Gevallen van marteling nemen toe vanwege straffeloosheid

  • Noord-Koerdistan

De mensenrechtenorganisaties TIHV en IHD documenteren veel gevallen van mishandeling en marteling door staatstroepen. Het grote aantal houdt verband met het uitblijven van een politieke oplossing voor de Koerdische kwestie en straffeloosheid.

De oorlog in Noord-Koerdistan laat zich ook zien in de staatsterreur tegen de burgerbevolking. De aanvallen op de bevolking door de Turkse staat, zijn soldaten, politieagenten en paramilitaire groepen zijn zeer wijdverspreid. De 1.130 gevallen van marteling die gemeld zijn door het Documentatiecentrum van de Mensenrechtenstichting in Turkije (TIHV) voor de eerste elf maanden van het jaar 2022 zijn slechts het topje van de ijsberg, omdat de meerderheid van de mensen zich niet tot mensenrechtenorganisaties wendt vanwege de dreigingssituatie. Van de gemelde gevallen werden er 700 gemarteld of mishandeld in hetzelfde jaar. Volgens de bevindingen van het Documentatiecentrum van de Mensenrechtenvereniging IHD werden in het jaar 2022 minstens 980 personen gemarteld en mishandeld tijdens hun hechtenis.

Amed: 235 meldingen van marteling

Volgens het kantoor van IHD in Amed (Tr. Diyarbakır)  werden daar in de periode 2022 minstens 15 gevallen van marteling na arrestatie en 178 gevallen van marteling en mishandeling buiten detentie, dus op straat, bij invallen en soortgelijke politieacties gemeld. Minstens 42 gevangenen werden mishandeld of gemarteld tijdens hun hechtenis.

Recente aanvallen in Amed schokkend

In de afgelopen weken en maanden hebben drie bekende gevallen van marteling de provincie Amed op zijn grondvesten doen schudden, waarbij de daders in alle gevallen straffeloos bleven. Y.D. (14) werd op 21 maart in de gemeente Licê bij Amed ontvoerd en zwaar mishandeld door de politie toen hij met een 10-jarige vriend naar huis liep. De tiener werd naar een afgelegen terrein gebracht. Hij werd gedwongen zichzelf als Turk te identificeren, racistische beledigingen tegen Koerden uit te spreken en het nationale volkslied te zingen. Daarbij werd hij herhaaldelijk geslagen. De drie politieagenten die waren gearresteerd in verband met het onderzoek naar de marteling van Y.D., werden op 23 juni vrijgelaten met de redenering dat “marteling niet was bewezen”.

Op 1 april werd Mikail Ekinci, vader van drie kinderen, doodgeschoten door soldaten in het gehucht Gulabaxça in de wijk Bistin (Aynalı) in het district Çêrmûg (Çermik), omdat hij naar verluidt niet gehoorzaamde aan een “stopbevel”. Daarna overviel het leger zijn dorp, doorzocht 15 huizen en mishandelde de bewoners. Op initiatief van mensenrechtenorganisaties is er een onderzoek gestart, maar het onderzoek loopt nog steeds zonder dat er een dader is geïdentificeerd.

Het laatste bekende incident vond plaats op 3 juni. Vier leden van de familie Yalavuz, herders in het gehucht Metmûr (Kalkanlı) in de omgeving van Bêşiştê (Türeli) in het district Licê (Lice), werden het doelwit van mishandeling door het leger. Het incident kwam aan het licht toen een TikTok-gebruiker genaamd “Special Officer Commander Berk” het beeldmateriaal trots publiceerde onder de titel “Wraak”. Hanifi Yalavuz, een van de slachtoffers, heeft aangifte gedaan bij de Orde van Advocaten in Amed.

Advocaat Yakup Güven, lid van de IHD-Amed Anti-folteringscommissie, en Mehdi Özdemir, vicevoorzitter van de Orde van Advocaten van Amed, vertelden Mezopotamya News Agency over de zaak en de toename van marteling en mishandeling door politie en soldaten, en de straffeloosheidsbeleid.

Twee uur lang achtergelaten met de handen vastgebonden op de rug

Mehdi Özdemir rapporteert over de Metmûr-zaak: “In de nacht van 3 juni informeerden de herders via het dorpsoudste het politiebureau over een schot dat rond 03.00 uur ‘s ochtends was gehoord. De herders wilden de politie op de hoogte stellen van de schoten. De speciale eenheden van het politiebureau benaderden eerst een van hun twee tenten. Ze gebruikten fysiek geweld tegen de mensen daar, beledigden en bedreigden hen en dwongen hen om met hun gezicht naar beneden en met de handen vastgebonden op de rug op de grond te liggen. Vervolgens bevalen de speciale eenheden de personen in de andere tent om zich ‘over te geven’. Na een ruw en gedetailleerd lichamelijk onderzoek werden zij op dezelfde manier blootgesteld aan fysiek en verbaal geweld en twee uur lang in handboeien vastgehouden. Ondertussen uitten de politieagenten ernstige bedreigingen tegen hun lichaam en leven.”

Straffeloosheid

Özdemir meldt dat er geen echt onderzoek naar de daders heeft plaatsgevonden. Dit is meestal het geval wanneer de daders wetshandhavingsfunctionarissen zijn. Hiermee gaat Turkije in tegen internationale verdragen die het zelf heeft ondertekend. Dergelijke aanvallen kunnen alleen worden voorkomen door een effectieve vervolging. De advocaat meldt dat hij er alles aan doet om juridische vervolging van de Metmûr-zaak mogelijk te maken.

“De aanvallen hangen samen met het ontbreken van een oplossing voor de Koerdische kwestie”

Advocaat Yakup Güven wees erop dat dergelijke gevallen van marteling vooral toenemen als gevolg van het uitblijven van een oplossing voor de Koerdische kwestie. Het beleid dat uitsluitend gebaseerd is op militaire en “veiligheids”maatregelen leidt tot toenemende schendingen van de rechten van de burgerbevolking. Met name het verbod op marteling wordt geschonden. Straffeloosheid moedigt de daders aan: “De daders gaan ervan uit dat het systeem van straffeloosheid hen zal beschermen en dat ze niet strafrechtelijk zullen worden vervolgd. En dit zelfvertrouwen is werkelijk een weerspiegeling van decennialange praktijken. De daders handelen met de zekerheid die de praktijk van straffeloosheid biedt en aarzelen niet om zichzelf te prijzen voor hun daden. De overtuiging dat ze niet gearresteerd zullen worden, moedigt hen aan om meer misdaden te plegen en deze vervolgens aan het publiek te tonen.”

“Het aantal gevallen neemt jaarlijks toe”

Gezien het gestegen aantal martelgevallen concludeerde Güven: “Als we een algehele beoordeling maken, weten we dat het geen geïsoleerde incidenten zijn. De systematische veiligheidsbenadering ten aanzien van de Koerdische kwestie, het vasthouden aan het ontbreken van een oplossing voor de Koerdische kwestie, leidt tot een toename en intensivering van schendingen van de rechten en een toenemende onzekerheid met betrekking tot de bescherming van de veiligheid van de burgerbevolking, met name wat betreft de onschendbaarheid van het lichaam en het leven. In dit opzicht is er geen garantie voor de burgerbevolking. De slachtoffers en families van degenen die hun leven hebben verloren of gemarteld en mishandeld zijn, hebben geen vertrouwen in de justitie.”

“Op een dag zullen de daders voor de rechter verschijnen”

Güven kondigt aan dat hij ondanks alles de juridische strijd tegen marteling wil voortzetten: “Er is geen verjaringstermijn voor marteling. Als het vandaag niet gebeurt, zullen de daders op een dag voor de rechter worden gebracht. We zijn er sterk van overtuigd dat de daders uiteindelijk juridisch verantwoordelijk zullen worden gehouden door onze strijd.”