Het Franse dagblad Le Monde heeft uitgebreid aandacht besteed aan de rouwceremonies en herdenkingsbijeenkomsten voor gesneuvelde guerrillastrijders die de afgelopen dagen in Koerdistan en Turkije hebben plaatsgevonden. De krant ziet hierin niet alleen het verhaal van families die na jaren eindelijk zekerheid krijgen over het lot van hun naasten, maar ook een zichtbare uiting van de maatschappelijke veranderingen in het proces naar vrede en een democratische samenleving.
In de reportage van Céline Pierre-Magnani wordt erop gewezen dat de Koerdische bevrijdingsbeweging sinds 21 augustus de identiteit heeft bekendgemaakt van ongeveer 100 guerrillastrijders die de afgelopen jaren zijn omgekomen. Daarop ontvingen families onder meer in Amed (Tr. Diyarbakır), Wan (Van) en Istanbul condoleances.
‘Drie jaar geleden zouden dergelijke beelden niet zijn getolereerd’
Le Monde beschrijft uitvoerig de rouwdienst voor Hakan Şaşik in de wijk Arnavutköy in Istanbul. Volgens het artikel had Şaşik zich in 2014 bij de guerrilla aangesloten. Ongeveer twaalf jaar lang had zijn familie geen nieuws over zijn lot ontvangen. Pas door de recente bekendmakingen kwam zij te weten dat Şaşik op 6 oktober 2020 was omgekomen.
De krant besteedt bijzondere aandacht aan de in het openbaar opgestelde foto’s van guerrillastrijders en portretten van de Koerdische leider Abdullah Öcalan. Nog maar enkele jaren geleden zouden dergelijke beelden in Turkije nauwelijks openlijk mogelijk zijn geweest. Drie jaar geleden, zo schat Le Monde in, zouden de Turkse autoriteiten een dergelijk tafereel niet hebben getolereerd.
Dat de rouwceremonies vandaag de dag in het openbaar kunnen plaatsvinden, brengt de krant in verband met het veranderde politieke klimaat sinds eind 2024 en de nieuwe fase die is ingezet met de vredesoproep van Abdullah Öcalan.
Families krijgen na jaren eindelijk zekerheid
De reportage schetst tegelijkertijd de geschiedenis van de familie Şaşik. De broer van Hakan Şaşik vertelt over invallen van het Turkse leger in het ouderlijk huis in Qers (Kars) tijdens hun jeugd. Zijn broer zou getekend zijn door het onrecht dat hij in zijn omgeving had meegemaakt.
Aan de hand van dergelijke familieverhalen maakt Le Monde ook de menselijke gevolgen van de decennialange oorlog in Koerdistan zichtbaar. Veel gezinnen zouden jarenlang geen nieuws van hun kinderen of andere familieleden hebben ontvangen en zouden pas door de nu gepubliceerde namen te weten komen wat er met hen is gebeurd.
De rouwceremonies worden daarmee tegelijkertijd plaatsen waar de gevolgen van de decennialange gewapende conflicten voor gezinnen en de Koerdische samenleving publiekelijk zichtbaar worden.
Van gewapende strijd naar politiek debat
Le Monde plaatst deze ontwikkeling in het bredere debat over de nieuwe fase in de oplossing van de Koerdische kwestie. Met de oproep van Öcalan en de overgang van gewapende strijd naar een democratisch politiek debat zou voor de Koerdische beweging een nieuw tijdperk zijn aangebroken. In de reportage komt onder andere Nedim Yılmaz aan het woord, die 33 jaar gevangen heeft gezeten. Ook worden de visies van de medevoorzitter van de DEM-partij, Tuncer Bakırhan, op het huidige proces weergegeven.
Voor de DEM-partij en andere delen van de Koerdische beweging bestaat een centrale uitdaging van de nieuwe fase erin de strijd voor gelijke rechten op juridische basis en met de middelen van de democratische politiek voort te zetten. Tegelijkertijd wijst Le Monde op de situatie van de rechtsstaat en de fundamentele vrijheden in Turkije. Of deze verandering onder de huidige omstandigheden kan slagen, behoort tot de doorslaggevende vragen van de komende tijd.
De Franse krant had zich al eerder beziggehouden met het proces om de Koerdische kwestie op te lossen. In een analyse van 11 augustus over de door het Turkse parlement aangenomen kaderwet had Le Monde erop gewezen dat deze de Koerdische kwestie op zichzelf niet oplost. De regeling heeft vooral betrekking op het neerleggen van de wapens en de daarmee samenhangende juridische procedures. Centrale kwesties met betrekking tot de politieke eisen van de Koerden en de situatie van Öcalan zouden daarentegen nog steeds onopgelost zijn, zo werd gesteld.