DOSSIERS & OPINIE

1 september en de nieuwe fase van de vrede

1 september en de nieuwe fase van de vrede

1 september markeert het begin van een van de donkerste hoofdstukken uit de geschiedenis van de mensheid. Met de aanval van nazi-Duitsland op Polen in de ochtend van 1 september 1939 brak de Tweede Wereldoorlog uit, die miljoenen mensen het leven kostte, steden verwoestte en diepe maatschappelijke wonden achterliet. Vanuit de ervaringen van deze oorlog ontstond de traditie om 1 september te vieren als Wereldvredesdag of Antioorlogsdag. Vooral in Oost-Europa en binnen linkse en vredesbewegingen werd deze datum een vast referentiepunt.

Ook in Koerdistan en Turkije ontwikkelde 1 september zich vanaf het midden van de jaren tachtig tot een gezamenlijke actiedag van vakbonden, democratische organisaties en maatschappelijke bewegingen. Jaar na jaar gaat dit gepaard met de roep om een samenleving waarin de wapens zwijgen, gerechtigheid wordt hersteld en de volkeren uit vrije wil met elkaar kunnen samenleven.

In Turkije is 1 september in de loop der jaren uitgegroeid tot een van de meest zichtbare en grootste openbare platforms voor de roep om vrede. Sinds de jaren negentig vonden er in Istanbul, Ankara, Izmir en talrijke andere steden demonstraties, bijeenkomsten, persverklaringen en vredesfeesten plaats. Tot de organisatoren behoorden grote vakbonds- en beroepsorganisaties zoals DISK, KESK, TMMOB en TTB, de mensenrechtenvereniging IHD en talrijke andere democratische organisaties.

Turkse en Koerdische arbeiders, intellectuelen, vrouwen en jongeren gingen bij deze evenementen gezamenlijk de straat op. Een van de centrale eisen was daarbij altijd een democratische en vreedzame oplossing voor de Koerdische kwestie. Op 1 september werd stilgestaan bij de verwoestende gevolgen van de oorlog en tegelijkertijd benadrukt dat een duurzame en rechtvaardige vrede alleen mogelijk is op basis van rechtvaardigheid, gelijkheid en vrijheid. Zo werd 1 september in Turkije gevestigd als een gezamenlijke vredesdag van links, de werkende klasse en het democratische publiek.

Vrede als existentiële kwestie

In Koerdistan kreeg 1 september een nog diepere betekenis. Door het decennialange beleid van ontkenning en assimilatie en door de oorlog werd het streven naar vrede voor de Koerden een existentiële kwestie. Zelfs tijdens de meest intense oorlogsjaren van de jaren negentig werd de roep om vrede op straat uitgedragen. Tijdens demonstraties, bijeenkomsten en persverklaringen in talrijke steden werd opgeroepen tot een einde aan de gewapende conflicten, een waardige vrede en een democratische oplossing. Centraal stond de boodschap dat de Koerdische kwestie op vreedzame en democratische wijze moest worden opgelost.

Vrede betekent uiteindelijk dat alle mensen in veiligheid kunnen samenleven met hun taal, identiteit, geloof en culturele achtergrond. Voor de Koerdische vrijheidsbeweging bleef de zoektocht naar vrede en een democratische oplossing daarom ook na het begin van de gewapende strijd op 15 augustus 1984 in Dih (Tr. Eruh) en Şemzînan (Şemdinli) een centraal uitgangspunt. Zij beschouwde vrede niet louter als de afwezigheid van oorlog, maar als een proces waarin sociale rechtvaardigheid, de rechten van verschillende identiteiten en democratische participatie worden gewaarborgd. Vanuit deze opvatting kwam het begrip „waardige vrede“ centraal te staan: een vrede die berust op wederzijdse erkenning en gelijkheid.

De eerste eenzijdige wapenstilstanden

Ook in de jaren waarin de conflicten bijzonder hevig waren, werden herhaaldelijk initiatieven genomen voor een politieke oplossing. In maart 1993 kondigde de Koerdische vertegenwoordiger Abdullah Öcalan, onder bemiddeling van de toenmalige voorzitter van de Patriottische Unie van Koerdistan (PUK), Celal Talabanî, voor het eerst een eenzijdige wapenstilstand af. Daarmee werd tegelijkertijd de eis bekrachtigd om de Koerdische kwestie binnen de grenzen van Turkije op politieke wijze op te lossen.

Het staakt-het-vuren werd later verlengd, maar na de dood van de toenmalige Turkse president Turgut Özal en de daaropvolgende ontwikkelingen kwam het begonnen proces tot stilstand. Toch volgden er nog meer initiatieven: op 15 december 1995 kondigde de Koerdische vrijheidsbeweging een tweede eenzijdig staakt-het-vuren af, en op de Wereldvredesdag van 1 september 1998 een derde. De eisen bleven daarbij dezelfde: een politieke oplossing, democratische rechten en een duurzame vrede.

Van Imrali naar de vredesgroeperingen

Met de ontvoering van Abdullah Öcalan uit Kenia naar Turkije op 15 februari 1999 brak een nieuwe fase aan. Ook onder de omstandigheden van zijn gevangenschap op het gevangeniseiland Imrali bleef Öcalan vasthouden aan het zoeken naar een vreedzame oplossing. Op 1 september 1999 volgde een nieuw staakt-het-vuren en de oproep aan de guerrilla om zich uit Turkije terug te trekken. Een deel van de guerrillastrijders gaf gehoor aan deze oproep en trok zich terug over de grens. Om de bereidheid tot een politieke oplossing te onderstrepen, kwamen bovendien „vredesgroepen“ uit de bergen en uit Europa naar Turkije.

Tussen 1999 en 2004 namen de gewapende conflicten aanzienlijk af. In deze periode probeerde de Koerdische vrijheidsbeweging met initiatieven zoals het „vredesproject“ en het „dringende actieplan voor democratie en vrede“ de basis te leggen voor een politieke oplossing.

Aan het einde van de jaren 2000 wekten de onder de noemer „democratische openstelling“ ingezette stappen en de gesprekken van Oslo opnieuw hoop op een oplossing. In oktober 2009 stak een vredesgroep, bestaande uit guerrillastrijders en vluchtelingen uit het kamp Mexmûr, bij Habur de grens met Turkije over. Tienduizenden mensen verwelkomden hun aankomst als een teken van hoop op vrede. De leden van de groep werden eerst ondervraagd en vervolgens vrijgelaten. Na een politieke campagne tegen de ontvangst in Habur volgden echter strafrechtelijke procedures, arrestaties en veroordelingen.

Newroz 2013 als keerpunt

In 2013 volgde een ingrijpende stap. De boodschap van Abdullah Öcalan, die tijdens het Newroz-feest in Amed (Diyarbakır) werd voorgelezen, markeerde met de oproep „Laat de wapens zwijgen, laat de ideeën spreken“ een historisch keerpunt. De PKK kondigde een staakt-het-vuren af, waarna de guerrillastrijders zich uit Turkije begonnen terug te trekken. Tegelijkertijd werd een „Raad van Wijzen“ ingesteld, die de maatschappelijke dialoog over het vredesproces moest begeleiden. Ook in het Turkse parlement werd een commissie opgericht die zich met het proces bezighield. Het was een fase waarin de hoop op vrede brede lagen van de samenleving in haar greep hield en de zoektocht naar een politieke oplossing steeds meer in de openbaarheid plaatsvond. Maar in de zomer van 2015 beëindigde de Turkse staat het onderhandelingsproces en keerde terug naar de oorlog.

Van gewapende strijd naar democratische politiek

De ervaringen en initiatieven van de afgelopen decennia mondden op 27 februari 2025 uit in een nieuwe fase met Abdullah Öcalans „Oproep tot vrede en een democratische samenleving“. Öcalan verklaarde daarin dat de PKK was ontstaan onder de historische omstandigheden van de 20e eeuw. Met de ineenstorting van het reëel socialisme, de erkenning van de Koerdische realiteit en de maatschappelijke en politieke veranderingen had de gewapende strategie echter haar historische basis verloren.

Öcalan riep de PKK op om een congres bijeen te roepen en de nodige beslissingen te nemen voor integratie in de staat en de samenleving: „Net als elke moderne gemeenschap en partij waarvan het bestaan niet met geweld is beëindigd, moeten ook jullie jullie congres bijeenroepen en de beslissing nemen om te integreren in de staat en de samenleving; alle groeperingen moeten de wapens neerleggen en de PKK moet zichzelf ontbinden.“

Deze oproep betekende tegelijkertijd de overgang van een tijdperk van gewapende strijd naar een fase waarin democratische politiek en juridische oplossingen centraal komen te staan. Hij stond niet los van de voorgaande decennia, maar sloot aan bij de ervaringen met eenzijdige wapenstilstanden, terugtrekkingen en herhaalde pogingen tot een politieke oplossing. Het antwoord op de oproep van Öcalan liet niet lang op zich wachten. Op 1 maart 2025 kondigde de PKK een eenzijdig staakt-het-vuren af. Tijdens haar 12e congres in mei besloot zij de gewapende strijd te beëindigen en haar organisatiestructuur op te heffen. Op 11 juli verbrandde een groep van 30 guerrillastrijders tijdens een ceremonie in de Zuid-Koerdische provincie Silêmanî hun wapens. Daarmee werd na meer dan vier decennia van gewapende strijd een historische drempel overschreden.

Wat ‘vrede en een democratische samenleving’ betekent

Wat Öcalan met dit proces beschrijft, is een fundamentele maatschappelijke en politieke verandering. Het concept van ‘vrede en een democratische samenleving’ gaat ervan uit dat de verschillende culturele, taalkundige, religieuze en identiteitsgerelateerde componenten van de samenleving zich vrij kunnen ontplooien en organiseren. De verhouding tussen staat en samenleving moet daarbij gebaseerd zijn op een democratische overeenkomst. Öcalan beschrijft democratische integratie als een alternatief voor zowel een beleid van afscheiding als van assimilatie. Voor de Koerden betekent dit dat zij met hun eigen identiteit worden erkend als een constitutief onderdeel van de republiek. Hiermee gepaard gaan de versterking van de lokale democratie en het effenen van de weg naar een democratische grondwet.

Het samenleven van verschillende maatschappelijke groepen vormt een hoeksteen van deze benadering. Verschillende identiteiten, talen en geloofsgemeenschappen moeten naast elkaar kunnen bestaan zonder elkaar te verdringen – op basis van wederzijds respect en gelijke rechten. Daarin ligt een essentiële voorwaarde voor duurzame vrede. Een burgerlijke verhouding, die de eenheid van de staat als uitgangspunt neemt, moet tegelijkertijd de vrijheid van meningsuiting en het recht op organisatie waarborgen. Voor de Koerden betekent dit dat hun bestaan en de rechten die voortvloeien uit hun bestaan als volk juridisch moeten worden gewaarborgd. Daarbij gaat het om kwesties die variëren van onderwijs in de moedertaal tot zelfstandige culturele organisatie.

Een 1 september onder nieuwe voortekenen

De sinds 1993 ondernomen eenzijdige wapenstilstanden, terugtrekkingen, vredesgroepen en initiatieven voor een politieke oplossing tonen aan dat de zoektocht naar vrede decennialang is voortgezet. Veel van deze stappen bleven zonder passend antwoord. Het punt waarop we vandaag zijn aangekomen, is niettemin ook het resultaat van deze ervaringen en de daaruit voortvloeiende politieke basis. 1 september staat dit jaar daarom in een andere context dan in de afgelopen jaren. Met de verschuiving van het proces naar het niveau van de democratische politiek is een nieuwe fase aangebroken.

1 september is daarmee niet langer alleen een dag waarop aan vroegere oorlogen wordt herdacht en vrede wordt geëist. Het is tegelijkertijd een moment waarop de vraag rijst hoe de ontstane mogelijkheden kunnen worden benut. Het proces is namelijk nog niet afgerond. Vertragingen bij de noodzakelijke wettelijke regelingen, een hernieuwde dominantie van veiligheidsgerichte benaderingen of afnemende maatschappelijke steun kunnen verdere vooruitgang bemoeilijken.

Een waardige en duurzame vrede veronderstelt wederzijdse verantwoordelijkheid. Evenzo vereist democratisering de betrokkenheid van verschillende geledingen van de samenleving. Het proces dat met de oproep van Öcalan is ingezet, heeft de mogelijkheid gecreëerd om het beleid van het gewapende conflict te vervangen door democratisch beleid en integratie. Het is nu van cruciaal belang hoe deze mogelijkheid wordt benut. 1 september niet alleen vieren als herdenkings- en actiedag, maar er een maatschappelijk forum van maken waarop wordt gediscussieerd over de noodzakelijke stappen voor de opbouw van een democratische samenleving en de daarmee samenhangende verantwoordelijkheden, kan daarom ook van belang zijn voor het verdere verloop van het proces.

Auteur: Gurbet Sarya

Gerelateerde Artikelen