- Oost-Koerdistan
Ongeveer vier jaar na het begin van de „Jin Jiyan Azadî“-revolutie, die in september 2022 ontstond naar aanleiding van de gewelddadige dood van de Koerdische vrouw Jina Mahsa Amini, hebben de vrouwenorganisatie van Oost-Koerdistan en de rechtvaardigheidsorganisatie van Koerdistan een gezamenlijke verklaring gepubliceerd. Daarin omschrijven zij de door vrouwen geleide opstand als een maatschappelijk proces dat tot op de dag van vandaag voortduurt en dat de verhoudingen in Iran en Rojhilat blijvend heeft veranderd.
De revolutie zou zijn ontstaan onder omstandigheden van „onderdrukking, discriminatie en geweld“ en is uitgegroeid tot een keerpunt in de recente geschiedenis van Iran. Gedragen door vrouwen en met deelname van jongeren, arbeiders, leraren, studenten, advocaten en andere delen van de samenleving zou zij veel verder zijn gegaan dan een tijdelijke protestbeweging.
„Het was veeleer het begin van een ingrijpende maatschappelijke verandering, die angst omzette in verzet en stilzwijgen in een schreeuw, en die de eisen van vrijheid, gelijkheid, rechtvaardigheid en menselijke waardigheid tot een gezamenlijke eis maakte“, aldus de verklaring. De vrouwen in Iran hebben tegelijkertijd duidelijk gemaakt dat hun bevrijding niet los kan worden gezien van de vrijheid van de hele samenleving. De Iraanse staat heeft hierop gereageerd met onderdrukking, arrestaties, marteling, executies en intimidatie. „Maar ze konden de wil van de samenleving niet breken.“
Sociale en politieke vrijheid horen bij elkaar
Deze samenhang zien de twee organisaties ook in de recente protesten in Iran. Mensen die lijden onder armoede en corruptie gingen de straat op voor hun recht op een leven in vrijheid en rechtvaardigheid. De protesten toonden opnieuw aan dat economische en sociale eisen niet los kunnen worden gezien van de kwestie van politieke vrijheid. Een samenleving kan noch rechtvaardigheid, noch maatschappelijke vooruitgang bereiken zolang haar vrijheid wordt ontzegd.
Daarmee is de maatschappelijke ruimte die „Jin Jiyan Azadî“ heeft geopend, niet weer gesloten. Vrouwen, werkenden, onderwijzers, gepensioneerden, studenten en andere maatschappelijke groepen zetten hun strijd in verschillende vormen voort.
Verzet tegen de hoofddoekverplichting
De organisaties beschouwen het openlijke verzet van vrouwen tegen de door de staat opgelegde hoofddoekverplichting als een van de meest blijvende verworvenheden van de revolutie. Hiermee wordt een van de belangrijkste instrumenten aangevallen waarmee de Islamitische Republiek controle uitoefent over vrouwen en de samenleving. „Miljoenen vrouwen hebben op straat, op de universiteiten, op de werkplek en in het dagelijks leven laten zien dat menselijke waardigheid, beslissingsvrijheid en vrijheid niet kunnen worden uitgewist door onderdrukking, bedreigingen en straffen, door geen hoofddoek te dragen of zelf te beslissen hoe ze zich kleden.“
Dit verzet heeft niet alleen de legitimiteit van het vrouwonvriendelijke beleid van het regime ter discussie gesteld, maar heeft zich ook ontwikkeld tot een vorm van burgerlijke ongehoorzaamheid. „Het recht om zelf over je eigen kleding te beslissen en dat te verdedigen, betekent vandaag de dag de vrijheid van alle burgers verdedigen.”
Repressie en strijd voor gerechtigheid
Het aanhoudende verzet gaat gepaard met een verscherping van de staatsrepressie. De organisaties wijzen op doodvonnissen tegen demonstranten en politieke gevangenen, hoge geldboetes voor mensen die actief zijn in het maatschappelijk middenveld, bij vakbonden en in de politiek, en de aanhoudende druk op organisaties. De families van de slachtoffers spelen hierbij een bijzondere rol. Ondanks bedreigingen, arrestaties en veiligheidsdruk hielden zij vast aan hun eis voor gerechtigheid, hielden zij de herinnering aan de slachtoffers levend en zijn zij daarmee een „stem van het maatschappelijk geweten“ geworden.
De twee organisaties eisen de onvoorwaardelijke vrijlating van alle gevangenen die om politieke of religieuze redenen vastzitten, de afschaffing van de doodstraf en een einde aan staatsrepressie. Ook moet discriminatie op grond van geslacht, etnische afkomst, religie of klasse worden uitgebannen en moeten het recht op vrije kledingkeuze en andere fundamentele vrijheden worden gewaarborgd.
„Een levend en voortdurend proces“
„Jin Jiyan Azadî“ behoort daarom niet tot het verleden, zo luidt de afsluiting van de verklaring. De revolutie leeft voort in het dagelijkse verzet van verschillende delen van de samenleving. „Wij geloven dat de ‚Jin Jiyan Azadî‘-revolutie geen gebeurtenis is die tot het verleden behoort. Integendeel: het is een levend en voortdurend proces.” Dit proces zet zich voort in het dagelijkse verzet van „alle mensen die op zoek zijn naar gerechtigheid en alle vrijheidsstrijders”. Hun gezamenlijke doel is een vrije, gelijkwaardige en democratische samenleving, gebaseerd op menselijke waardigheid.