- Syrië
De machtswisseling in Damascus zou naar buiten toe het begin van een nieuwe fase moeten markeren. Sinds de islamistische HTS in december 2024 de controle over de Syrische hoofdstad heeft overgenomen, streeft de nieuwe leiding onder Ahmed al-Scharaa naar internationale politieke erkenning. Deze koers wordt onder andere gesteund door Turkije en westerse landen zoals de VS en Groot-Brittannië. Maar terwijl de nieuwe leiding stabiliteit en staatshervormingen belooft, tekent zich ter plaatse een ander beeld af, met name wat betreft de Koerdische bevolking.
Volgens het Syrische Observatorium voor Mensenrechten (SOHR) nemen de aanvallen op Koerden in verschillende delen van het land toe. De directeur van het observatorium, Rami Abdulrahman, spreekt van aanhoudende schendingen van de mensenrechten, chaos op het gebied van veiligheid en een politieke impasse die Syrië verder destabiliseert.
Centraal in de spanningen staat het akkoord van 29 januari tussen Damascus en de Syrische Democratische Krachten (SDF). Dit akkoord werd voorafgegaan door grootschalige aanvallen op Kobanê, Raqqa, Tabqa en andere regio’s in Noord- en Oost-Syrië. De door Turkije gesteunde offensieven en de aanvallen van islamistische milities konden pas worden gestopt door het verzet van de Volksverdedigingseenheden (YPG), de Vrouwelijke Volksverdedigingseenheden (YPJ) en de SDF.
Akkoord zonder uitvoering
Het daaropvolgende akkoord moest militaire, politieke en administratieve kwesties regelen en een geleidelijke integratie van verschillende bestuursstructuren mogelijk maken. Maar meer dan drie maanden later is een groot deel van de afspraken nog steeds niet uitgevoerd, zegt Abdulrahman. Er zijn weliswaar symbolische stappen gezet, zoals beperkte communicatiekanalen en enkele coördinatiemaatregelen, maar centrale kwesties zijn nog steeds onopgelost. Daartoe behoren met name de vrijlating van gevangenen, de reorganisatie van de veiligheidsstructuren en de controle over stategische gebieden.

Vooral Kobanê wordt daarbij als een cruciaal punt beschouwd. De stad heeft niet alleen een enorme symbolische betekenis voor de Koerdische bevolking, maar is ook van cruciaal strategisch belang. Volgens Abdulrahman bestaan er tussen de betrokken partijen nog steeds aanzienlijke meningsverschillen over de toekomstige bestuurlijke structuur van de regio. Bijkomende regionale belangen zouden de situatie nog verder compliceren.
Terugkeer naar Efrîn blijft geblokkeerd
Ook de terugkeer van duizenden ontheemden uit Efrîn (Afrin) en Serêkaniyê (Ras al-Ain) komt nauwelijks van de grond. Het akkoord van januari voorzag oorspronkelijk dat binnenlandse ontheemden binnen korte tijd veilig naar hun woonplaatsen konden terugkeren en dat de controle geleidelijk zou worden overgedragen aan civiele bestuursstructuren. Hoewel in maart en april meerdere konvooien Efrîn bereikten, is het proces sindsdien grotendeels tot stilstand gekomen. Naar Serêkaniyê is tot nu toe vrijwel niemand teruggekeerd.
Volgens het waarnemingscentrum zijn door Turkije gesteunde gewapende groeperingen nog steeds in talrijke regio’s aanwezig. Vooral andere delen van Efrîn en gebieden rond Serêkaniyê zouden zwaar getroffen zijn. Daar zouden nog steeds huizen en winkels in beslag worden genomen, beschermingsgeld worden afgeperst en mensen willekeurig worden gearresteerd. Hele dorpen zouden feitelijk onder controle staan van gewapende milities.
Veiligheidsvacuüm na terugtrekking SDF
Tegelijkertijd verslechtert de situatie in de Arabisch getinte regio's, waaruit de SDF zich in het kader van het offensief tegen het zelfbestuur heeft teruggetrokken. In Raqqa, Tabqa en Deir ez-Zor is volgens Abdulrahman een enorm veiligheidsvacuüm ontstaan. Openbare diensten zouden grotendeels zijn ingestort en protesten tegen de nieuwe machtsstructuren zouden toenemen. Vooral in Raqqa zouden beslissingen om duizenden huizen te slopen onder het mom van „investerings- en wederopbouwprojecten“ brede woede hebben veroorzaakt.
Vooral Koerden in deze regio’s zouden door de gevolgen worden getroffen. Alleen al in april zouden in Raqqa minstens 15 Koerden zijn gearresteerd, en nog een in Deir ez-Zor. Daar komen nog onteigeningen van woningen, winkels en bedrijven bij. Verschillende huizen en winkels zouden gedwongen zijn ontruimd. Daarnaast documenteerde het waarnemingscentrum de inbeslagname van industriële installaties, restaurants en bakkerijen.
Isolatie van de Koerdische wijken in Aleppo
Ook op het gebied van onderwijs neemt de druk toe. Volgens SOHR zouden Koerdische scholieren geen toegang krijgen tot schooldocumenten, examendocumenten en archiefgegevens. In sommige gevallen zou de toegang tot hun onderwijsgegevens volledig zijn geblokkeerd. Tegelijkertijd komen er steeds meer meldingen binnen over diefstallen en aanvallen op Koerdisch eigendom.
De situatie in de Koerdische wijken van Aleppo is bijzonder ernstig. In Şêxmeqsûd en aangrenzende gebieden wordt de bewegingsvrijheid van de bevolking steeds verder ingeperkt. Controleposten en wegversperringen bemoeilijken het dagelijks leven, terwijl de water- en elektriciteitsvoorziening ontoereikend blijft. Volgens Abdulrahman is de toegang voor media en onafhankelijke waarnemers sterk beperkt, waardoor talrijke incidenten nauwelijks kunnen worden gedocumenteerd.
Milities buiten staatscontrole
De beschuldigingen richten zich met name op gewapende groeperingen zoals de Sultan Suleiman Shah-brigade („Amshat“) en de Hamza-divisie. Beide milities maakten jarenlang deel uit van het door Turkije opgerichte zogenaamde Syrische Nationale Leger (SNA) en zijn inmiddels officieel geïntegreerd in de nieuwe Syrische militaire structuur. Volgens het Observatorium handelen de groepen echter nog steeds grotendeels op eigen houtje. Vooral de Hamza-groep wordt beschuldigd van willekeurige arrestaties, marteling en systematische afpersing. Dat deze groepen ondanks internationale sancties blijven opereren en hun machtsstructuren kunnen uitbreiden, is volgens Abdulrahman een teken van gebrek aan staatscontrole en verantwoordingsplicht.
Machtsstrijd en georganiseerde misdaad
Tegelijkertijd worden de interne machtsstrijd in veel Arabische regio's van Syrië steeds heviger. In Raqqa, Tabqa en andere gebieden eisen Arabische stamfederaties meer politieke en militaire invloed. Tegelijkertijd proberen de overgangsstructuren in Damascus hun controle te handhaven ondanks toenemende veiligheidsproblemen. Het gevolg is een steeds meer gefragmenteerd heersingssysteem, waarin lokale milities, stamactoren en gewapende groeperingen met elkaar concurreren.
Daarnaast zijn er wijdvertakte criminele netwerken. Het waarnemingscentrum heeft de afgelopen maanden een toename vastgesteld van oliesmokkel, landroof, ontvoeringen met het oog op losgeld, gewapende overvallen en talrijke gevallen van georganiseerde afpersing. Met name in Deir ez-Zor, Raqqa, Homs en Hama heeft zich een complexe veiligheidssituatie ontwikkeld, waarin verschillende machtscentra naast elkaar opereren.
“Gecontroleerde instabiliteit”
Voor Abdulrahman is deze ontwikkeling een uiting van een dieperliggende crisis van de Syrische staat. Het ontbreken van de rechtsstaat, rivaliserende gewapende actoren en etnopolitieke spanningen hebben tot nu toe elke duurzame stabilisatie verhinderd. Zolang gewapende groeperingen buiten de controle van de staat opereren en er geen functionerende verantwoordingsmechanismen bestaan, blijft de toekomst van Syrië onzeker. Een oplossing op korte termijn is momenteel niet in zicht, waarschuwt de directeur van SOHR. In plaats daarvan dreigt een fase van „gecontroleerde instabiliteit” zich te verankeren – met geleidelijke veranderingen, maar zonder duidelijk politiek perspectief voor het land en zijn bevolkingsgroepen.