- Zweden
Het besluit van de PKK om zichzelf op te heffen en het proces dat met Turkije wordt gevoerd, werden aan de orde gesteld in het Zweedse parlement. Tijdens de parlementaire zitting werd gesproken over de ontwikkelingen met betrekking tot de oppositie, de vrije media, het maatschappelijk middenveld en de rechtsstaat in Turkije, evenals over het proces dat gericht is op het oplossen van de Koerdische kwestie.
In een schriftelijke vraag aan minister van Buitenlandse Zaken Maria Malmer Stenergard stelde Carina Ödebrink, parlementslid van de Sociaal-Democratische Partij (de grootste oppositiepartij), dat de situatie in Turkije de afgelopen maanden verder was verslechterd wat betreft de oppositie, de vrije media, het maatschappelijk middenveld en de rechtsstaat.
Ödebrink merkte op dat Turkije zijn verplichtingen met betrekking tot de zaken van Selahattin Demirtaş en Osman Kavala niet was nagekomen, ondanks uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) en de Raad van Europa. Zij vroeg welke initiatieven de Zweedse regering binnen de EU en de Raad van Europa zou nemen om ervoor te zorgen dat Turkije de beginselen van de rechtsstaat naleeft.
Ödebrink stelde ook de vraag of er op EU-niveau een meer gecoördineerd standpunt zou worden ingenomen ter ondersteuning van het democratische maatschappelijk middenveld, de vrije media en mensenrechtenverdedigers in Turkije, en om zich te verzetten tegen beperkingen van de democratische rechten van de oppositie en het maatschappelijk middenveld.
‘Vrede moet de deur openen naar democratische hervormingen’
Tijdens de zitting zei het sociaaldemocratische parlementslid Kadir Kasırga dat Turkije een historisch keerpunt doormaakt. Kasırga zei dat de identiteit, taal en politieke rechten van de Koerden in Turkije jarenlang zijn ontkend, en voegde eraan toe dat het meer dan veertig jaar durende gewapende conflict tussen de Turkse staat en de PKK tienduizenden levens heeft gekost.
Kasırga zei dat het huidige proces grote hoop heeft gewekt op een einde aan het gewapende conflict en benadrukte dat Zweden dit proces moet steunen. Kasırga benadrukte dat vrede meer inhoudt dan alleen het tot zwijgen brengen van de wapens, en zei dat de Koerdische identiteit, taal en politieke rechten moeten worden gewaarborgd. Hij zei dat een van de fundamentele toetsstenen van het proces zou zijn of het vredesproces de weg zou effenen voor democratische hervormingen en of mensen in staat zouden zijn om zonder angst hun recht op politieke organisatie uit te oefenen en tegelijkertijd hun identiteit tot uitdrukking te brengen.
Kasırga stelde dat er in Turkije weliswaar een historische hoop op vrede aan het ontstaan was, maar dat de democratie achteruitging. Hij wees erop dat oppositiepolitici van hun vrijheid werden beroofd en dat journalisten en mensenrechtenverdedigers werden gearresteerd.
Kasırga zei dat Turkije, om aan te tonen dat het een nieuw hoofdstuk wilde openen, onder meer de uitspraken van het EHRM zou moeten naleven en Selahattin Demirtaş, Figen Yüksekdağ en Ekrem İmamoğlu zou moeten vrijlaten.
Kasırga stelde dat de overgang „van conflict naar vrede, van ontkenning naar erkenning en van onderdrukking naar democratie“ gelijktijdig moet plaatsvinden, en vroeg of de Zweedse regering het vredesproces ook als een kans voor de democratisering van Turkije beschouwde.
Stenergard: We volgen het proces op de voet
De Zweedse minister van Buitenlandse Zaken Maria Malmer Stenergard zei, in reactie op de verklaringen van de parlementsleden en de schriftelijke vraag, dat zij de politieke ontwikkelingen in Turkije op de voet volgen. Stenergard zei dat de regering het ontnemen van de vrijheid van oppositieleden in Turkije zeer serieus neemt, en voegde eraan toe dat vrijheid van meningsuiting, democratie, de rechtsstaat en eerbiediging van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens van cruciaal belang zijn.
Maria Malmer Stenergard zei: „Ik wil benadrukken dat de regering de recente binnenlandse politieke ontwikkelingen in Turkije, waaronder de vrijheidsberoving van oppositieleden, al geruime tijd zeer serieus neemt. Eerbiediging van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, met inbegrip van de beginselen van vrijheid van meningsuiting, democratie en de rechtsstaat, is absoluut essentieel. En natuurlijk is het ook een voorwaarde voor EU-lidmaatschap. Burgers moeten erop kunnen vertrouwen dat rechtbanken onafhankelijke en onpartijdige uitspraken doen, in plaats van uitspraken die gebaseerd zijn op de bestaande antidemocratische wetten van het land, bewijs dat nog moet worden geleverd, politieke belangen of druk. En daarom wil ik heel duidelijk zijn.
Een sterke en onafhankelijke rechterlijke macht is zowel een fundamentele pijler van de rechtsstaat en de democratie als een fundamentele voorwaarde voor EU-lidmaatschap. Om deze reden is het van groot belang dat Zweden en de EU hun verwachtingen ten aanzien van Turkije duidelijk handhaven, met name als kandidaat-lidstaat van de EU, als lid van de Raad van Europa en als partij bij het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Turkije moet zorgen voor een onafhankelijke rechterlijke macht die vrij is van politieke invloed en niet wordt gebruikt als instrument om de oppositie of kritische stemmen tegen het regime te beperken.”
Verwijzend naar de ontwikkelingen binnen het Vredes- en Democratisch Maatschappijproces voegde Stenergard hieraan toe: „De aankondiging dat de partij is ontbonden en dat er een dialoog met die partij tot stand is gekomen, is natuurlijk zeer positief, maar dit proces moet worden voortgezet. Uiteraard moet dit via vreedzame en democratische middelen gebeuren, en wij volgen de situatie op de voet. Vanzelfsprekend werken wij, op alle gebieden waar dat mogelijk is, nauw samen om ervoor te zorgen dat het proces zich in een positieve richting ontwikkelt.”
Bron: ANF