Een jaar na de wapenverbrandingsceremonie van 11 juli 2025 heeft de leiding van de Koerdische vrijheidsbeweging een uitgebreide verklaring gepubliceerd. Daarin evalueert zij het verloop van het proces tot nu toe sinds de oproep van Abdullah Öcalan tot vrede en een democratische samenleving van 27 februari 2025, wijst zij op het uitblijven van politieke en juridische maatregelen van de Turkse staat en bevestigt zij haar vastberadenheid om de ingeslagen weg van de democratische politieke strijd voort te zetten.
De verklaring werd gepubliceerd door ANF Nieuwsagentschap en luidt als volgt:
„Het is vandaag een jaar na 11 juli 2025, de dag waarop in de omgeving van Silêmanî de wapenverbrandingsceremonie plaatsvond. Destijds verbrandde de medevoorzitter van de Uitvoerende Raad van de KCK, Besê Hozat, samen met 29 medestrijders hun wapens voor de historische grot van Casene. De ceremonie vond plaats in aanwezigheid van talrijke journalisten en werd wereldwijd met grote aandacht gevolgd. Ze werd beschouwd als een belangrijke stap op weg naar een democratische en politieke oplossing voor de Koerdische kwestie in Turkije.
Met zijn oproep tot vrede en een democratische samenleving van 27 februari 2025 heeft Rêber Apo [Abdullah Öcalan] de oorzaken van de Koerdische kwestie en de weg naar de oplossing ervan duidelijk en bondig beschreven. Hij maakte duidelijk dat de tijd is gekomen voor een democratische oplossing op basis van de erkenning van het Koerdische bestaan. Tegelijkertijd riep hij op tot de ontbinding van de PKK en tot beëindiging van de gewapende strijd tegen Turkije.
Als reactie op deze oproep hebben wij op 1 maart 2025 een staakt-het-vuren afgekondigd. De PKK kwam van 5 tot 7 mei bijeen voor haar 12e congres en besloot daar tot haar ontbinding en tot de beëindiging van de gewapende strijd tegen Turkije. Tegelijkertijd werd vastgesteld dat de uitvoering van deze besluiten onder leiding van Rêber Apo moest plaatsvinden.
Tegen deze achtergrond verbrandden Besê Hozat en haar medestrijders hun wapens. Daarmee gaven ze uiting aan hun vaste wil om een strategische koerswijziging door te voeren en voortaan de democratische politieke strijd tot uitgangspunt van hun handelen te maken. Dat Besê Hozat de verantwoordelijkheid voor de 30-koppige groep op zich nam, moest de vastberadenheid van de gehele beweging onderstrepen. De wapenverbrandingsceremonie was daarmee het zichtbare symbool van deze strategische koerswijziging.
Besê Hozat maakte tegelijkertijd duidelijk dat de uitvoering van deze strategiewijziging alleen mogelijk zal zijn als aan de politieke en juridische voorwaarden wordt voldaan die Rêber Apo in zijn oproep van 27 februari heeft genoemd. Met de wapenverbrandingsceremonie werd tegelijkertijd verklaard dat er geen terugkeer zal zijn naar de strategie van de gewapende strijd. Na zo’n ondubbelzinnige uiting van politieke wil had de Turkse staat op zijn beurt de nodige politieke en juridische stappen moeten ondernemen om de weg vrij te maken voor een democratische politieke oplossing. Een jaar later zijn deze stappen echter nog steeds uitgebleven.
Het afgelopen jaar heeft onze vrijheidsbeweging alle noodzakelijke stappen ondernomen om de politieke en juridische voorwaarden te scheppen voor het verdere verloop van dit proces. Zo zou ook de terugtrekking van de guerrilla uit de grenzen van Turkije en uit gebieden met een verhoogd conflictpotentieel – die Sabri Ok, lid van de uitvoerende raad van de KCK, openbaar heeft aangekondigd – de Turkse staat de nodige politieke en juridische speelruimte moeten bieden.
Terwijl onze vrijheidsbeweging haar verantwoordelijkheid heeft genomen en haar aandeel in het proces heeft vervuld, heeft de staat noch de nodige stappen ondernomen, noch de maatschappelijke voorwaarden geschapen voor een democratische politieke oplossing. Tegelijkertijd werden de negatieve beeldvormingen over Rêber Apo en onze vrijheidsbeweging, die in de loop der jaren waren opgebouwd, bewust in stand gehouden. Weliswaar hebben de Turkse president, MHP-voorzitter Devlet Bahçeli en vertegenwoordigers van de AKP herhaaldelijk verklaard dat zij achter het proces stonden en dat dit zich positief ontwikkelde. Deze verklaringen zijn echter tot op heden niet gevolgd door concrete politieke of juridische maatregelen. Ook een jaar na de wapenverbrandingsceremonie is er op dit gebied geen vooruitgang waarneembaar.
Deze ontwikkeling heeft niet alleen onder de Koerden, maar ook bij het Turkse publiek en internationaal groeiende twijfels opgeroepen over de bedoelingen van de regering. Niettemin bevestigen wij ter gelegenheid van de eerste verjaardag van de wapenverbrandingsceremonie opnieuw onze vastberadenheid om de ingeslagen weg van de democratische politieke strijd voort te zetten. Terwijl wij vasthouden aan deze strategie en onze inspanningen consequent voortzetten, heeft de regering tot nu toe niet met passende maatregelen op deze politieke wil gereageerd.
Er wordt al enige tijd gediscussieerd over de vraag of de door Rêber Apo voorgestelde fundamentele kaderwet al dan niet zal worden aangenomen. Op zijn zakelijke en constructieve voorstellen is tot nu toe echter geen reactie gekomen. Evenmin is onze vrijheidsbeweging op de hoogte gebracht van de stand van zaken in de besprekingen. Hoewel Rêber Apo en onze beweging degenen zouden zijn die rechtstreeks door een dergelijke wet worden geraakt, wordt in het openbaar gesproken over wetsontwerpen die eenzijdig worden opgesteld. Dit toont aan dat het proces en de onderliggende problematiek niet met de nodige ernst worden behandeld.
Nog ernstiger is dat de geplande wet blijkbaar uitsluitend wordt gereduceerd tot de kwestie van de wapenaflegging. Een eeuwenoud probleem op deze manier uitsluitend vanuit het perspectief van ontwapening behandelen, doet noch recht aan het politieke, noch aan het historische karakter ervan. Een dergelijke wet zou in de eerste plaats de status van Rêber Apo en van de leidende vertegenwoordigers van onze vrijheidsbeweging moeten regelen en daarmee de weg moeten effenen voor een democratische oplossing van de Koerdische kwestie. Mocht Rêber Apo buiten een dergelijk wettelijk kader worden gehouden, dan zou dit neerkomen op sabotage van het proces voor vrede en een democratische samenleving.
Zowel ons volk als onze vrijheidsbeweging hebben herhaaldelijk duidelijk gemaakt dat zij geen enkele aanpak zullen accepteren die Rêber Apo niet in staat stelt om vrij te leven en politiek actief te zijn. Deze realiteit moet vanaf het begin de basis vormen voor het verdere proces. Een jaar na de wapenverbrandingsceremonie bevestigen wij als vrijheidsbeweging opnieuw onze vastberadenheid om de ingeslagen weg van de democratische politieke strijd voort te zetten. Dat de AKP/MHP-regering ook een jaar na de ontbinding van de PKK en de beëindiging van de gewapende strijd nog geen passende stappen heeft ondernomen, toont aan dat zij dit proces tot nu toe niet met de nodige ernst heeft benaderd.
Wij zijn ervan overtuigd dat wij, in vergelijking met andere landen, een van de meest constructieve en verantwoordelijke bijdragen aan een conflictoplossingsproces hebben geleverd. Ons handelen werd en wordt bepaald door het doel om de weg vrij te maken voor een vrij en democratisch leven voor alle volkeren. Het tot stand brengen van een democratisch Turkije, waarin alle volkeren op basis van democratische integratie vrij en op voet van gelijkheid kunnen samenleven, is een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Zowel het Koerdische volk als alle mensen in Turkije worden opgeroepen om hun bijdrage te leveren en deze verantwoordelijkheid in alle opzichten na te komen. Ook wij zullen onze verantwoordelijkheid jegens onze volkeren blijven nakomen en ons handelen afstemmen op het Manifest van Rêber Apos voor een democratische samenleving.”
Bron: ANF