- Brussel
Kort voor de NAVO-top in Ankara op 7 en 8 juli heeft het Koerdisch Nationaal Congres (KNK) een open brief gepubliceerd gericht aan de staatshoofden en regeringsleiders van de lidstaten van het bondgenootschap. In de brief roept het Koerdische parlement in ballingschap de NAVO-lidstaten op om de voorwaarden te scheppen die nodig zijn voor een serieus en succesvol vredesproces in Turkije en om een democratische oplossing voor de Koerdische kwestie te bevorderen.
De open brief van de Uitvoerende Raad van het Koerdisch Nationaal Congres luidt als volgt:
"Namens het Koerdisch Nationaal Congres (KNK) schrijven wij u in de aanloop naar de komende NAVO-top in Ankara om uw dringende aandacht te vestigen op het lopende dialoogproces tussen Abdullah Öcalan, de Koerdische beweging en de Turkse staat, dat gericht is op het bereiken van een rechtvaardige en duurzame vrede. Als strategisch belangrijk lid van de NAVO hebben ontwikkelingen in Turkije gevolgen die ver buiten de landsgrenzen reiken. Een democratische oplossing voor de Koerdische kwestie zou de stabiliteit in Turkije versterken en bijdragen aan de veiligheid in de hele regio.
In een tijd waarin Syrië, Irak en Iran allemaal te maken hebben met grote onzekerheid en conflicten, biedt het dialoogproces in Turkije een zeldzame kans. Als dit proces op een zinvolle manier verder kan worden uitgebouwd, kan het bijdragen aan een stabieler en democratischer Turkije en helpen de spanningen in de bredere regio te verminderen, met name met betrekking tot Rojava in Syrië en de Koerdische regio in Irak. De onopgeloste Koerdische kwestie vormt de kern van veel van de politieke en veiligheidsuitdagingen waarmee de regio te maken heeft.
De Koerdische kant heeft herhaaldelijk blijk gegeven van haar inzet voor een politieke en via onderhandelingen tot stand gekomen oplossing. De oproep van Abdullah Öcalan van 27 februari 2025 aan de Koerdische Arbeiderspartij (PKK) om de wapens neer te leggen en zich op te heffen, opende een historische kans op vrede en werd gevolgd door concrete stappen, waaronder een eenzijdig staakt-het-vuren en een besluit om de gewapende strijd te beëindigen. De heer Öcalan, die door miljoenen Koerden als hun legitieme vertegenwoordiger wordt erkend en een centrale rol heeft gespeeld in de vredesbesprekingen van 2013–2015, blijft de belangrijkste gesprekspartner voor een eervolle en effectieve vrede. Om de onderhandelingen te laten slagen, moet de Koerdische partij echter ook op eerlijke voorwaarden kunnen deelnemen. De voortdurende beperking van de toegang tot de heer Öcalan en het handhaven van zijn isolatie zijn onverenigbaar met een geloofwaardig vredesproces.
Een rechtvaardige en duurzame vrede in Turkije zou niet alleen het land intern versterken, maar zou ook de bredere veiligheidsbelangen van andere NAVO-lidstaten dienen. Het zou het risico op hernieuwde conflicten en ontheemding verminderen, de druk van vluchtelingenstromen naar Europa verlichten en helpen om verdere radicalisering tegen te gaan die wordt aangewakkerd door de aanhoudende oorlog en instabiliteit ver buiten de regio.
Wij dringen er daarom bij de NAVO-lidstaten op aan om, terwijl zij zich voorbereiden op de top in Ankara, de voorwaarden te scheppen die nodig zijn voor een serieus en succesvol vredesproces. In het bijzonder dringen wij er bij de leiders van de NAVO-lidstaten op aan om het volgende te ondersteunen:
- het volgen en voortzetten van het dialoogproces tussen de Turkse staat en de Koerdische beweging;
- beëindiging van de isolatie van Abdullah Öcalan en het scheppen van juridische voorwaarden die hem in staat stellen vrij en effectief deel te nemen aan de dialoog met de Turkse autoriteiten;
- een democratisch en wettelijk kader voor de erkenning van de fundamentele collectieve rechten van het Koerdische volk in Turkije;
- en een politieke benadering waarin vrede en democratie in Turkije worden gezien als een bijdrage aan bredere regionale vrede en stabiliteit.
„Een rechtvaardige en duurzame vrede tussen de Turkse staat en het Koerdische volk zou Turkije versterken, de spanningen in het Midden-Oosten verminderen, het risico op ontheemding en radicalisering verkleinen en bijdragen aan de veiligheidsbelangen van het bondgenootschap op de lange termijn.”