Het proces voor vrede en een democratische samenleving wordt meestal vanuit politiek of veiligheidsbeleidsperspectief besproken. Nihat Demir, algemeen secretaris van de bouwvakbond Dev Yapı-İş, stelt daarentegen de sociale kwestie centraal. In een gesprek met ANF Nieuwsagentschap beschrijft hij het verband tussen oorlog, armoede en uitbuiting, licht hij de verantwoordelijkheid van de vakbonden in het vredesproces toe en legt hij uit waarom een democratische oplossing voor de Koerdische kwestie niet alleen de Koerden, maar de hele arbeidersklasse in Turkije ten goede zou komen.
Oorlog treft in de eerste plaats de werkende bevolking
Welke gevolgen heeft het gewapende conflict gehad voor de sociale en democratische rechten van arbeiders en werknemers?
Het zijn altijd de werkende mensen die het zwaarst te lijden hebben gehad onder gewapende conflicten. De last van de oorlog is immers nooit gedragen door de rijken, maar door de werknemers in de fabrieken, de arbeiders op de velden en de bouwplaatsen, de vrouwen op de markten en de jongeren die op zoek zijn naar een toekomst.
Een conflict eist niet alleen mensenlevens. Het verergert ook de armoede en de werkloosheid, verzwakt de vakbondsorganisatie en beperkt de democratische rechten. Waar veiligheids- en oorlogsbeleid de dagelijkse politiek bepalen, raken de eisen van de werknemers onvermijdelijk op de achtergrond. Werknemers kunnen dan nauwelijks nog spreken over hun lonen, hun arbeidsomstandigheden of de arbeids- en gezondheidsbescherming.
Wij zijn er echter van overtuigd: vrede betekent veel meer dan het zwijgen van de wapens. Vrede betekent ook dat werknemers hun loon op tijd ontvangen, dat niemand honger hoeft te lijden en dat iedereen zijn vakbondsrechten vrij kan uitoefenen. Vrede is de basis van een samenleving waarin sociale rechtvaardigheid en menswaardige arbeidsomstandigheden werkelijkheid worden.
Een democratische oplossing als maatschappelijke kwestie
Welk verband ziet u tussen de onopgeloste Koerdische kwestie en armoede, werkloosheid, onzekere arbeidsomstandigheden en een gebrek aan vakbondsorganisatie?
De Koerdische kwestie is niet alleen een kwestie van identiteit, maar ook een kwestie van werk en sociale rechtvaardigheid. De aanhoudende conflictsituatie heeft met name de bevolking van Koerdistan decennialang geconfronteerd met armoede, verdrijving en werkloosheid. Veel mensen werden uit hun dorpen verdreven en werden gedwongen om in de grote steden onder de zwaarste omstandigheden voor de laagste lonen te werken. Een groot deel van de mensen die vandaag de dag in Turkije in precaire en onzekere arbeidsverhoudingen werken, is afkomstig uit gezinnen die tot migratie werden gedwongen.
Waar vrede ontbreekt, ontwikkelen zich noch investeringen, noch productie, noch een rechtvaardige verdeling van de maatschappelijke rijkdom. Daarom komt een democratische oplossing niet alleen het Koerdische volk ten goede, maar versterkt deze ook de economische toekomst van de gehele arbeidersklasse in Turkije.
Hoe zouden de levensomstandigheden van de werkende bevolking veranderen als overheidsmiddelen in plaats van in oorlog zouden worden geïnvesteerd in fundamentele maatschappelijke sectoren?
De staatsbegroting is uiteindelijk de uitdrukking van het maatschappelijk geweten van een land. Als overheidsmiddelen niet aan oorlog, maar aan de mensen worden besteed, kunnen er meer scholen worden gebouwd, meer ziekenhuizen worden geopend en aardbevingsbestendige woningen worden gerealiseerd. Gepensioneerden zouden in waardigheid kunnen leven, jongeren zouden betere kansen op werk hebben en kinderen zouden toegang hebben tot goed onderwijs.
Tegenwoordig kan alleen wie geld heeft zich dingen veroorloven: wie het heeft, wordt in de beste ziekenhuizen behandeld en stuurt zijn kinderen naar de beste scholen. Wie het niet heeft, wacht maandenlang op een afspraak bij de dokter en zijn kinderen beginnen met aanzienlijk slechtere vooruitzichten aan hun opleiding. Dat kunnen we niet als rechtvaardigheid bestempelen. Als we in hetzelfde land leven, moeten gezondheidszorg, onderwijs en huisvesting voor iedereen in gelijke mate een recht zijn.
Vakbonden moeten het vredesproces mede vormgeven
Is het voldoende als het proces uitsluitend tussen de politieke actoren wordt gevoerd? Hoe zouden werknemers, vakbonden en beroepsverenigingen hieraan moeten deelnemen?
Nee. Geen enkele maatschappelijke kwestie mag uitsluitend aan de politiek worden overgelaten. De bevolking heeft de prijs van de oorlog betaald; daarom moet zij ook de drager van de vrede zijn. Arbeiders, vrouwenorganisaties, vakbonden, jongerenverenigingen, beroepsorganisaties, wetenschappers en vertegenwoordigers van de lokale samenleving moeten vanzelfsprekend deel uitmaken van het onderhandelingsproces. Zij zijn het die het maatschappelijk leven dragen en vormgeven. Een levendige democratie kan alleen groeien als hun stemmen worden gehoord.
Welke verantwoordelijkheid dragen vakbonden voor vrede en een democratische oplossing?
Vakbonden zijn veel meer dan organisaties die cao’s onderhandelen. Ze zijn het maatschappelijke geweten van de werkende mensen. Ze moeten niet alleen het loon van de werknemers verdedigen, maar ook hun recht op leven. Zich inzetten voor vrede is daarom niet alleen een taak van de politiek, maar ook onderdeel van het vakbondswerk. Waar oorlog heerst, kunnen noch vakbondsrechten groeien, noch democratische verhoudingen ontstaan.
Het is niet onze taak om werknemers tegen elkaar uit te spelen. We moeten de gemeenschappelijke belangen van alle werknemers versterken – ongeacht of ze Koerden, Turken, Arabieren, Lazen of Tsjerkessen zijn en zij aan zij in dezelfde ploeg werken.
Gemeenschappelijke klassenbelangen in plaats van nationalistische verdeeldheid
Wat kunnen vakbonden doen om nationalistische verhalen binnen de arbeidersklasse te overwinnen en de polarisatie tussen de volkeren te verminderen?
Het kapitaal kent geen nationaliteit. Het kapitaal heeft geen identiteit. Maar het zweet van de arbeiders is hetzelfde. Op dezelfde bouwplaats kan de ene arbeider Koerd zijn en de andere Turk. ’s Avonds gaan ze allebei even uitgeput naar huis. Hun kinderen hebben dezelfde behoeften. Ze betalen dezelfde huur en leven in dezelfde armoede. Daarom moeten vakbonden het gezamenlijke klassenbewustzijn versterken. Ze moeten gezamenlijke opleidingen en culturele evenementen organiseren en ruimtes creëren waar werknemers gezamenlijke ervaringen kunnen opdoen in de strijd voor hun rechten en vooroordelen kunnen overwinnen. We hebben een vakbondsbeweging nodig die arbeiders niet verdeelt, maar samenbrengt.
Investeringen mogen niet ten koste gaan van mens en natuur
Het vredesproces wordt vaak voorgesteld als een kans voor regionale ontwikkeling en nieuwe investeringen. Welke voorwaarden zijn nodig om te voorkomen dat dit voor de werknemers nieuwe risico’s met zich meebrengt, zoals lage lonen, onzekere banen of ecologische vernietiging?
Wij zijn niet tegen ontwikkeling. Maar wij verzetten ons ertegen dat mensen en de natuur worden opgeofferd aan het grenzeloze winststreven van het kapitaal. Elke investering die in het kader van een vredesproces wordt gedaan, moet in de eerste plaats werkzekerheid, vakbondsorganisatie, gelijk loon voor gelijk werk, arbeids- en gezondheidsbescherming, werkgelegenheid voor vrouwen en jongeren, en de bescherming van de natuurlijke levensvoorwaarden garanderen. De natuur is niet alleen van ons, maar ook van de komende generaties. Ecologie en de strijd voor de rechten van werkende mensen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Een samenleving die haar natuur verliest, verliest ook haar toekomst.
Vrouwen en jongeren als centrale actoren
Welke rol is weggelegd voor vrouwen en jonge werknemers in dit proces?
Vrouwen dragen de zwaarste last – zowel van de oorlog als van de armoede. Ze verrichten onzichtbaar zorgwerk en worden tegelijkertijd in het beroepsleven geconfronteerd met discriminatie. Jongeren groeien daarentegen op in een sfeer van uitzichtloosheid. Ze vinden geen werk, moeten onder precaire omstandigheden werken of zien zich gedwongen hun toekomst in migratie te zoeken. Daarom mogen vrouwen en jongeren niet alleen worden gehoord – ze moeten als gelijkwaardige actoren bij de besluitvorming worden betrokken. In de onderhandelingsprocessen is een gelijkwaardige vertegenwoordiging nodig. De ervaringen van vrouwen en jongeren behoren tot de belangrijkste voorwaarden voor duurzame vrede.
Welke oproep richt u tot de regering, de oppositie en de overige politieke actoren, zodat het proces transparant, maatschappelijk verankerd en duurzaam wordt?
Vrede kan geen enkele partij in haar eentje tot stand brengen. Vrede kan alleen groeien door de gezamenlijke wil van de samenleving. Daarom richten wij de volgende oproep aan alle politieke actoren: handel transparant, informeer de samenleving, versterk de maatschappelijke participatie en maak vakbonden, vrouwenorganisaties, jongeren, beroepsverenigingen en vertegenwoordigers van de lokale samenleving tot actieve dragers van dit proces. Vrede ontstaat niet achter gesloten deuren. Er zijn democratische en vertrouwenwekkende mechanismen nodig die onder het toeziend oog van de samenleving werken.
Georganiseerde arbeid als drager van een democratische vrede
Welke oproep wilt u tot slot richten aan arbeiders, werknemers en vakbonden?
Wij zijn ervan overtuigd dat geen enkele samenleving zich louter door de wil van politici kan bevrijden. Echte veranderingen worden door de mensen zelf bevochten – door arbeiders, vrouwen, jongeren en alle onderdrukten. Daarom mogen we de oplossing niet alleen aan de staat of de politieke actoren overlaten. Arbeiders moeten in de fabrieken, op de velden en op de bouwplaatsen mee kunnen beslissen. Vrouwen moeten in alle aspecten van het maatschappelijk leven inspraak hebben, en jongeren moeten een stem krijgen – zowel op school als op het werk. Mede kunnen beslissen over de waarde van ons werk en de omstandigheden waarin we leven en werken, behoort tot onze meest fundamentele rechten. In een samenleving die gebaseerd is op solidariteit, gezamenlijke productie en een collectief samenleven, mogen gezondheidszorg, onderwijs, huisvesting en sociale zekerheid geen voorrechten zijn, maar moeten ze voor iedereen in gelijke mate toegankelijk zijn.
Al eeuwenlang worden het samenleven in deze landen niet alleen bepaald door wetten, maar ook door maatschappelijke waarden en een cultuur van solidariteit. Het principe „Betaal de arbeider zijn loon voordat zijn zweet is opgedroogd“ drukt niet alleen religieuze overtuigingen uit, maar ook het gemeenschappelijke geweten van de mensheid. Ook de overtuiging dat men niet rustig kan slapen zolang de buurman honger lijdt, maakt deel uit van dit maatschappelijke erfgoed. Een samenleving waarin niemand honger, armoede of uitsluiting hoeft te lijden, is mogelijk. Vrede betekent veel meer dan het zwijgen van de wapens. Vrede betekent dat geen enkel kind met honger naar school hoeft te gaan, dat werknemers hun loon op tijd ontvangen, dat vrouwen vrij van geweld en op voet van gelijkheid kunnen leven en dat jonge mensen hun toekomst niet in een ander land hoeven te zoeken. Vrede betekent een democratische samenleving waarin de natuur niet wordt geplunderd, arbeid niet wordt uitgebuit en alle volkeren op voet van gelijkheid en in waardigheid samenleven.
Wij als vakbondsleden weten dat georganiseerde arbeid veel meer is dan alleen de strijd voor betere lonen. Het is tegelijkertijd de strijd voor een waardig leven. Daarom richten wij onze oproep tot alle arbeiders, werknemers en democratische massale organisaties: laten we onze verschillen niet zien als een reden voor verdeeldheid, maar als maatschappelijke rijkdom. Laten we voor elkaar opkomen – voor elkaars identiteit, taal, cultuur en werk. Laten we onze solidariteit versterken, onze organisatie uitbreiden en onze rechten gezamenlijk met democratische middelen verdedigen. Want duurzame vrede, echte democratie en sociale gelijkheid kunnen alleen worden bereikt door de gezamenlijke strijd van een georganiseerde samenleving.
Bron: ANF