- Rojava/Noord- en Oost-Syrië
Het Volksinitiatief in de stad Amuda heeft vandaag een openbare verklaring uitgegeven waarin het de wijziging en arabisering van de namen van Koerdische steden, dorpen en gehuchten veroordeelt.
De verklaring werd op het Vrije Vrouwenplein in de stad voorgelezen door Arashk Baravi, een bestuurslid van de Unie van Intellectuelen, in aanwezigheid van lokale inwoners en leden van diverse instellingen die spandoeken vasthielden met de boodschap dat „taal identiteit is”.
In de verklaring stond: „Na het akkoord van 29 januari 2026 is in Rojava een fase van integratie ingezet. Volgens de criteria van deze integratie werd het Koerdische volk erkend als een natie en een integraal onderdeel van Syrië; bijgevolg is het essentieel dat alle activiteiten en operaties gebaseerd zijn op de norm en het principe van de Koerdische aanwezigheid in Syrië.”
In de verklaring werd opgemerkt dat er de laatste tijd talrijke incidenten hebben plaatsgevonden die in strijd zijn met deze norm. Met name zijn er pogingen ondernomen om de naam „Kobani” te veranderen in „Ain al-Arab”. Verder werd hieraan toegevoegd: „Tegelijkertijd tracht de interim-regering dit beleid in de gehele Koerdische regio op te leggen, met als doel plaatsnamen te wijzigen en deze gebieden geleidelijk van hun Koerdische identiteit te beroven.”
In de verklaring werd erop gewezen dat dit standpunt volledig in tegenspraak is met de overeenkomst van 29 januari en tegelijkertijd gericht is tegen de Koerdische taal, identiteit en het bestaan van het Koerdische volk. Dit standpunt werd categorisch verworpen, waarbij werd verklaard: „Wij zijn Koerden; onze taal is het Koerdisch, en onze gronden en regio’s weerspiegelen onze Koerdische cultuur en identiteit. Daarom moet de interim-regering deze realiteit respecteren, erkennen en formeel wettelijk vastleggen.”
De verklaring vervolgt: „Wij, de bevolking van Amuda, eisen dat ambtenaren ons bestaan, onze taal en onze geschiedenis respecteren, en wij bevestigen dat wij geen enkele expansionistische agenda zullen accepteren die het bestaan van het Koerdische volk ontkent. Om het integratieproces te laten slagen, moet de interim-regering haar verplichtingen en verantwoordelijkheden nakomen. Bovendien moet het Koerdische volk als geheel in dit opzicht waakzaam en voorzichtig blijven.“
Tot slot werd in de verklaring benadrukt dat het Koerdische volk „geen concessies zal doen op deze punten en geen aanvallen zal accepteren die gericht zijn tegen zijn bestaan en identiteit. We hopen dat alle partijen hun verplichtingen zullen nakomen en de maatschappelijke en sociale vrede zullen handhaven.”
Bron: ANHA