- Iran
In een gesprek met persbureau Mizan verklaarde Gholam Hossein Mohseni-Eje'i, hoofd van de Iraanse rechterlijke macht, dat “de Islamitische Republiek Iran onderscheid maakt tussen vreedzame demonstranten met economische eisen en relschoppers”, waarbij hij aanvoerde dat zij het recht op protest erkennen.
Mohseni-Eje'i dreigde dat er geen tolerantie zou zijn en gaf openbare aanklagers de opdracht om binnen het wettelijke kader, maar met vastberadenheid op te treden.
De protesten tegen de hoge kosten van levensonderhoud, die op 28 december in Teheran begonnen, verspreidden zich snel over het hele land en groeiden uit tot een beweging die ook politieke eisen omvatte.
Volgens officiële verklaringen en gegevens van lokale mediabronnen hadden de protesten gevolgen voor ten minste 45 steden. Met andere woorden, er vonden demonstraties plaats in ten minste 25 van de 31 provincies van Iran.
Volgens mensenrechtenorganisaties zijn ten minste 19 demonstranten gedood en zijn bijna duizend mensen gearresteerd.
De diepe crisis in de Iraanse economie en het beleid dat de vrijheid beperkt, vormen de achtergrond van de protesten. De nationale munteenheid, de rial, heeft het afgelopen jaar meer dan een derde van zijn waarde ten opzichte van de dollar verloren. Op de zwarte markt is de dollarkoers gestegen tot ongeveer 1,4 miljoen rial, vergeleken met ongeveer 770.000 rial in dezelfde periode vorig jaar. De hoge inflatie en de aanhoudende daling van de koopkracht wakkeren de sociale onvrede verder aan.