Dit interview van de Academie voor Democratische Moderniteit (ADM) met de Koerdische activiste Songül Morsümbül biedt een politieke analyse van de vakbondsstrijd in Noord-Koerdistan en laat zien hoe arbeiders in de regio te maken hebben met kapitalistische uitbuiting en staatsgeweld. Door de historische alliantie tussen de staat en het kapitaal te beschrijven, wordt duidelijk hoe de klassenstrijd in Koerdistan onlosmakelijk verbonden is met de bredere strijd voor democratische rechten en nationale bevrijding. Een must-read om inzicht te krijgen in het complexe raakvlak tussen arbeidspolitiek en de Koerdische vrijheidsbeweging.
Zou je ons iets over jezelf kunnen vertellen en over je betrokkenheid bij en activisme binnen de vakbonden?
Van november 1992 tot juni 2017 was ik actief betrokken bij de vakbondsstrijd. Ik was actief in de gezondheidszorg en begon mijn strijd binnen Tüm Sağlık-Sen¹. Later was ik bij SES² werkzaam als werkplekvertegenwoordiger, bestuurslid, coördinator voor vrouwenwerk en regionaal coördinator.
Daarna bekleedde ik functies als lid van het dagelijks bestuur van KESK³ en als secretaris voor vrouwenzaken van het centraal uitvoerend comité, nam ik deel aan de coördinatie van de Wereldmars van Vrouwen in Turkije en was ik lid van de Mensenrechtenvereniging (İHD) en de Vrouwenvergadering van de DTK⁴.
Gedurende mijn jarenlange strijd nam ik actief deel aan stakingen, massale protesten en campagnes voor democratische rechten. In deze periode kreeg ik te maken met aanhoudingen, onderzoeken, schorsingen, salarisverlagingen en diverse vormen van gerechtelijke en bestuurlijke druk. In juni 2017 werd ik op grond van een wettelijk decreet (KHK5) uit mijn functie ontslagen. Ik werd vervolgd en veroordeeld. Nadat ik mijn straf had uitgezeten, moest ik het land verlaten. Ondanks alle vormen van onderdrukking heb ik de georganiseerde strijd echter nooit opgegeven.
Als Koerdische vrouw, alevi, lid van de arbeidersklasse en voorvechtster van een democratisch-socialistisch vakbondsstandpunt heb ik geprobeerd een koers te volgen die gebaseerd is op vrouwenemancipatie, gelijkheid en een mensgerichte benadering. Gedurende vele jaren heb ik deelgenomen aan talrijke democratische initiatieven die vaak als strafbaar werden bestempeld.
Sinds ongeveer negen jaar leef ik in ballingschap in Duitsland. Ik ben erelid van ver.di⁶, aangesloten bij de DGB⁷.
Hoe beoordeelt u de relatie tussen de arbeidersstrijd en de Koerdische kwestie in Noord-Koerdistan sinds de jaren negentig?
De arbeidersstrijd in Noord-Koerdistan is, vooral sinds de jaren negentig, een belangrijk sociaal platform geworden, niet alleen voor het nastreven van economische rechten, maar ook voor eisen op het gebied van democratie, gelijkheid, vrijheid en vrede. Werknemers en ambtenaren in de regio hebben zich niet alleen georganiseerd rond lonen, verzekeringen en arbeidsomstandigheden, maar ook rond kwesties als identiteit, taal, cultuur en vrijheid van geloof.
Na de militaire staatsgreep van 1980 in Turkije kreeg de vakbondsbeweging in het hele land te maken met zware onderdrukking. De opheffing van DİSK9, de detentie van vakbondsleden, martelingen en arrestaties waren erop gericht de arbeidersbeweging te verzwakken. In de Koerdische provincies werd deze druk nog verder versterkt door de noodtoestand, buitengerechtelijke executies, veiligheidsgericht beleid en gedwongen ontheemding. Als gevolg daarvan onderging de economische en sociale structuur van de regio een ingrijpende transformatie.
De jaren negentig stonden in het teken van een wereldwijde herstructurering van het neoliberale kapitalisme. Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie werd het kapitalisme op wereldschaal gepresenteerd als het „enige alternatief“. Onder leiding van internationale financiële instellingen zoals het IMF en de Wereldbank werd op grote schaal beleid gevoerd gericht op privatisering, uitbesteding, flexibele arbeidsverhoudingen en onderdrukking van vakbonden.
Tijdens dit proces werden de historische verworvenheden van de arbeiders teruggedraaid, terwijl het kapitaal internationaler, beter georganiseerd en beter beschermd werd. Ook de wereldwijde vakbondsbeweging onderging een aanzienlijke versnippering. In plaats van militante vakbondstradities werden verzoenende en bureaucratische modellen bevorderd. Op deze manier werd getracht de tegenstelling tussen arbeid en kapitaal onzichtbaar te maken.
Het neoliberale beleid dat in Turkije werd gevoerd, maakte eveneens deel uit van deze wereldwijde transformatie. Met name in Koerdistan werden oorlogsbeleid en neoliberale economische herstructurering gelijktijdig doorgevoerd. De landbouw, de veeteelt en de collectieve productieverhoudingen werden verzwakt; door de ontruiming van dorpen en gedwongen migratie werden mensen omgevormd tot goedkope arbeidskrachten in de steden.
De historische productiecultuur van de Koerdische samenleving was gevormd rond collectieve arbeid, solidariteit en gemeenschapsleven. Veiligheidsbeleid, damprojecten, mijnbouwactiviteiten en economische afscherming hebben deze sociale structuur echter grotendeels ontmanteld en arbeiders in precaire arbeidsomstandigheden gedreven.
Om deze reden was de arbeidersstrijd in Noord-Koerdistan niet alleen een economische strijd, maar ook een op identiteit gebaseerde, culturele, sociale en politieke vorm van verzet.
Hoe heeft de verhouding tussen kapitaal en arbeid in Noord-Koerdistan vorm gekregen?
Na de neoliberale transformatie na 1980 voerde de staat in de regio twee belangrijke beleidslijnen: een op veiligheid gericht economisch model en het creëren van goedkope en niet-georganiseerde arbeidskrachten.
Jarenlang werd de regio vanuit het perspectief van het kapitaal beschouwd als een „risicogebied”. Om deze reden kwamen in plaats van grootschalige industriële investeringen vooral onderaannemingssystemen, door de staat gesteunde aanbestedingen, de bouwsector, de veiligheidsindustrie, textielateliers en seizoensarbeid in de landbouw op de voorgrond.
Met name in steden als Diyarbakır, Batman, Urfa, Van en Mardin, binnen georganiseerde industriezones, werkte een aanzienlijk deel van de arbeiders tegen lage lonen en zonder vakbondsbescherming. Staatsstimulansen voor investeringen waren vaak gebaseerd op goedkope arbeidskrachten, belastingvoordelen en ongereguleerde arbeidsomstandigheden.
Gedurende dit hele proces werden Koerdische arbeiders zowel blootgesteld aan de druk van kapitalistische uitbuiting als aan politieke onderdrukking op grond van hun identiteit. Om deze reden ontwikkelden de klassenstrijd en de nationale democratische strijd zich in de regio niet los van elkaar. Arbeiders trachtten hun strijd te organiseren binnen een sociaal georiënteerd vakbondskader, waarbij ze deze koppelden aan eisen voor democratie, vrijheid en vrede.
Hoe ontwikkelde zich de relatie tussen de nationale bevrijdingsstrijd en de klassenstrijd?
Hoewel de socialistische beweging die zich in Turkije ontwikkelde ook in Noord-Koerdistan bestond, zij het met bepaalde verschillen, nam de socialistische revolutionaire beweging na de jaren zestig, ondanks het feit dat zij vaak het internationale recht op zelfbeschikking aan de orde stelde, consequent een afstandelijke houding aan ten opzichte van de Koerdische kwestie.
De executie van Turkse revolutionairen, de traditie en ervaring van de Turkse Arbeiderspartij, interne debatten binnen revolutionaire organisaties, de Bloedige 1 mei en de organisatie van de arbeidersklasse waren niet alleen waarneembaar in West-Turkije, maar ook in Noord-Koerdistan in het oosten. Naast de rechten van arbeid en arbeiders werden eisen voor het recht van naties op zelfbeschikking, identiteit, taal en culturele rechten gevormd vanuit een echt socialistisch perspectief.
Terwijl ze zich onder de bevolking in de dorpen organiseerden door middel van solidariteit en collectieve productiepraktijken (imece), bouwde de groep die bekend stond als ‘De Studenten’ (ook wel 'De Apoïsten10 'genoemd) ook een organisatie op onder de bevolking. Tegelijkertijd organiseerden sommige Koerdische revolutionairen loonarbeiders in het beperkte aantal fabrieken, mijn- en olieproductielocaties, de bouwsector en de landbouw in Noord-Koerdistan, waarbij ze zij aan zij met hen werkten.
Om deze reden heeft de opkomende Koerdische vrijheidsbeweging vanaf de jaren tachtig een belangrijke maatschappelijke ruimte gecreëerd waarin niet alleen identiteit en culturele rechten aan de orde kwamen, maar ook armoede, ongelijkheid en staatsrepressie.
De vakbondsstrijd, het recht om in de moedertaal te leven, democratische rechten, mensenrechten, vrouwenemancipatie en antimilitarisme zijn voor veel arbeiders en ambtenaren samengesmolten tot een gemeenschappelijk politiek uitgangspunt. Om deze reden bleef de vakbondsbeweging in de regio, met name in de jaren negentig, niet beperkt tot louter economische eisen. Onderzoek naar gedwongen verdwijningen, verzet tegen dorpsontruimingen en verzet tegen milieuvernietiging waren allemaal kwesties die aan de orde werden gesteld. Andere kwesties, zoals het recht op openbare dienstverlening in de moedertaal, de emancipatie van vrouwen en de roep om vrede, werden krachtig op de agenda gezet. De arbeidersstrijd in de regio werd in toenemende mate een van de belangrijkste drijvende krachten achter het maatschappelijk verzet. Met name vakbonden in de publieke sector werden niet alleen gezien als beroepsorganisaties, maar ook als onderdeel van de bredere strijd voor een democratische samenleving.
Wat was de rol van vrouwelijke werknemers in de vakbondsstrijd?
Vrouwen vormden een van de meest dynamische krachten binnen de arbeidersstrijd in Noord-Koerdistan. Vrouwen die werkzaam waren in de gezondheidszorg, het onderwijs en de gemeentelijke dienstverlening speelden een bijzonder actieve rol binnen de vakbondsbeweging.
In de beginjaren lag de nadruk vooral op het voeren van een gezamenlijke strijd tegen sociale onderdrukking en het verzet tegen repressie via wettelijke en grondwettelijke middelen, evenals via internationale verdragen die door Turkije zijn ondertekend. Naarmate de strijd echter ononderbroken voortduurde, boekten wij als vrouwen – een van de meest dynamische drijvende krachten achter deze strijd – aanzienlijke vooruitgang door gebruik te maken van nationale overeenkomsten, grondwettelijke rechten en mazen in het arbeidsrecht, met name om de strijd van de vrouwen te bevorderen.
We brachten praktijken aan het licht zoals maagdelijkheidstests in detentie en op gender gebaseerde marteling. De strijd van de vrouwen was ook een ‘vuurhemd’, en we moesten dat afwerpen om verder te kunnen gaan.
Vrouwen streden niet alleen tegen arbeidsuitbuiting, maar ook tegen mannelijke dominantie, staatsrepressie en bredere sociale ongelijkheden. Om deze reden werd de bevrijding van vrouwen een onlosmakelijk onderdeel van de vakbondsstrijd.
Dankzij het organisatiewerk van vrouwen kwamen begrippen als: medeleiding (co-voorzitterssysteem), vrouwenquota, vrouwenvergaderingen, gendergelijkheid en beleid tegen mannelijk geweld meer op de voorgrond binnen de vakbondswereld. Met name het politieke bewustzijn dat door de Koerdische vrouwenbeweging werd gecreëerd, had ook een aanzienlijke invloed op de vakbondsstrijd.
Hoe beïnvloedde staatsrepressie de vakbondsbeweging?
In Noord-Koerdistan werden vakbondsactiviteiten jarenlang beoordeeld vanuit het perspectief van het veiligheidsbeleid. Veel vakbondsleden werden onderworpen aan onderzoeken; aanhoudingen, verbanningen en ontslagen kwamen veelvuldig voor.
Tijdens de noodtoestanden (OHAL) werden eisen voor democratische rechten vaak afgedaan als „veiligheidskwesties”. Met name werknemers die vrede eisten, werden geconfronteerd met zware onderdrukking. Tientallen leraren, gezondheidswerkers en ambtenaren werden vermoord door JİTEM11 en paramilitaire groeperingen, waaronder Hezbollah. Deze gevallen zijn ook gedocumenteerd in rapporten van diverse mensenrechtenorganisaties.
Desondanks gaven de werknemers de georganiseerde strijd niet op. In de regio werd het vakbondswerk niet alleen gezien als een streven naar economische rechten, maar ook als een strijd ter bescherming van de menselijke waardigheid, identiteit en het collectieve geheugen.
Koerdische arbeiders omschreven de jaren negentig als „het dragen van een hemd van vuur“, en zij voerden in deze periode een bijzonder intensief organisatieproces. In 1995 kreeg KESK zijn officiële status en begon de organisatie zich in alle sectoren in Noord-Koerdistan te organiseren.
De belangrijkste sectoren waarin KESK en de bij haar aangesloten vakbonden actief waren, waren onder meer: leraren, instellingen van het Ministerie van Onderwijs en universiteiten (Eğitim Sen), werknemers van het Ministerie van Volksgezondheid en sociale diensten (SES), gemeentemedewerkers (Tüm Bel-Sen), wegen- en wegenbouwers (Yapı Yol-Sen), post- en communicatiemedewerkers (Haber-Sen), land- en bosbouwwerkers (Tarım Orman-Sen), werknemers in de sector van het Presidium voor Religieuze Zaken (DİVES), staatstheaters, musea, enz. (Kültür Sanat-Sen).
Tussen 2012 en 2014, tijdens de democratische vredesbesprekingen die met de heer Öcalan waren gestart, bleef de arbeidersbeweging, net als in voorgaande jaren, een van de meest actieve gebieden van democratische mobilisatie. Vakbonden droegen bij aan de democratisering en het opstellen van een nieuwe grondwet door middel van workshops, conferenties, paneldiscussies en bijeenkomsten.
Wat betreft de verzetsperiodes in Kobane en Rojava – uitingen van zelfbepaalde en autonome weerstand van volkeren – speelden KESK en de bij haar aangesloten vakbonden een leidende en actieve rol, niet alleen in Noord-Koerdistan maar in heel Turkije.
Nadat de AKP en de MHP het onderhandelingsproces hadden beëindigd, werd beleid gevoerd dat gericht was op de onderdrukking van alle segmenten van de samenleving – met name Koerdische arbeiders, linkse activisten, socialisten, revolutionairen, academici, journalisten, vrouwenrechtenactivisten en krachten die zich inzetten voor vrede en democratie – door middel van aanhoudingen, arrestaties en ontslagen op basis van wettelijke decreten (KHK). Met verzonnen getuigenverklaringen en onrechtmatig bewijsmateriaal werden werknemers, leden van KESK en DİSK en Koerdische arbeiders het doelwit in een poging hen onder controle te krijgen.
Duizenden werknemers leven nog steeds onder de druk van ontslagen op grond van KHK’s. Gezinnen, vrouwen, kinderen en de Koerdische samenleving als geheel worden blootgesteld aan repressieve staatsmaatregelen. Desondanks gaat de strijd voor verzet en de verdediging van rechten ononderbroken door.
Wat zijn de belangrijkste uitdagingen voor de vakbeweging vandaag de dag?
Ten eerste kunnen we onder de belangrijkste uitdagingen waarmee de vakbondsbeweging wordt geconfronteerd, de beperking en niet-toepassing van democratische en grondwettelijke rechten noemen. Meer specifiek worden we in de arbeidswereld geconfronteerd met de versnippering van het arbeidsleven, diverse vormen van arbeidsverhoudingen en onderaannemingspraktijken, precaire en onzekere vormen van werkgelegenheid, de onzichtbaarheid van vrouwenarbeid en een arbeidsmarkt die gebaseerd is op genderverschillen.
We zijn getuige van een beleid van lage lonen en ontvakbondsing, evenals van vakbondspraktijken die door politieke motieven worden gedicteerd, en een gebrek aan bescherming tegen dodelijke arbeidsongevallen. Migratie, armoede en seizoenswerk vormen voor ons een voortdurende uitdaging.
Met name jonge werknemers en vrouwelijke werknemers werken onder zeer onzekere omstandigheden. Bovendien verslechteren oorlogsbeleid en economische crises de levensomstandigheden van werknemers nog verder.
Ondanks al deze druk gaat de arbeidersstrijd door. De geschiedenis heeft aangetoond dat geen enkel repressiesysteem oneindig lang stand kan houden tegenover een georganiseerd volk.
Na de jaren 2000 zijn de betrekkingen met Europese vakbondsbewegingen snel uitgebreid. Instellingen zoals het EVV (Europees Vakverbond), het IVV (Internationaal Vakverbond) en de IAO (Internationale Arbeidsorganisatie), evenals de Coördinatie van de Wereldmars van Vrouwen, behoren tot de organisaties waarmee we de meest duurzame dialoog en betrokkenheid van onze leden hebben gehad.
Hoe kijkt u vandaag de dag naar de arbeidersstrijd in Noord-Koerdistan?
De arbeidersstrijd in Noord-Koerdistan beperkt zich niet tot lonen en arbeidsomstandigheden; het is een historische strijd die nauw verweven is met eisen voor democratie, identiteit, vrouwenemancipatie, gelijkheid tussen volkeren en sociale rechtvaardigheid.
Hoewel deze strijd soms te maken heeft gehad met onderdrukking, arrestaties en ballingschap, zijn de cultuur van solidariteit onder arbeiders, de wil om zich te organiseren en het streven naar vrijheid altijd blijven bestaan. Ook vandaag de dag hangt de toekomst van de arbeidersbeweging af van het versterken van de collectieve solidariteit tussen volkeren, het benadrukken van een perspectief op vrouwenemancipatie en het ontwikkelen van democratische vormen van sociale organisatie. Ondanks alle repressieve maatregelen en omstandigheden gaat deze strijd ononderbroken door, met een groeiend bewustzijn en een steeds grotere reikwijdte.
1 Een vakbond die werknemers in de gezondheidszorg en sociale dienstverlening in Turkije vertegenwoordigt
2 Sağlık ve Sosyal Hizmet Emekçileri Sendikası (Vakbond voor werknemers in de gezondheidszorg en sociale dienstverlening)
3 Confederatie van vakbonden voor ambtenaren
4 Congres voor een Democratische Samenleving
5 Kanun Hükmünde Kararname (decreet met kracht van wet)
6 Duitse vakbond voor de dienstensector
7 Duitse confederatie van vakbonden
8 olağanüstü hâl (krijgswet en noodtoestand in Turkije)
9 Confederatie van Revolutionaire Vakbonden van Turkije
10 vernoemd naar „Apo“, Abdullah Öcalan, die deze beweging samen met zijn medestrijders heeft opgericht
11 De afdeling Inlichtingen en Terrorismebestrijding van de Turkse Gendarmerie, die onder andere verantwoordelijk was voor de buitengerechtelijke executies in de jaren negentig
Foto: DISK demonstratie