt erkend, maar juridisch gezien worden ze nog steeds genegeerd en ontkend. Deze feitelijke realiteit moet juridisch worden erkend. Pas dan kan er sprake zijn van een oplossing voor de Koerdische kwestie.”

Democratisering en de oplossing van de Koerdische kwestie horen bij elkaar

Volgens Aydar zijn een oplossing voor de Koerdische kwestie en de democratisering van Turkije onlosmakelijk met elkaar verbonden. De rechtsstaat, een onafhankelijke rechterlijke macht en gelijke burgerrechten maken net zo goed deel uit van een politieke oplossing als de erkenning van collectieve Koerdische rechten. „Turkije kan de Koerdische kwestie niet oplossen zonder te democratiseren. Democratie is nodig voor iedereen. Tegelijkertijd kan de democratie in Turkije zich niet op de noodzakelijke wijze ontwikkelen en duurzaam worden zolang de Koerdische kwestie onopgelost blijft.“ Aydar verwees naar de brede parlementaire meerderheid van 467 stemmen voor de kaderwet. Ook bij verdere democratiseringsstappen moet een vergelijkbare consensus tot stand worden gebracht. Het gaat daarbij niet alleen om de Koerdische bevolking. Ook de eisen van de alevieten en andere maatschappelijke en religieuze groepen moeten op basis van gelijke rechten worden behandeld. Evenzeer is een rechtsstelsel nodig dat onafhankelijk van de regering functioneert. „Het opheffen van de verboden tegen de Koerden is uiteraard noodzakelijk, maar op zichzelf niet voldoende. Heel Turkije heeft democratie nodig.”

Nieuwe fase in de democratische strijd

Volgens Aydar betekent het einde van de gewapende strijd niet het begin van een fase van politieke passiviteit. Integendeel, de maatschappelijke en politieke organisatie moet nu de rol overnemen die decennialang in wezen door de gewapende strijd werd bepaald. „De Koerdische politieke beweging voert momenteel een dialoog met Turkije. Ze wil de kwestie van het geweld verplaatsen naar het politieke en juridische vlak. Dat is zowel in het belang van de Koerden als van heel Turkije.“ De onderhandelingen zelf maken deel uit van de politieke strijd. Daarom mag de kaderwet niet worden opgevat als een signaal dat het conflict over rechten is beëindigd.

„Met één wet is niet ineens alles voorbij en gaat iedereen naar huis. De Koerden moeten zich op alle gebieden serieus organiseren. Een ongeorganiseerd volk is niets meer dan een grote menigte. Elk volk bestaat dankzij zijn organisatie.” Terwijl voorheen oorlog, gewapende conflicten en guerrillastrijd het politieke dagelijks leven bepaalden, moet de ontstane ruimte nu maatschappelijk worden ingevuld. „We zeggen nu tegen de guerrilla: stop, wacht daar even. We willen wat jullie tot nu toe hebben gedaan, bereiken met een andere strijdvorm – democratisch, vreedzaam en politiek.“ Dat betekent tegelijkertijd meer verantwoordelijkheid voor de bevolking, maatschappelijke organisaties en politieke actoren: „We moeten harder werken. De last die tot nu toe door de guerrilla werd gedragen, en de leemte die daardoor is ontstaan, moeten worden overgenomen door het volk, door maatschappelijke krachten en politieke actoren.“

Een oplossing in Turkije heeft gevolgen voor de hele regio

Aydar beschouwde de Koerdische kwestie tegelijkertijd als een regionale kwestie. Ontwikkelingen in Turkije zouden directe gevolgen hebben voor Syrië, Irak en Iran en daarmee voor de politieke orde van het Midden-Oosten als geheel. Terwijl de regio wordt gekenmerkt door oorlogen, bewapening en nieuwe militaire confrontaties, wordt in de Koerdische kwestie een andere weg besproken: „We hebben het hier over vrede. De problemen hier kunnen alleen op vreedzame wijze worden opgelost. Hoe lang je ook oorlog voert – op een gegeven moment moet je weer met elkaar om de tafel gaan zitten.” Een democratische verstandhouding tussen Koerden en Turken in Turkije zou daarom een effect kunnen hebben dat ver buiten de landsgrenzen reikt. “De Turks-Koerdische vrede en een gezamenlijke verstandhouding zouden zich in de vorm van vrede, stabiliteit en democratie op de regio uitwerken.” Een vreedzame oplossing in Turkije zou met name de ontwikkelingen in Syrië, Irak en Iran beïnvloeden. De Koerdische kwestie kan daarom niet binnen de staatsgrenzen van één enkel land worden bekeken.

Rojava: „Integratie is geen assimilatie“

Met het oog op Syrië noemde Aydar de gesprekken tussen het zelfbestuur in Noord- en Oost-Syrië en de overgangsregering in Damascus belangrijk, maar wees hij op nog onopgeloste kwesties. Met name taal, onderwijs en cultuur zijn ondanks het akkoord van 30 januari nog niet definitief geregeld. Als Damascus het Koerdisch als een nationale taal van Syrië erkent, moeten daar concrete rechten uit voortvloeien. „Dan moeten alle beperkingen op de taal worden opgeheven. In Rojava moet Koerdisch de onderwijstaal zijn, van de basisschool tot de universiteit.“ Het recht op onderwijs in de moedertaal mag bovendien niet beperkt blijven tot Rojava, aangezien Koerden in verschillende delen van Syrië wonen. Aydar sprak zijn uitdrukkelijke steun uit voor de protesten tegen beperkingen op het Koerdisch-talige onderwijs.

Ook politieke integratie kan niet betekenen dat alleen de bestaande structuren van Rojava zich aanpassen aan een ongewijzigde centrale staat. „Integratie is geen assimilatie. Integratie is ook niet eenzijdig. De Koerden zullen zich in Syrië integreren, maar ook de Syrische centrale regering moet zich op deze integratie instellen. Het gaat om wederzijdse integratie. Als slechts één partij zich aan de andere moet aanpassen, is dat assimilatie.” Tegelijkertijd waarschuwde Aydar voor Arabisch-nationalistische, islamistische en chauvinistische krachten in Syrië. De recente incidenten in Kobanê moeten zowel door het zelfbestuur als door Damascus onmiddellijk worden opgehelderd. De ontvoering en moord op een Koerdische strijder zijn onaanvaardbaar. De verantwoordelijken moeten worden opgespoord en ter verantwoording worden geroepen, voordat dergelijke incidenten het politieke proces in zijn geheel in gevaar brengen.

Şengal: autonomie en zelfbescherming waarborgen

Ook de gesprekken tussen het zelfbestuur van Şengal en de Iraakse regering noemde Aydar in principe noodzakelijk. Daarbij moeten echter de belangen van de yezidische bevolking zelf het uitgangspunt van elke overeenkomst vormen. Centraal staan de veiligheid van de bevolking, de terugkeer van de ontheemden en de toekomstige politieke orde van Şengal. Er zijn gezamenlijke structuren nodig waarin degenen vertegenwoordigd zijn die bij de praktische uitvoering betrokken zijn. „Het kader moet er zo uitzien dat de Koerdisch-yezidische identiteit wordt beschermd en dat de mensen binnen Irak op wettelijke basis een autonome status hebben en zichzelf kunnen besturen.“ Een mogelijke integratie in staatsstructuren mag daarom niet beginnen met de opheffing van de bestaande autonomie. „Allereerst moet de autonome status worden geregeld en beschermd. Om te voorkomen dat de aanvallen en het leed van 2014 zich herhalen, moet dit volk in staat zijn zichzelf te beschermen.“

„De poorten van Imrali moeten worden geopend“

Aydar beschouwde de recente politieke contacten in Turkije als een teken van vooruitgang. Het is echter van cruciaal belang of hieruit concrete stappen volgen bij de uitvoering van de wet. „De eerste prioriteit is om de poorten van Imrali onmiddellijk te openen – voor de media, politici, academici en alle anderen – en Abdullah Öcalan in een positie te brengen waarin hij dit proces vrijelijk kan leiden.“ Pas wanneer deze stap is gezet, kan er daadwerkelijk sprake zijn van een nieuwe fase. De tot nu toe vertraagde uitvoering van de kaderwet moet daarom worden versneld.

Tot slot benadrukte Aydar dat de Koerdische kant een politieke oplossing wil en zich houdt aan de verplichtingen die in het tot nu toe verlopen proces zijn aangegaan. Van de Turkse kant verwacht zij een fundamentele verandering in de relatie met de Koerdische bevolking: „Wij willen dat zij dit volk, de Koerden, als volk ziet, erkent en als vriend beschouwt – niet als vijand.“ Tegelijkertijd waarschuwde Aydar voor de verwachting van snelle resultaten. Een politieke oplossing zal tijd vergen. Des te belangrijker zijn maatschappelijke organisatie, een bewuste omgang met het proces en waakzaamheid tegenover provocaties. „Wij geloven dat ons volk aan het einde van deze weg vrij zal zijn. Dat zal geen eenzijdige overwinning zijn, maar een overwinning voor alle mensen in Turkije.“

Gerelateerde Artikelen