- Rojava/Noord- en Oost-Syrië
De persdienst van de Democratische Uniepartij (PYD) heeft een verklaring afgegeven aan het publiek naar aanleiding van de verklaring van het secretariaat-generaal van de Koerdische Nationale Raad in Syrië en de inhoud daarvan. In de verklaring staat:
„Wij hebben kennis genomen van de verklaring van het secretariaat-generaal van de Koerdische Nationale Raad in Syrië en de daarin opgenomen beschuldigingen, evenals van de pogingen om de feiten met betrekking tot het werk van de gezamenlijke Koerdische delegatie te verdraaien. Vanuit onze nationale verantwoordelijkheid en uit respect voor de Koerdische publieke opinie willen wij de volgende feiten verduidelijken:
Ten eerste: De Democratische Uniepartij heeft er altijd veel waarde aan gehecht, en blijft dat doen, om de werkzaamheden van de gezamenlijke Koerdische delegatie te activeren als uitvloeisel van een collectieve Koerdische politieke wil. In dit kader hebben wij ruim een week geleden het initiatief genomen om een vergadering van de delegatie bijeen te roepen om de recente ontwikkelingen en de mechanismen voor de hervatting van haar werkzaamheden te bespreken. De Koerdische Nationale Raad heeft echter niet op deze uitnodiging gereageerd en toonde geen bereidheid om de vergadering te houden of de aan de delegatie toegewezen taken uit te voeren. Het is betreurenswaardig dat zij nu anderen verantwoordelijk tracht te stellen voor een impasse die zij zelf had kunnen helpen overwinnen.”
Ten tweede: Als vertegenwoordigers van een groot aantal krachten en partijen die ons binnen de gezamenlijke Koerdische delegatie een mandaat hebben verleend, hebben we een overlegbijeenkomst gehouden met vertegenwoordigers van die politieke partijen en krachten. Tijdens de bijeenkomst hebben we een gedetailleerd verslag gepresenteerd over het werk van de delegatie, de contacten die zij heeft gelegd, de behaalde resultaten en de obstakels waarmee zij te maken kreeg, in overeenstemming met het beginsel van transparantie en met inachtneming van het politieke mandaat dat ons is toevertrouwd.
Ten derde: Tijdens de bijeenkomst hebben wij de politieke partijen en groeperingen verzocht hun beoordeling en visie op de volgende fase uiteen te zetten, en aan te geven welke stappen zij passend achten om de eenheid van het Koerdische standpunt te bewaren en de voortzetting van het werk van de delegatie te waarborgen. Dit is met name van belang gezien de aanhoudende onverzettelijkheid van de Koerdische Nationale Raad en diens weigering om serieus deel te nemen aan gezamenlijke inspanningen, hetgeen de prestaties van de delegatie negatief heeft beïnvloed en haar vermogen heeft verzwakt om de rol te vervullen waarvoor zij is opgericht.
Ten vierde: De verklaring van de Koerdische Nationale Raad vormt geen verantwoorde evaluatie van de standpunten die tot de stilstand van het werk van de delegatie hebben geleid, maar bevestigt juist dat het patroon van het ontlopen van verantwoordelijkheid en het misleiden van de publieke opinie door feiten te verdraaien en beschuldigingen naar anderen te richten, voortduurt. Ook wordt in de verklaring volledig voorbijgegaan aan de initiatieven die zijn voorgesteld om het werk van de delegatie weer op gang te brengen; in plaats daarvan wordt gekozen voor voortzetting van een obstructiebeleid in plaats van bij te dragen aan het overwinnen daarvan.
Deze verklaring getuigt niet van een inzet voor het welslagen van het gezamenlijke nationale werk; integendeel, zij bevestigt eens te meer dat de vereisten van nationaal partnerschap voortdurend worden ontweken en dat men zich laat leiden door berekeningen en agenda’s die de Koerdische eenheid of de Koerdische zaak in Syrië niet ten goede komen. Hoewel wij ons blijven inzetten voor onze nationale verantwoordelijkheid en voor de gezamenlijke Koerdische delegatie als een inclusief kader voor de verdediging van de legitieme nationale rechten van ons volk, stellen wij iedereen die het werk ervan belemmert verantwoordelijk voor het verzwakken van de Koerdische positie op dit cruciale moment. Wij bevestigen dat de geschiedenis en het Koerdische volk standpunten zullen beoordelen op basis van daden, niet op basis van verklaringen.”
Bron: ANHA