Fris 1 #

Vrij nuchter
Ook al zien we onszelf graag als een eigenwijs volkje, toch laten we ons – met de militaire precisie van de Snollebollekes – wàt graag alle kanten op slingeren. Hoe zit dat?
Terugkijkend op een halve eeuw trekken en duwen in de Nederlandse politiek zie ik een land dat graag mee klotst op de waan van de dag.
Wat doet het goed bij ons? Het opgeheven vingertje. Stoere oneliners, altijd fijn – mits vervlochten met een verjeuking van de taal. Jip-en-Janneke op een bedje van gelul.
'Op de winkel passen!'
'Nederland is af!'
'Eerst het zuur dan het zoet'
'De VOC mentaliteit!...'
Een papje van smakelijke woordenbrei, opgeleukt met puntige, aanjagende zinnetjes. Wat trekken onze leiders niet uit de kast om de kiezers aan zich te binden? En niet alleen bij ons.
Ik kijk dus ook niet zo op van de huidige, laat-19de-eeuwse stuiptrekkingen. Zo wordt in de VS de koloniale Monroe-doctrine weer van stal gehaald en afgeborsteld. Rusland en China mogen ook weer fijn hun gang gaan in hun achtertuintjes.
Elke bully verdient z’n eigen schoolplein.
Dat alles alleen nog begrensd door de tussentijdse checks of de leider nog kan leveren wat de achterban van haar leider verwacht. Voor de VS hangt dat vooral op een paar binnenlandse gevoeligheden: vooral dus de pijn in de portemonnee van de burgers. Helaas laat daar de beloofde quick fix toch nog even op zich wachten. Ik vrees dat alleen een fijn verder uit de hand lopend, internationaal conflict de huidige president nog kan redden.
De gekte
Hoewel in de literatuur ‘de waanzin' een mooi podium krijgt, en mij vaak – prettig gedoseerd – heeft getrakteerd op een frisse kijk op de dingen, is ‘de waanzin’ in het politieke leven toch eerder de botte norm dan de prikkelende uitzondering. Mij verontrust de zin van die alledaagse waan.
Veel is veranderd, onomkeerbaar veranderd, vooral in technologische zin, en toch zitten we vastgeklonken aan oude reflexen.
Zo tuimelen we met z’n allen in een ongewisse toekomst, waarvan de contouren zich toch vrij dwingend lijken af te tekenen. Als een opbollende wolk waarin de bliksem zich roert.
Naast onze angst voor verandering, voelen we ook de aantrekkingskracht van dat avontuur. Tuurlijk willen we geen afstand doen van onze verworven gemakken en privileges. Dat smaakt altijd naar meer. De belofte van nog veel meer moois, dat laten we ons niet ontzeggen. De groei der dingen is onomkeerbaar. Is niet te stuiten, al zou het maar zijn dat het zich sowieso onttrekt aan onze regie.
Het dak gaat eraf
De partijen die deze lijnen uitzetten hebben het beste met ons voor – Dat beloven zij –, maar zij vergeten niet om vooral zichzelf vorstelijk te trakteren. Aan de horizon verrijst een wereld waarin we niet meer hoeven te werken. Top! Al dat moois wordt wel binnengeloodst door CEO’s die graag aanschurken tegen meedogenloze onderdrukkers – Wat mij toch een beetje schrikachtig maakt.
Staan we aan de vooravond van ‘De spelende mens’, of is het toch meer een gevalletje van ‘Geen gezeik, iedereen rijk!’ ? Elon Musk eist van zijn werknemers een moordend arbeidsethos, maar schetst ons ook een toekomst van eindeloze vrije tijd, waarin wij vrolijk mogen mee hobbelen op de genietingen van zijn hand.
Wanneer wordt dat genieten uitzichtloos lijden?
Zijn wij daartoe veroordeeld, of zal het menselijke ongemak definitief vervloeien wanneer A.I. zich weet in te nestelen in onze mentale regionen, die tot op heden nog niet waren ontsloten?
Dan wacht ons vast nog veel moois.
Voorlopig moeten we het nog even doen met de Snollebollekes.
Fris 2 #

Zoals de bleke ochtendzon in september langs de glinsterende herfstdraden streek, daar kon ik als klein jongetje helemaal in opgaan. Ruim na het luiden van de schoolbel kwam ik dan op mijn fietsje aangestormd op het schoolplein, waar dan een fijne taakstraf op me stond te wachten. Nog steeds kunnen kleine dingen me enorm raken, en ben ik geestelijk nog niet echt mijn puberteit ontstegen. Hoewel ik nu in een levensfase ben beland waar mijn kennissen zich vooral bezig houden met de pijn op de crypto-beurs en hun opspelende prostaat – zaken dus, waar ik nog lang van verschoond mag blijven.
Veel is in de loop der jaren toch wel flink veranderd, maar andere dingen ook weer niet. Veel gruwelijke randjes van het leven brengen mij niet meer zo uit evenwicht, maar andere nog steeds ook weer wel. Op huftergedrag sla ik nog steeds spontaan aan, vooral als de schade anderen treft.
In mij leeft nog steeds een hardnekkige onvolwassenheid, met een dun korstje levenservaring – Het is even niet mooier. Ben naadloos meegegaan met de voortschrijdende moderniteit, maar vanbinnen ben ik eigenlijk nog geen spat opgeschoten. Sterker nog, ik verdenk anderen ervan dat het bij hen niet anders is gesteld. Als je de stoere babbel er een beetje af poetst is ieder mens een kwetsbaar, gemankeerd wezen. Die gedachte zegt natuurlijk vooral veel over mezelf, want hoe kan je de rijke groei van anderen herkennen als je zelf niet veel bent opgeschoten? Anaïs Nin zei het zo:
‘We zien de dingen niet zoals ze zijn, maar zoals wij zelf zijn.’
Als kind worstelde ik met een kolossaal besef van de eindigheid van het leven – Wat nooit echt is overgegaan. Met die blik volg ik hoe anderen daarmee omgaan, en dan bijvoorbeeld religies gaan omhelzen waar zoveel bloed aan kleeft. Ik hoor het aan hoe zij bezwerend hun soera's reciteren, of psalmen aanheffen, en daar een diepere waarheid aan toekennen, vooral omdat het allemaal zo mooi klinkt.
Veel mensen ontbreekt het net aan dat snaartje besef dat de natte droom van de een toch vaak uitpakt als de nachtmerrie van de ander. We zijn in basis onzekere kinderen, en zoeken beschutting bij van alles en nog wat. Dat we zelfs onszelf daarbij verraden om toch vooral maar in de pas te lopen, dat is dan vaak de prijs die we er graag voor willen betalen. Daar kan ik goed in meekomen. Maar bij een Hemelse Vader... daar sla ik echt op aan, en zie ik vooral de ellende waar we elkaar dan op trakteren.
Er bestaat ook een seculiere variant daarop, namelijk dat we de dood op technologische wijze te slim af kunnen zijn. Of op zijn minst haar bestaan in het leven perfect kunnen verhullen. Wat allemaal toch ook weer uitdraait op dezelfde terreur. Dat kan ik niet hard maken, maar dat spookt in mijn verbeelding. De pijn van het leven verdragen zonder veel franje, vind ik al heel wat.
Voor mij zijn dan die glinsterende dauwdruppeltjes in de herfst nog altijd een hele vertroosting.
Auteur: Paul Terlunen