In het derde en laatste deel van het interview met ANF Nieuwsagentschsp spreekt Cemil Bayık, medevoorzitter van de Uitvoerende Raad van de Unie van Koerdische Gemeenschappen (KCK), zich uit over de huidige politieke situatie in Koerdistan en Syrië. De aandacht gaat vooral uit naar de aanvallen op Rojava, de reacties van de Koerdische samenleving en de vooruitzichten van het door Abdullah Öcalan geïnitieerde proces voor vrede en een democratische samenleving. Bayık spreekt over de groeiende internationale solidariteit, het belang van Koerdische eenheid en de uitdagingen als gevolg van staatsrepressie en desinformatie in de media. In het licht van de recente politieke ontwikkelingen in Syrië en Turkije analyseert hij niet alleen de strategische belangen van de regionale machten, maar noemt hij ook mondiale invloedsfactoren en schetst hij manieren om de bestaande blokkades te overwinnen.
Klik hier voor het eerste deel of hier voor het tweede deel van dit interview.
In veel delen van de wereld kwam het in deze fase tot opmerkelijk sterke en breed gedragen acties van internationale solidariteit. Deze solidariteitsgolf, waaraan verschillende bevolkingsgroepen en sociale klassen deelnamen, wordt qua reikwijdte en effect vergeleken met die van de beweging van 1968. Wat zijn volgens u de belangrijkste redenen voor het ontstaan van een dergelijke uitgesproken internationale solidariteit? Welke boodschap gaat uit van deze solidariteit? En welke gevolgen heeft dit zowel voor het verzet als voor de relatie met de staten?
Al tijdens het verzet in Kobanê in 2014 hebben socialistische en revolutionair-democratische krachten wereldwijd belangrijke solidariteitsacties georganiseerd. Honderden mensen haastten zich naar de regio om de verdediging van Kobanê en de revolutie in Rojava te ondersteunen. Tientallen internationalistische socialisten kwamen daar om het leven. De band tussen internationalisten en de revolutie van Rojava gaat dus vele jaren terug. Honderden activisten uit alle delen van de wereld zijn naar het gebied van de Rojava-revolutie gereisd, hebben daar ervaringen opgedaan en hebben deels actief deelgenomen aan de opbouw van het democratische maatschappelijke systeem. Velen van hen zijn teruggekeerd naar hun land, onder de indruk van de daar gerealiseerde vrouwenrevolutie en het democratisch-confederale systeem. Sindsdien houden ze zich intensief bezig met de vraag hoe dit – zij het onvolledig gerealiseerde – model, dat gebaseerd is op het paradigma van Rêber Apo, ook in hun eigen samenlevingen kan worden geconcretiseerd.
De jeugd van de generatie van '68 was een uiting van verzet tegen het kapitalistische moderne systeem en – in wezen – ook een rebellie tegen het staatsgerichte, bureaucratische reële socialisme van die tijd. Hoewel er geen consistente ideologische strengheid was, was de beweging in Turkije bijzonder radicaal. Daar ontstond een duidelijk socialistisch georiënteerde vleugel die zich richtte op organisatie en strijd. Daarentegen is de huidige solidariteit met Rojava voornamelijk gebaseerd op de overname van Rêber Apo's paradigma van een vrouwenbevrijdend, ecologisch en democratisch maatschappijmodel. De invloed van dit paradigma heeft zich wereldwijd verspreid.
Tegelijkertijd voelt de democratische publieke opinie in Europa zich moreel verplicht tegenover Rojava – niet in het minst omdat Rojava in de beslissende gevechten tegen de zogenaamde IS niet alleen stand heeft gehouden, maar ook de terroristische krachten heeft verslagen en daarmee Europa voor deze dreiging heeft behoed. Niet alleen de volkeren van Europa, maar ook wereldwijd erkennen veel mensen dat de nederlaag van IS in belangrijke mate te danken is aan de revolutionairen uit Rojava. Als gevolg daarvan toont een brede internationale gemeenschap haar solidariteit en neemt zij actief deel aan protesten en steunacties. De Koerden kunnen met trots terugkijken op deze brede solidariteit. Vooral voor de Koerden in Europa vloeit hieruit ook een taak voort: namelijk om in hun omgeving allianties te smeden en mensen aan te moedigen om deel te nemen aan dergelijke solidariteitsacties. Dat niet doen zou een vergissing zijn.
De indruk dat deelname van andere samenlevingen de zichtbaarheid of rol van de Koerden zou verminderen, is onjuist. Deze ontwikkeling toont juist duidelijk aan dat de Koerdische vrijheidsstrijd internationale erkenning krijgt. De Koerden zijn vandaag de dag niet langer het “volk zonder advocaat”, zoals ooit werd beweerd. Revolutionaire en democratische krachten over de hele wereld staan achter hen.
Juist daarom is de solidariteit van socialisten, democratische krachten en de volkeren van Europa met de Koerden van groot belang. Ooit werd Koerdistan systematisch van de wereld afgesloten om genocide en bloedbaden onopgemerkt te kunnen plegen. Maar door hun jarenlange werk en hun vastberaden strijd hebben de Koerden dit isolement overwonnen. De wereld ziet nu wat hen is aangedaan en erkent tegelijkertijd de waarde en de kracht van hun verzet. De implementatie van het liberale, ecologische en democratische maatschappelijke paradigma, met name onder leiding van vrouwen, heeft de Koerden wereldwijd tot een voorbeeld gemaakt.
De groeiende solidariteit versterkt onze vrijheidsstrijd en maakt deze wereldwijd zichtbaar. Tegelijkertijd ontmaskert het de interesse van kapitalistisch-modernistische krachten om in de eerste plaats samen te werken met de nationale staten in de regio. De acties dragen er ook toe bij om de standpunten van Europese regeringen en politieke actoren te beïnvloeden. Na de aanval op Kobanê moesten zelfs de krachten die voorheen deel uitmaakten van internationale complotten, hun houding ten minste gedeeltelijk bijstellen. Vandaag de dag zijn de Koerden – met name door hun vrouwelijke emancipatie en democratische visie – een voorbeeld voor veel volkeren in de wereld. Dit effect neemt steeds verder toe. We hebben dit opnieuw ervaren tijdens de steunacties voor Rojava en zijn daar erg trots op.
De aanvallen op Rojava hebben in de Koerdische samenleving geleid tot een tot nu toe ongekende houding van nationale eenheid. Overal waar Koerden wonen, hebben ze gehoor gegeven aan de oproep tot mobilisatie, zijn ze de straat opgegaan en blijven ze hun stem laten horen. Ook Koerdische partijen en organisaties hebben in dit proces deels een positieve houding aangenomen. Hoe beoordeelt u de ontwikkeling van een dergelijk nationaal perspectief, zowel in de samenleving als onder de politieke actoren? Ziet u de mogelijkheid dat dit verder gaat dan een houding en zich concretiseert in een gemeenschappelijke politieke lijn en organisatorische structuur? Zijn er van uw kant initiatieven om Koerdische partijen samen te brengen op een gemeenschappelijk platform?
De solidariteitsacties ter verdediging van Rojava hebben in alle vier delen van Koerdistan en in de diaspora een brede en massale deelname gekend. Dit is een uiting van een groeiende vrijheidswil van het Koerdische volk. Ons volk kijkt terug op een eeuw van verzet tegen onderdrukking en geweld, en op een opgekropte woede. Maar bovenal heeft de ononderbroken strijd, die nu al 52 jaar duurt onder leiding van Rêber Apo, het Koerdische volk in wezen opnieuw gecreëerd. De Koerden zijn al decennia lang een volk dat zich staande houdt. Er is bijna geen stad of provincie waar geen opstanden hebben plaatsgevonden. Vooral in Noord-Koerdistan werd een harde en slopende strijd gevoerd, die zo intens en compromisloos was dat elke fase en elke opstand nieuwe waarden in de samenleving heeft verankerd. Dit heeft het bewustzijn van patriottisme en vrijheidsliefde onder het Koerdische volk aanzienlijk versterkt.
De strijd in Noord-Koerdistan heeft een diepgaande invloed gehad op de andere delen van Koerdistan. Hij werd gezien als een garantie, als een toekomstperspectief en als een bron van trots. De status en invloed van Rêber Apo en de PKK zijn in alle vier delen van Koerdistan enorm toegenomen. De Koerden beschouwen dit leiderschap en de daarmee samenhangende strijd als hun eigen strijd. De psychologie en het klimaat dat door 52 jaar verzet is gecreëerd, vormen een belangrijke winst voor het collectieve bewustzijn van het Koerdische volk. Dat er nu solidariteitsacties tegen de aanvallen op Rojava plaatsvinden, is in wezen een gevolg van deze realiteit. Ons volk, dat waarden weet te waarderen en het belang van politiek werk inziet, kent de plaats die onze beweging en ons leiderschap innemen in de geschiedenis van Koerdistan en eert deze.
De ooit kunstmatig getrokken grenzen hebben ook bepaalde barrières gecreëerd in het denken, voelen en handelen van mensen. De gezamenlijke strijd in alle vier delen van Koerdistan heeft deze barrières doorbroken en een gevoel van eenheid gecreëerd. De ideeën en het paradigma van Rêber Apo zijn in alle vier delen van Koerdistan tot leven gekomen in de vorm van organisatie en praktijk. Dit verstrekkende effect was mede bepalend voor de ontwikkelingen die we vandaag de dag zien. Ons volk in alle vier delen van Koerdistan is zich ervan bewust dat het onze beweging was die deze realiteit heeft gecreëerd. De steun voor Rojava is geen spontane reflex, maar het resultaat van een decennialange politieke strijd. Dat het Koerdische volk vandaag in staat is om sociale eenheid te creëren, toont de grote kracht en het potentieel dat zich in de loop van deze jaren heeft ontwikkeld. Deze realiteit heeft het geloof in de eigen kracht en de hoop op een vrije toekomst aanzienlijk versterkt.
Deze houding van het volk heeft ook invloed gehad op de politieke krachten in Koerdistan. Velen van hen hebben een positieve rol gespeeld in de mobilisatie ter verdediging van Rojava. Wij zijn ervan overtuigd dat alle actoren hebben ingezien dat het noodzakelijk is een beleid te voeren dat aansluit bij de wil van het volk. De sfeer die door de houding van het volk is ontstaan, zal ook politieke gevolgen hebben. De behoefte aan democratische nationale eenheid komt duidelijker dan ooit naar voren. Niet alleen de politieke partijen, maar ook de organisaties van de democratische civiele samenleving hebben vandaag de historische verantwoordelijkheid om bij te dragen aan het ontstaan van een sterke nationale eenheid.
De houding van democratische nationale eenheid die ons volk aan de dag legt, vraagt om concrete stappen en wil niet bij woorden blijven. Vandaag is er meer dan ooit de mogelijkheid om een nationaal platform te creëren dat oplossingen biedt voor de dringende kwesties van het Koerdische volk, met name op het gebied van gezamenlijke zelfverdediging en diplomatie. In onze laatste verklaring hebben wij als covoorzitters van de uitvoerende raad van de KCK bevestigd dat wij bereid zijn actief aan een dergelijk proces mee te werken en dat wij daartoe initiatieven zullen nemen en gesprekken zullen voeren. Wij hebben onze voorstellen altijd aan de Koerdische partijen voorgelegd en benadrukt dat er gezamenlijke commissies moeten worden opgericht en concrete werkzaamheden moeten worden ondernomen. We hopen dat de solidariteit met Rojava de aanzet zal geven om deze stappen nu ook in de praktijk te brengen.
Sommige Koerdische partijen en nationalistische stromingen hebben geprobeerd de aanvallen op Rojava voor hun eigen doeleinden te gebruiken. Hoewel ze zich in het openbaar uitspraken voor nationale eenheid, deden ze in de praktijk het tegenovergestelde en zetten ze hun samenwerking met bezetters en kolonialisten voort. Hoe beoordeelt u dit gedrag?
We willen dergelijke tendensen in dit proces niet centraal stellen in onze beoordeling. Ons perspectief is constructief en we streven ernaar om naar de positieve aspecten te kijken. Het centrale probleem is sowieso dat er geen openheid heerst tussen de Koerdische partijen. Zelfs als er op het eerste gezicht een positieve houding wordt getoond, zijn er in de praktijk vaak tegengestelde tendensen waarneembaar. Deze situatie moet worden overwonnen. Elke partij heeft haar eigen ideologie, wereldbeeld en politieke lijn. De strijd kan en moet op democratische basis worden gevoerd. Het Koerdische volk zal zich aansluiten bij de denkwijze en beweging die het juist acht. Vanuit het perspectief van de politieke actoren geven wij er in deze fase de voorkeur aan om ons te richten op het potentieel en de kansen. Er wordt vaak gezegd: je kunt het glas als half leeg of half vol zien. Wij kiezen bewust voor het laatste.
Natuurlijk zien we dat sommigen onder de vlag van het nationalisme een regelrechte lastercampagne voeren tegen onze beweging en onze leiders. Het gaat hen daarbij niet om de belangen van de Koerden, maar uitsluitend om hun tegenstand tegen Rêber Apo en de PKK. Er valt hier veel over te zeggen, maar wij geven er de voorkeur aan onze energie te richten op hoe de strijd verder kan worden ontwikkeld, welke resultaten we op welke plaatsen voor het Koerdische volk kunnen bereiken. Onze aandacht gaat minder uit naar wat er op sociale media circuleert, maar meer naar de ideeën en standpunten die door onze samenleving en de politieke krachten in open bronnen openbaar worden gemaakt. We krijgen weliswaar af en toe berichten over inhoud op sociale netwerken, maar we hebben noch de tijd, noch de interesse om ons intensief met deze kanalen bezig te houden. Natuurlijk volgen we in algemene zin wat er wordt geschreven en gezegd, maar voor ons staan andere prioriteiten centraal.
Tegelijkertijd zien we dat het Turkse overheidsbeleid steeds meer inzet op manipulatie en psychologische oorlogsvoering – zo sterk zelfs dat zelfs één of twee onafhankelijke media-organen of enkele waarheidsgetrouwe uitspraken hun strategieën kunnen doen wankelen. De reactie hierop is repressief: de hoofdredacteur van de regeringskritische zender Tele1 werd zonder geldige reden gearresteerd en de zender werd onder curatele geplaatst. De druk op de vrije pers, met name op Koerdische journalisten, houdt aan. Ondanks tientallen televisiezenders en kranten blijven de door de staat gecontroleerde media verbazingwekkend ineffectief ten opzichte van de beperkte vrije pers: want waarheid en leugen staan onvermijdelijk tegenover elkaar, en de waarheid heeft uitstraling.
De strijd tegen het Koerdische volk kan niet met legale politieke of journalistieke middelen worden gevoerd – daarvoor zijn leugens, verdraaiingen en speciale oorlogsmiddelen nodig. Turkije functioneert niet meer binnen het kader van wetten of reguliere media. Zelfs de bestaande grondwet volstaat niet meer om de aanvallen van de staat te legitimeren. Daarom worden er steeds vaker ongrondwettelijke en onwettige middelen ingezet om een vuile oorlog tegen de Koerden te voeren. Ook in het kader van het vredes- en democratiseringsproces is er niets aan deze strategie veranderd. Zolang er geen ingrijpende ommekeer komt in het Koerdische beleid van de Turkse staat, zullen we met dergelijke methoden geconfronteerd blijven worden. Of en in hoeverre het proces daadwerkelijk vordert, blijkt ook uit de taal van de media, die volledig in lijn met de regering argumenteren. Media die een serieuze, ingrijpende oplossing willen bevorderen, brengen ander nieuws. Hoewel er af en toe positieve geluiden te horen zijn, doen de stijl, de woordkeuze en de framing sterk denken aan voorgaande jaren.
Bovendien worden veel journalisten in Turkije gekenmerkt door vastgeroeste gewoonten en ideologische vooroordelen, die bijna het karakter van een dogma hebben. De taal van de regeringsgezinde pers, met name de media die dicht bij de AKP/MHP staan, dient niet het proces, maar de tegenstanders ervan. Deze media rechtvaardigen niet alleen hun houding, ze bereiden ook actief de weg ervoor. Ze bouwen geen enkele maatschappelijke steun op voor een oplossing, maar handelen in veel gevallen destructiever dan openlijk verklaarde tegenstanders van het proces. Men vraagt zich soms af of deze media niet zelfs worden gestuurd door externe krachten die geen belang hebben bij een democratische oplossing. Ondanks beperkte middelen neemt de vrije pers echter een principieel standpunt in. Zij spant zich serieus in om het vredesproces in de zin van democratisering en een oplossing voor de Koerdische kwestie te bevorderen. En uiteindelijk zijn het de waarheid en de verspreiding daarvan die het grootste potentieel voor verandering in zich dragen.
Tegen de achtergrond van al deze ontwikkelingen: in welke richting ontwikkelt het door Abdullah Öcalan geïnitieerde proces voor vrede en een democratische samenleving en de daarmee samenhangende directe dialoog met de Turkse staat zich? Kan dit proces onder de huidige omstandigheden vorderen? Is het gerechtvaardigd om in deze context te spreken van een internationale campagne of een wereldwijd complot tegen het onderliggende paradigma? En hoe kan een dergelijke aanval worden ondermijnd?
Wat onder het proces voor vrede en een democratische samenleving moet worden verstaan, heeft Rêber Apo in zijn oproep van 27 februari duidelijk en beknopt geformuleerd. Het is zijn bedoeling om het proces in deze lijn voort te zetten. Maar de daarvoor verantwoordelijke parlementaire commissie heeft tot nu toe haar verantwoordelijkheid niet genomen. Onlangs werd een toenadering van de standpunten in het debat over het “recht op hoop” openbaar gemaakt. In Turkije zijn dergelijke verbale beloften gebruikelijk, maar voor ons telt de praktijk. Het is van cruciaal belang dat Rêber Apo in vrijheid kan werken en communiceren. Pas dan kunnen we zeggen dat het recht op hoop daadwerkelijk is gerealiseerd. Zonder zijn daadwerkelijke bewegingsvrijheid en een rol die past bij zijn leidende positie, kan het proces niet op zinvolle wijze worden voortgezet.
Een democratisering van Turkije en een oplossing voor de Koerdische kwestie zouden veel gevestigde belangen ondermijnen. Ze zouden in zekere zin de geldbronnen van de krachten die van de status quo profiteren, doen opdrogen. Daarom is er binnen Turkije aanzienlijke weerstand tegen het proces. Ook het AKP/MHP-regime heeft tot nu toe geen consequente bereidheid getoond om verantwoordelijkheid te nemen en de nodige stappen te zetten. Dat roept bij het publiek terecht de vraag op hoe serieus de staat dit proces eigenlijk neemt. Natuurlijk willen zowel Rêber Apo als wij als beweging deze weg met geduld en vastberadenheid blijven volgen. Maar onze mogelijkheden zijn beperkt – het is een tweezijdig proces dat niet eenzijdig kan worden gedragen. Het belangrijkste is dat Rêber Apo in staat wordt gesteld om rechtstreeks in contact te treden met verschillende personen en maatschappelijke actoren.
De krachten die zich verzetten tegen een oplossing van de Koerdische kwestie bevinden zich niet alleen binnen Turkije. Ook talrijke staten en actoren buiten Turkije beschouwen een democratische oplossing als onverenigbaar met hun eigen belangen. Daarom voeren zij actief een beleid van sabotage. De aanval van de militie “Hayat Tahrir al-Sham” (HTS) op Koerdische woonwijken op 6 januari (in Aleppo) en hun daaropvolgende verplaatsing naar Noordoost-Syrië kunnen worden gezien als onderdeel van deze sabotagestrategie. Een klimaat van escalerend geweld en toenemende onveiligheid maakt namelijk voortzetting van het democratische maatschappelijke proces onmogelijk. Om deze reden beschouwen wij deze aanvallen – waarbij internationale actoren zoals Turkije betrokken zijn – als onderdeel van een internationaal complot. Een succesvol proces in Turkije om de democratisering te bevorderen en de Koerdische kwestie op te lossen, zou talrijke politieke en geopolitieke plannen dwarsbomen, zowel in eigen land als internationaal.
Om het proces voor vrede en democratisering te laten slagen en provocaties en complotten te laten mislukken, is een collectieve houding van het Koerdische volk nodig: door eenheid, organisatie en vastberaden strijd. Alleen door een dergelijke vastberadenheid kunnen destructieve krachten worden geneutraliseerd en kan het proces tot een succes worden gemaakt. Anders zullen de actoren die inzetten op escalatie – zowel intern als extern – hun plannen in werking stellen. Rêber Apo en wij als beweging werken er intensief aan om deze plannen te ontkrachten. Maar mocht dat niet volledig lukken, dan bestaat het reële risico dat Turkije opnieuw in een fase van instabiliteit en conflict terechtkomt. In een dergelijk geval zouden ook de methoden van verzet veranderen, maar het verzet zou met alle beschikbare middelen worden voortgezet. Juist om deze gevaarlijke ontwikkeling te voorkomen, is het proces überhaupt gestart. Daarom is het van cruciaal belang om het tot een succes te maken. Hiervoor zijn organisatie en een veelzijdige strijd, met name door het Koerdische volk en zijn vrienden, onontbeerlijk.
Bron: ANF