- Turkije
Terwijl er in Ankara wordt gedebatteerd over een kaderwet voor het vredesproces en een democratische samenleving, richt politicoloog Hişyar Özsoy zijn aandacht op de politieke reikwijdte van de geplande regeling. Het gaat niet alleen om de vraag of er een wet wordt aangenomen, maar ook om het juridische en politieke kader dat deze wet schept voor de toekomst van de Koerdische kwestie. Het eigenlijke debat draait daarom niet om het neerleggen van de wapens, maar om de voorwaarden waaronder het conflict in de toekomst op democratische en politieke wijze kan worden aangepakt.
Inhoud belangrijker dan het tijdschema
Volgens Özsoy zal de kaderwet binnen afzienbare tijd op de agenda van het Turkse parlement komen. Belangrijker dan het tijdstip is echter de concrete invulling ervan. Tot nu toe circuleerden er weliswaar alleen gelekte informatie over de inhoud van het wetsontwerp, maar zelfs die had al tot aanzienlijke discussies binnen de Koerdische politiek geleid. Özsoy wijst erop dat de Koerdische kant het verloop van het proces tot nu toe, ondanks herhaalde vertragingen, met strategisch geduld heeft gevolgd. Des te belangrijker is het nu dat de wet het politieke karakter van het proces weerspiegelt en niet wordt gereduceerd tot een louter veiligheidsrechtelijke regeling.
Geen wet van vernedering
Volgens Özsoy zal de inhoud van de wet bepalen of de ingeslagen weg vertrouwen schept of juist nieuwe spanningen veroorzaakt. Een kaderwet mag noch uitgaan van een logica van winnaars en verliezers, noch bepalingen bevatten die de waardigheid van de betrokkenen schenden. „Als de wet eng wordt geformuleerd en vernederende elementen zoals schuldbekentenissen bevat, zal de Koerdische beweging nauwelijks bereid zijn om haar tot nu toe getoonde politieke flexibiliteit voort te zetten.” Een onderhandelingsproces kan alleen standhouden als geen van beide partijen wordt gedwongen haar politieke identiteit of maatschappelijke aanspraken op te geven.
Democratische politiek moet mogelijk worden
Volgens Özsoy houdt het proces niet op bij de terugkeer van gewapende actoren naar het burgerleven. Even cruciaal is de vraag of de weg naar de democratische politiek op de lange termijn voor hen openstaat. Wie een gewapend conflict duurzaam wil beëindigen, moet tegelijkertijd politieke ruimtes creëren waarin maatschappelijke conflicten in de toekomst zonder geweld kunnen worden uitgevochten. Anders bestaat het gevaar dat de oorzaken van het conflict zich slechts in een andere vorm voortzetten. „Als je wilt dat mensen voorgoed afzien van gewapende strijd, moet je hen tegelijkertijd de mogelijkheid bieden om actief te zijn in de democratische en civiele politieke ruimte.“ Over het tijdschema van dergelijke regelingen kan worden onderhandeld. Het is echter van cruciaal belang dat democratische participatie in principe mogelijk wordt gemaakt.
Meer dan een ontwapeningswet
Voor Özsoy schiet het daarom tekort om de geplande wet louter te beschouwen als een wettelijke basis voor de ontwapening van de PKK. De wet vormt veeleer de overgang naar een nieuwe politieke fase van het proces. Mocht deze stap slagen, dan zouden de fundamentele politieke kwesties van de Koerdische kwestie voor het eerst onder democratische omstandigheden kunnen worden besproken, waaronder taalrechten, gemeentelijk zelfbestuur of kwesties rond democratisch burgerschap.
De kaderwet bepaalt de verdere koers
Volgens Özsoy hangt niet alleen het succes van de huidige onderhandelingen af van de kaderwet, maar ook de politieke structuur van een mogelijk oplossingsproces. De wet moet daarom de overgang mogelijk maken van een militair gekleurde conflictoplossing naar een democratisch politiek debat. „Het eigenlijke thema is niet de ontwapening. Deze wet zal het politieke kader bepalen waarbinnen de Koerdische kwestie in de toekomst kan worden besproken.” Volgens de politicoloog ligt juist daarin de historische betekenis van de geplande regeling: deze moet niet alleen het einde van een gewapende fase regelen, maar ook het begin van een nieuw politiek hoofdstuk mogelijk maken, waarin de Koerdische kwestie duurzaam op democratische wijze kan worden onderhandeld.
Koerden blijven een doorslaggevende factor in het Midden-Oosten
Met het oog op het Midden-Oosten zei Özsoy dat de politieke en militaire machtsverschuivingen de regionale machtsverhoudingen fundamenteel hebben veranderd. De NAVO-top, de oorlog tussen de VS, Israël en Iran, de herordening van Syrië en het toenemende belang van Turkije op het gebied van veiligheidsbeleid zijn uitingen van een uitgebreide geopolitieke herschikking. Voor de Koerden betekent dit enerzijds nieuwe risico’s, maar anderzijds blijven zij in alle delen van Koerdistan een doorslaggevende politieke factor.
Veiligheidslogica wint aan belang
Özsoy is van mening dat Turkije door de huidige conflicten in een sterkere geopolitieke positie verkeert. De oorlog in Oekraïne, de spanningen in de Zwarte Zee, de Zuid-Kaukasus en de ontwikkelingen in Syrië, Irak en Iran zouden het strategische belang van Ankara binnen de NAVO en de Europese veiligheidsarchitectuur aanzienlijk hebben vergroot. Deze ontwikkeling zou de Turkse regering extra speelruimte op het gebied van het buitenlands beleid verschaffen. Tegelijkertijd versterkt deze ontwikkeling een veiligheidspolitisch perspectief dat volgens Özsoy ook gevolgen kan hebben voor het binnenlands beleid en de Koerdische kwestie. „Turkije zegt tegen zijn westerse partners: jullie hebben veiligheidsproblemen, maar ik heb ze ook. Daardoor krijgt het veiligheidsbeleid van Turkije steeds meer internationale steun.“
Ankara zoekt nieuwe manoeuvreerruimte in het Westen
Volgens Özsoy maakt Ankara gebruik van zijn toegenomen belang binnen het westerse bondgenootschap om bestaande spanningen met de NAVO-partners te verminderen. Daartoe behoren met name de inspanningen om de resterende Amerikaanse sancties in het kader van de CAATSA-wet te laten opheffen en het conflict rond de uitsluiting uit het F-35-programma te overwinnen. Terwijl Europese landen al enkele beperkingen zouden hebben versoepeld, blijft met name de houding van Washington gekoppeld aan de toekomst van het Russische S-400-luchtverdedigingssysteem.
Nieuw evenwicht tussen Rusland en het Westen
Met de val van het Baath-regime in Syrië is tegelijkertijd ook de positie van Turkije op het gebied van buitenlands beleid veranderd. Volgens Özsoy is Ankara tegenwoordig veel minder afhankelijk van Rusland dan in de afgelopen jaren. De nauwe samenwerking met Moskou in het kader van het Astana-proces diende vooral om invloed uit te oefenen op Syrië en Rojava. Nu Rusland door de oorlog tegen Oekraïne en Iran door het conflict met Israël en de VS aan handen en voeten gebonden zijn, richt Ankara zich weer sterker op het westerse bondgenootschap. Deze ontwikkeling zal zich naar verwachting voortzetten en de samenwerking op het gebied van veiligheidsbeleid tussen Turkije en de NAVO-landen verder verdiepen.
Rojava blijft onder druk staan
Wat Syrië betreft, verwacht Özsoy dat het huidige beleid ten aanzien van Noord- en Oost-Syrië zal worden voortgezet. De door Damascus nagestreefde centralisatie van de staat wordt volgens zijn inschatting door Turkije gesteund en ook door de VS, althans indirect, gedragen. Hierdoor komen de politieke en bestuurlijke verworvenheden van het Democratisch Zelfbestuur steeds meer onder druk te staan. Özsoy gaat ervan uit dat Damascus zal proberen de tussen de Syrische overgangsregering en Noordoost-Syrië overeengekomen integratie stapsgewijs zo door te voeren dat de politieke en institutionele manoeuvreerruimte van Rojava steeds verder wordt ingeperkt. Tegelijkertijd benadrukt hij echter dat de Koerden ook in de toekomst een onmisbaar onderdeel van het politieke bestel van Syrië zullen blijven.
Ook Başûr staat voor nieuwe uitdagingen
Özsoy beschrijft de situatie in de Koerdische regio in Irak als bijzonder kwetsbaar. De regionale regering heeft weliswaar geprobeerd zich buiten de oorlog tussen Iran, Israël en de VS te houden, maar de recente aanvallen hebben aangetoond hoe kwetsbaar de regio ondanks haar internationale betrekkingen is gebleven. Tegelijkertijd constateert Özsoy nieuwe diplomatieke toenadering tussen Turkije en de Patriottische Unie van Koerdistan (YNK). Hij beschouwt de recente gesprekken van hooggeplaatste Turkse vertegenwoordigers in Silêmanî als een poging om de Iraanse invloed terug te dringen en tegelijkertijd de betrekkingen tussen de YNK en de PDK (Democratische Partij van Koerdistan) te stabiliseren.
Nationale eenheid wint aan belang
Gezien de aanhoudende crises in Syrië, Irak en Iran acht Özsoy een sterkere politieke coördinatie van de Koerdische krachten dringender dan ooit. De regio bevindt zich nog steeds in een fase van ingrijpende omwentelingen, waarvan het verdere verloop nauwelijks te voorspellen is. Zuid-Koerdistan moet zich daarom zowel politiek als institutioneel voorbereiden op nieuwe uitdagingen. Daartoe behoren een nauwere samenwerking tussen de Koerdische partijen en de uitbreiding van regionale en internationale betrekkingen.
De Koerden blijven een regionale machtsfactor
Ondanks alle onzekerheden beschouwt Özsoy de Koerden op de lange termijn als een van de centrale politieke factoren in het Midden-Oosten. „Noch in Syrië, noch in Irak of Iran kan de toekomstige regionale orde zonder hen worden vormgegeven.” De huidige conflicten hebben weliswaar de machtsverhoudingen veranderd en de bestaande manoeuvreerruimte deels beperkt. Tegelijkertijd laten ze echter zien dat de Koerdische kwestie nauw verbonden blijft met de fundamentele politieke ontwikkelingen in het Midden-Oosten en ook in de toekomst een sleutelrol zal spelen in de regionale machtsverschuivingen.