KNK veroordeelt aanvallen op kolbars, roept Iran op de levens van zijn burgers te beschermen

  • Brussel

De Uitvoerende Raad van het Nationaal Congres van Koerdistan (KNK) heeft een verklaring uitgegeven waarin de niet aflatende aanvallen van het Iraanse regime op kolbars (Koerdische ladingdragers in de grensregio) worden veroordeeld.

Het KNK benadrukte dat duizenden inwoners van Oost-Koerdistan gedwongen zijn om als kolbars te werken vanwege het gebrek aan werkgelegenheid en de onverschilligheid van de staatsautoriteiten.

De KNK zei dat terwijl Iran probeert het Koerdische volk te marginaliseren en uit te hongeren, het systematisch kolbars viseert die dit gevaarlijke werk doen om in hun levensonderhoud te voorzien.

De verklaring zei: “Duizenden zijn tot nu toe gedood, tienduizenden zijn gewond geraakt en duizenden families zijn het slachtoffer geworden. Volgens het Kurdistan Human Rights Network zijn er vorig jaar minstens 48 kolbars gedood en 427 mensen gewond geraakt. Alleen al in de afgelopen 70 dagen zijn minstens 17 kolbers en handelaren om het leven gekomen.”

De KNK merkte op dat deze aanvallen onbestraft zijn gebleven en dat de kolbars alleen maar hun brood wilden verdienen zonder angst voor de Iraanse strijdkrachten. De staatstroepen vielen echter de kolbars aan en openden zonder waarschuwing het vuur.

De verklaring wees er ook op dat ondanks de beloften van de Iraanse regering om de kolbarkwestie op te lossen, het geweld tegen kolbars de afgelopen twee jaar is toegenomen. De verklaring zei dat deze aanvallen en doden het resultaat zijn van het vijandige beleid van het Iraanse regime tegen het Koerdische volk.

Het KNK veroordeelde deze aanslagen en riep de Iraanse regering op haar verantwoordelijkheid te nemen om de levens van de mensen te beschermen. De KNK sloot haar verklaring af met de volgende woorden: “Bij deze gelegenheid wensen wij nogmaals medeleven aan de vermoorde mensen, condoleances aan hun families en een spoedig herstel aan de gewonden.”

Achtergrond

Oost-Koerdistan is door de jaren heen steeds dieper in armoede gedaald door bewust beleid van het Iraanse regime en is een van de armste regio’s van Iran. Vergeleken met andere regio’s is er in dit gebied aanzienlijk minder geïnvesteerd en is de ontwikkeling bewust aan banden gelegd. Landbouw en industrie mochten zich niet ontwikkelen en als gevolg daarvan steeg de werkloosheid tot de hoogste in Iran.

Geconfronteerd met een beleid van discriminatie, onderdrukking en verarming, is het smokkelen van goederen geen keuze maar een must om te overleven.

Kolbar komt van de Koerdische woorden “kol” (rug) en “bar” (last). Kolbars verdienen hun brood met het dragen van ladingen langs de gevaarlijke grenslijn. Hun ladingen bestaan uit sigaretten, mobiele telefoons, kleding, huishoudelijke artikelen, thee en zelden alcohol. Ze lopen door gevaarlijk terrein om deze handel tussen Zuid- en Oost-Koerdistan voort te zetten. De goederen die ze brengen worden tegen hoge prijzen verkocht in Teheran, maar de kolbars die er hun leven voor riskeren worden zeer bescheiden betaald.

De tussenpersonen die de leveringen aannemen en kopers vinden in de steden worden kasibkars genoemd.

Kolbars en kasibkars variëren van 13 tot 70 jaar oud. Sommigen hebben alleen de lagere school afgemaakt, anderen zijn universitair geschoold. Ze dragen ladingen, omdat ze geen ander werk kunnen vinden. In de afgelopen 5 jaar zijn ongeveer 300 kolbars en kasibkars in koelen bloede vermoord. Er zijn geen absolute statistieken beschikbaar over de sterfgevallen.

Minstens 17 kolbars omgekomen in de afgelopen 70 dagen