- Rojava/Noord- en Oost-Syrië
Na het historische verzet in Kobanê was 70 procent van de stad volledig verwoest. Een deel van Kobanê werd in zijn oorspronkelijke staat gelaten en als museum voor toekomstige generaties bewaard: huizen die tot puin waren gereduceerd en kamers zonder deuren of ramen.
Vandaag de dag zijn die ruïnes een toevluchtsoord geworden voor veel gezinnen. Ontheemde inwoners zijn gedwongen naar Kobanê te verhuizen en zich daar te vestigen. Velen van hen komen uit Girê Spî, Raqqa en andere gebieden waaruit mensen zijn verdreven. Al jaren leven deze inwoners temidden van de ruïnes, vasthoudend aan de hoop dat ze op een dag naar hun huizen zullen terugkeren.
Ze hebben geen andere keuze dan tussen het puin te leven om te overleven. Ontheemde inwoners die in het Kobanê-museum verblijven, spraken met ANF Nieuwsagentschap over hun hoop en hun verlangen om terug te keren.
Een vrouw genaamd Emîne Casim Qadir vertelde dat ze acht jaar geleden gedwongen waren Girê Spî te verlaten. Ze beschreef hun ervaring als volgt:
„Toen we Girê Spî verlieten, moesten we onze intrek nemen in scholen in de omgeving van Xerabhişkê. Later kregen we te horen dat er in de omgeving van Til El Semin, vlakbij Eyn Îsa, een kamp was voor mensen uit Girê Spî, dus verbleven we in die tenten. In de zomer leefden we in de verzengende hitte in de tenten; in de winter trotseerden we de kou en de regen.
“Onlangs moesten mijn man, mijn kinderen en ik opnieuw op pad, en kwamen we in Kobanê terecht. Eerst verbleven we in scholen, maar nu wonen we al meer dan vijf maanden in het museum. Hoewel alle huizen verwoest zijn, hebben we geen andere keuze dan hier te blijven. Onze financiële situatie staat ons niet toe om een huis te kopen. Daarom is het museum voor ons een toevluchtsoord geworden.”
Over haar gezin van zes personen zei Emîne Casim Qadir:
“Onze kamers zijn erg koud en mijn kinderen zijn nog heel jong. In de winter regent het elke dag. Een paar dagen geleden, toen het regende, stond ons huis onder water. We hebben ook een kachel nodig om de winter door te komen, maar de brandstofprijzen zijn zo hoog dat veel gezinnen zich dat niet kunnen veroorloven. We willen gewoon terug naar onze huizen. Dat is onze enige wens.”
Zêno Mûsê, een inwoonster van Raqqa, vertelde dat ze al meerdere keren gedwongen waren geweest hun woonplaats te verlaten. Ze zei:
“We willen nu terug naar onze huizen. Mijn familie en ik komen uit Raqqa. Nu leven we temidden van verwoeste huizen. De ontberingen waarmee we te maken hebben, zijn enorm.”
Zêno Mûsê beschreef hun moeilijke omstandigheden en legde uit dat het gezin geen andere keuze had dan tussen het puin te leven. Ze zei:
“We willen terug. We moeten in staat worden gesteld om veilig naar onze huizen terug te keren. Onze kinderen zijn nog heel jong. Er moet een oplossing voor deze situatie worden gevonden.”